Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
Slimme moeder! - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
Slimme moeder!

Het was maart 1945, ongeveer kwart over acht 's avonds. We zagen aan de overkant van de straat een luikje opengaan van de bakkerij 'Vooruit' op de hoek van de Krommedijk en de Christaan de Wetstraat. De Duitsers hadden de bakkerij gevorderd voor de voedselvoorziening van de eigen soldaten.

Iedere morgen kwamen de legerwagens om de gebakken broden op te halen. Het was voor de durfals onder de jongens een hele klus om bij vertrek van de laatste legerwagen gauw aan de achterkant in de auto te klimmen en broden uit de auto op straat te gooien. Kameraden zorgden er dan voor dat de broden snel werden opgeraapt en meegenomen. Voor het eind van de straat, bij de Transvaalstraat, moest de chauffeur van de auto afremmen en dan sprong de jonge gast snel van de wagen en maakte dat hij wegkwam.

In de bakkerij werkte een Duitse soldaat die uit Oostenrijk kwam. Met mijn vader had hij wel eens een praatje gemaakt. Mijn vader, die een zaak in aardappels, groente en fruit had, had niet veel meer om te verkopen. Om de paar dagen werden suikerbieten gekocht bij boeren in Dubbeldam. Met een lange handkar werden die dan opgehaald van het land van de boer. Als we doodmoe van dat zware werk thuiskwamen, moest er eerst worden gerust om weer enigszins op krachten te komen. De politie werd bijtijds gewaarschuwd en bleef bij de kar staan om de vracht te bewaken. Na een korte periode van rust werden de suikerbieten in de winkel gebracht en daarna aan de klanten verkocht. Die hadden zich onder politietoezicht in een rij opgesteld. De politie regelde hoe veel klanten de winkel binnen konden gaan. Ieder klant kreeg maximaal vijf kilo.

De soldaat uit de bakkerij had diverse malen tegen mijn vader gezegd dat hij wilde onderduiken als de Canadezen, die in Brabant gelegerd waren, het Hollands Diep zouden oversteken om het eiland van Dordrecht te bezetten. Hij zou zich na de strijd overgeven aan de Canadezen was het plan. Of hij bij ons kon onderduiken. Mijn vader beloofde hem dat niet, maar adviseerde hem, als de nood aan de man kwam, in het grote gebouw van de bakkerij onder te duiken. Na de komst van de Canadezen zouden wij ze wel waarschuwen dat zich een gedeserteerde Duitser in de bakkerij had verborgen.

Op een dag beloofde de soldaat ons dat hij een brood uit een raam van de bovenverdieping van de bakkerij zou gooien. Als dan een van de kinderen uit ons gezin het kon opvangen, hadden wij weer eens brood te eten. Het moest wel gebeuren na acht uur 's avonds, want dan was hij pas in de bakkerij aanwezig. Dit zou gevaarlijk kunnen aflopen, want de bevolking moest vanaf acht uur 's avonds binnenblijven van de Duitsers. Spertijd! Duitse militairen, Nederlandse politie en Nederlandse landwachters hielden scherp controle op het naleven van de verordening.
Overal in het westen van Nederland was honger, dus ook in Dordt. Iedere dag stierven er mensen van de honger. Om aan eten te komen moest je wel risico nemen.

Ik stelde me beschikbaar om dat beloofde brood op te vangen. Toen ik bij de bakkerij gekomen was, hoorde ik de Duitse soldaat fluisteren: 'Da kommen zwei Personen!' Hij gooide geen brood naar beneden en ik rende terug, langs de winkel de Tweede Reedwarsstraat in, en belde aan bij een gezin, waarvan één van de jongens toentertijd mijn vriendje was. Ik hoorde gestommel achter de deur en de vrouw des huizes vroeg: 'Wie is daar?' Ik noemde mijn naam en zei: 'Doe vlug de deur open!' De deur ging open en ik sjeesde naar binnen. Ik vertelde niet waarom ik naar buiten was gegaan, maar zei wel dat ik dacht dat ik door iemand achterna werd gezeten. Die mensen wisten niet wat ze ervan moesten denken. 'Als hier straks wordt aangebeld, ga jij de deur opendoen!' We zaten in spanning of er iets zou gebeuren. De bel ging!
Met lood in mijn schoenen ging ik naar de deur en deed die open. 'Kom gauw mee. Ik heb gezegd dat je tegen mijn bevel om niet te gaan toch naar een vriendje bent gegaan om te dammen.' Het was mijn moeder! Zij had wel gedacht dat ik bij deze familie zou aanbellen.

In de winkel stonden twee landwachters http://nl.wikipedia.org/wiki/Nederlandse_Landwachtdie mij stevig vastpakten. Ze hadden iemand langs de winkel zien rennen en meenden dat die persoon uit de winkel kwam. 'Waarom was jij buiten? Je weet toch dat je niet buiten mag zijn! Vertel op!' Met bibberende stem zei ik dat ik zo graag damde, net als een vriendje van mij. Ik was op weg naar mijn vriendje om daar te blijven.
Vervolgens kreeg ik er van mijn moeder van langs. Ze schudde me door elkaar en zei dat ze me straf zou geven. Ik was ongehoorzaam geweest en dat nam zij niet. Als kind had ik maar te gehoorzamen. Van de landwachters kreeg ik ook nog een hele preek te horen. Met een klets om mijn oren werd ik verder met rust gelaten. 'Als we je nog eens betrappen, ga je met ons mee en dan zul jij wel het een en ander meemaken.' Ze meenden het. Andere jongelui die in de spertijd waren aangehouden, werden naar de politiepost in het Oranjepark gebracht en moesten daar twee dagen of langer blijven en werden hard geslagen.
'O ja, hoe oud ben je?' Ik zei dat ik vijftien jaar was. Ik was klein van stuk en gelukkig geloofden ze wat ik zei. Ik was zestien jaar en had me dus in januari 1945 moeten melden bij de autoriteiten. Er was namelijk begin januari 1945 een bevel gegeven dat alle mannelijke personen van zestien jaar en ouder, tot vijftig jaar, zich moesten melden voor verplicht werken in Duitsland. Na de aangewezen dag van aanmelding hielden de Duitsers razzia's in Dordt.
Degenen die zich hadden aangemeld en de opgepakte mensen werden per schip van Dordrecht naar Duitsland vervoerd. Door de spoorwegstaking vanaf september 1944 reden er geen treinen meer in West-Nederland.

Een paar dagen later smaakte het toen opgehaalde brood lekkerder dan ooit!


Albert Tulp (geb. 1928)