Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
Speeltuin Het Wantij - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
Speeltuin Het Wantij

In een van de Dordtse huis- aan huisbladen las ik het volgende: 'Als afsluiting van de grote vakantie maakten wij ieder jaar een dagtripje naar Dubbeldam. Onder leiding van een tante gingen we dan naar speeltuin Eyckendonck aan de Dubbeldamseweg.'

Vreemd. Had Dordt dan geen speeltuin? Dordrecht heeft wel degelijk een echte speeltuin gehad. Eind jaren twintig werd speeltuin Het Wantij aangelegd aan de Noordendijk, een meter of honderdvijftig vanaf de Oranjelaan. Over een oppervlakte van zo'n vijftig bij honderd meter stonden schommels, een fietsenmolen, een draaimolen en een prachtige granieten glijbaan.
Ertegenover lag toen, uitgegraven in de balkengaten, het vroegere openluchtzwembad De Groene Plas.

In het voorjaar van 1937 kreeg mijn vader, Jan van Twist, de kans te gaan werken in de speeltuin aan de Noordendijk, waar nu de Vogelbuurt ligt. De tuin was eigendom van de familie Gijs van der Waal. Mijn vader kon daar aan het werk voor hetzelfde loon als zijn 'steunbedrag', maar met de mogelijkheid tot een aandeel in de winst. Die kans greep hij met beide handen aan.

Via het ijzeren hek kon je rechtdoor, geleidelijk omlaag, naar de speeltuin. Linksaf was een glooiend pad naar het woonhuis, aan beide zijden omzoomd door terrassen met bomen, heesters en bloeiende planten.
Tegenover de voordeur van het woonhuis lag een gebouw dat als café diende en dat de naam 'de zaak' kreeg. Hier werden de consumpties klaargemaakt voor de klanten in de speeltuin en ook wel genuttigd door gasten die liever wat vooraan bleven zitten.
Naderhand zou dit gebouw uitgroeien tot het clubhuis van de zwemclub Merwede. Maar daarover later meer.

Zeker de eerste maanden in de speeltuin was het hard werken, zowel voor mijn vader als voor mijn moeder. Papa moest alle verwaarloosde speelwerktuigen opknappen, de tafels en stoelen repareren en de tuin weer geschikt maken voor bezoekers. Mama nam de taak op zich, op haar fiets alle scholen in Dordrecht en wijde omgeving te gaan bezoeken om reclame te maken voor het organiseren van schoolreisjes naar onze speeltuin. Met succes, want nadat de tuin in 1937 met Pasen was geopend, begon het steeds drukker te worden.
Op warme zomerdagen moest regelmatig de toegang tot de tuin voor enige tijd worden gesloten, omdat er te veel mensen binnen waren om nog goed toezicht te kunnen houden.
De limonade, ranja en rode grenadine, werd geroemd in Dordt en omgeving. Tien cent per glas!

Collega's uit de horeca verklaarden mijn vader in het begin voor gek. Zijn filosofie was echter dat je meer verdiende als de mensen graag terugkwamen omdat de limonade zo lekker was, dan dat je een paar centen meer vroeg per glas.
De toegang tot de speeltuin was gratis, maar wel met de verplichting tot het kopen van minstens één consumptie per persoon. Dat gold ook voor kleine kinderen, maar die konden daarna best wel een glas water voor niets krijgen.
Alleen op heel drukke dagen moest bij de toegang tien cent worden betaald, om te voorkomen dat bezoekers van de drukte misbruik maakten door zich te onttrekken aan het kopen van minstens één consumptie. Die taak bij de poort werd dikwijls vervuld door mijn broer Mart die er, ondanks zijn kleine gestalte, als een terriër voor zorgde dat iedereen zijn dubbeltje betaalde.

In de wintermaanden was de speeltuin gesloten. Dan werden alle speelwerktuigen weer opgeknapt, de stoelen en tafeltjes gerepareerd en geverfd, de bomen gesnoeid. Er moest wel voor worden gebuffeld in die tijd, om je gezin een redelijk bestaan te kunnen geven.

Bij de speeltuin hoorde ook een grote moestuin met zo'n veertig vruchtbomen erop. Daar werden voor het hele jaar groenten, aardappelen en fruit gekweekt. Bij de moestuin stond een oude schuur, vol met nog oudere werktuigen en gereedschappen, de hokken voor de konijnen en marmotten, de kippenren, de stallen voor de geiten en het paard. Het houden van konijnen, geiten en kippen was voor een belangrijk deel bedoeld voor de vleesvoorziening, zeker in de oorlogsjaren.

In 1939 kwam het steeds vaker voor dat de leden van de zwemclub Merwede vanuit het openlucht zwembad De Groene Plas, ertegenover, met zekere regelmaat even overwipten naar de speeltuin. Daaruit ontstond een vast bezoek en een groeiende onderlinge vriendschap. Al gauw werd onze speeltuin gezien als het clubhuis van Merwede, waar je op den duur altijd wel iemand van je zwemvrienden kon vinden.
Ook in de wintermaanden, als De Groene Plas en de speeltuin beide gesloten waren, ging er geen dag voorbij of in de avonduren waren er een paar Merwedianen in onze grote keuken te vinden.
's Zomer kon je deze vrienden elke zondagmorgen bij ons aantreffen, genietend van de koffie van Ma Van Twist en pratend over gebeurtenissen van alledag, over komende wedstrijden en alles wat hen verder bezighield.

In die beginperiode ontstond ook de bijnaam van de speeltuin, 'de Kieteltuin'.
Voordat mijn familie in de speeltuin kwam wonen, was de tuin min of meer in verval geraakt. De vorige eigenaar vond het wel mooi dat in prieeltjes achter in de tuin verliefde stellen elkaar, min of meer ongezien, pleegden te kussen. In die tijd was zoiets tamelijk onzedig! Daarom kwam het steeds vaker voor dat ouders hun kinderen liever niet naar die 'Kieteltuin' lieten gaan.
De eerste taak van mijn vader, in 1937, was dan ook, die prieeltjes af te breken en verliefde stellen te vragen voortaan in de tuin hun drankje te nuttigen. Dat was niet interessant voor die groep klanten, maar daardoor kwamen wel de ouders met kinderen weer terug en daar was de speeltuin ook voor bedoeld.
Hoewel mijn vader zich ertegen verzette, werd die naam 'Kieteltuin' voor Merwede's clubhuis juist de erenaam. Een naam die nú nog door oud-leden uit die periode wordt gebruikt.

In 1942 besloot de gemeente Dordrecht dat de speeltuin moest worden gesloten, om plaats te gaan maken voor de aanleg van een nieuwe woonwijk. Het duurde nog tot na de Tweede Wereldoorlog voor daarmee werd begonnen. Tot september 1945 konden wij in het woonhuis van de speeltuin blijven wonen.


Piet van Twist