Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
Eilanden - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
Eilanden

Vanaf mijn werkplek zie ik, net boven de dakgoot van nummer vierhonderdnegenentachtig, de helblauwe lucht. Ik wil naar buiten.
Ik loop naar de Bomkade en sta op het puntje van de steiger tussen Bom- en Leuvehaven aan de Oude Maas. Het uitzicht is weids. Er liggen vandaag geen schepen aan de palen.

Mijn oom bleef één jaar oud tot hij stierf, op z'n achttiende. Nekkramp. Hij werd geboren op een eiland. Tijdens een strenge winter, toen de ijsschotsen rond Flakkee dreven, voer de boot niet. Afgesloten eiland zonder ziekenhuis. Ik heb een zwart-wit fotootje met kartelrand, waarop oom Jaap mij aankijkt.
Ik probeer in zijn ogen de gekte te ontdekken, maar hij ziet er gewoon uit, nu hij verstild is. Mijn oma Marietje zit op het strand en reikt hem iets aan. Een boterham. Mijn opa, de handen in de zakken van zijn wijde broek, kijkt op de achtergrond ook mijn richting uit. Het waait. Onbeweeglijk.
Die foto brengt mij bij het eilandgevoel dat ik mijn oma toedicht. Als kind associeerde ik elk eiland met niet-weg-kunnen, gevangen zijn, armoe en wind. Een eiland had iets eenzaams en was alleen veilig als je de buitenwereld niet nodig had. Mijn jongere zus dacht dat een eiland kon drijven, dat je er onderdoor kon zwemmen, en soms is dat zo in een ander land dan het onze, maar dat kon zij niet weten.

Nu, op de punt van de steiger, op het bereikbare eiland dat mijn stad is, denk ik aan water. Water waar je in kunt, waar je op en over kunt, water dat je angstig maakt, water dat je vrij doet voelen, water dat grenzen stelt. En aan de wind die een filmer in bewegende beelden wilde vangen.

Mijn oma is één keer op wereldreis geweest, met een stoomschip via Rotterdam tot Dordrecht. Het schip draaide bij het Groothoofd. Ze zei ooit: 'Het is zo'n mooie stad. Ik heb het gezien vanaf het water. Er komen daar drie rivieren bij elkaar en er ligt een groot wit hotel op de kade met kleurige luifels. Het ziet er feestelijk uit. Het is eigenlijk een eiland.' Zo veranderde mijn kinderbeeld van een eiland. Het hoefde geen winderig gebied te zijn met dorpjes vol arme mensen die gevangen zaten door het water. Er kon ook een stad op staan, een exotische stad, met kleurige luifels en vlaggen. En bruggen en tunnels. En toen ik later van mijn oma hoorde dat Rotterdammers zeiden: 'hoe dichter bij Dordt, hoe rotter het wordt' kon ik me daar niets bij voorstellen. Ze waren jaloers. Die stad heette niet voor niets Rotter-dam. Ik was opgelucht toen mijn oma vertelde dat het met stromingen en ondiepten in de rivier te maken had. 'Die schepen lagen daar voor pampus,' zei ze. En zo heb ik lang gedacht dat er bij Dordrecht nog een eilandje lag, met een naam die eigenlijk meer bij de Stille Oceaan hoorde. Pampus moest een heel mooi uitzicht hebben op die kleurige gevels aan het brede water. Later bleek het te liggen bij de stad die de glorie van Dordrecht overnam, maar dat kon ik nog niet weten.

Toen het dorp van mijn oma overstroomde en het eiland tijdelijk geen eiland meer was, woonde zij er niet meer. Ze vertelde dat er ruzie was over het gat in de dijk. Dat had ze van horen zeggen. Van haar zus, die de ramp overleefde. 'Ruzie op zondagmorgen,' had haar zus gezegd, 'waar moet dat heen?' De boeren dachten dat het beter was het gat niet te dichten, omdat het gemaal te klein zou zijn, en haalden de zandzakken weg. Ze hadden ongelijk. Het water stroomde door de Molendijk en maakte van één eiland twee.

Een schip uit Bruinisse vaart achterstevoren de Bomhaven binnen. Het water klotst tegen de steiger. Ik zie een andere zwart-wit foto, van jaren later. Met een wit kartelrandje. Mijn oma staat aan het roer van het binnenvaartschip van een Zeeuwse neef. Tussen het roer en mijn oma staat mijn broertje. Hij bestuurt trots het grote schip, denkt hij, maar kijkt tegen de rand van het roer, niet over het water. 'Zeeland is gevaarlijk, moeilijk bevaarbaar,' vertelde oom Jo, die zijn schip de Corjo had gedoopt, omdat zijn vrouw Cor heette. In Dordrecht stond aan het Groothoofd een café, met Loodsen op Zeeland op de gevel geschreven. 'Waarom verkopen ze in Dordrecht schuren op Zeeland?' vroeg mijn broertje, 'en is Zeeland een eiland, dat u op zegt?' - 'Zeeland heeft veel eilanden,' zei mijn oma, 'maar soms merk je dat niet meer, door de dammen en de bruggen. Maar het gevoel blijft er wel. Het eilandgevoel.' Ik weet nu wat zij bedoelde.

Ik loop de steiger weer af. Bij het elektriciteitshuisje valt een duif van het dak. Jong en moegevlogen. Vier andere duiven storten zich op hun soortgenoot en proberen haar te lynchen. Ik jaag ze weg en pak de duif op. Ik zet haar in mijn achtertuin en doop haar Johanna de Witt. Tenslotte woon ik nu in Dordrecht. Veilig op een eiland.


Marieke van Leeuwen