Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
Piet met de klompen - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
Piet met de klompen

Het was dinsdagavond. De klok had bij ons, in de Cornelis Evertsenstraat, net zijn elfde slag laten vallen, toen plots een ondefinieerbaar geklepper uit de hal opsteeg. Direct daarop galmde de gong door het huis.
Omdat ik geen enkele reactie waarnam vanuit de badcel, waar mijn man zich stond te scheren, opende ik de voordeur.
Twee klompen gaapten mij aan. Leeg. Degene aan wie ze toebehoorden was mij, onder het mompelen van 'unne goeien oavond' als een bliksemschicht gepasseerd. Terwijl ik nog met de deurknop in mijn hand stond, had onze late bezoeker al lang- en breeduit plaatsgenomen aan de eetkamertafel.

Bijna even snel stevende ik op de badkamer af om mijn echt op de hoogte te brengen van de vreemde gast aan tafel.
'Er zit een kerel in de kamer die ik niet ken,' meldde ik in de deuropening.
'Wie, wie?' riep hij, al kwastend.
'Dat weet ik nou juist niet!' antwoordde ik op mijn beurt.
'Ga het dan vragen.'
Ik liep naar de huiskamer en vroeg: 'Meneer, mag ik weten wie u bent?'

'Zeg moar da Piet d'r is.' Hij had ons natuurlijk woordelijk gevolgd.
Ik keerde op mijn schreden terug om mijn, inmiddels schuimbekkende, echtgenoot te vertellen dat het personage Piet was en Piet heette
Toen pas kwam mijn man gekscherend te voorschijn, onderwijl roepend: 'Ha, die Piet! Ha, die Piet!'

Vanaf het moment dat Piet met mijn man werd geconfronteerd, zat die niet meer op mijn eetkamerstoel maar op zijn praatstoel. Onder het nuttigen van diverse koppen koffie, door mij ten tweede male die avond gezet, was hij aan één ruk door aan het woord. Verhalen die nauwelijks tot mij doordrongen, daar Piets klapperende gebit, dat bijkans uit zijn mond dreigde te vallen, het hoogste woord voerde. Hoogste tijd ook om hem in de rede te vallen en te vragen of hij een glaasje fris wilde. Piet lustte best een drankje, maar wel zonder fris. Hij gaf de voorkeur aan een jonge klare. Dus écht spraakwater.
Terloops had ik opgevangen dat Piet niet in zijn eentje maar mét zijn Eend was gearriveerd, dus keek ik mijn man veelbetekenend aan. Haast ongemerkt knikte hij in mijn richting. Ik haalde de jenerverfles en schonk er eentje in. 'Proost!' riep Piet en gooide op bijna halsbrekende wijze zowel hoofd als glaasje achterover. Vanaf nu hanteerde niet ik, maar Piet de fles. Zijn verhalen kregen daardoor een geheel andere dimensie. Klare taal spetterde in het rond. Nee, Piet was niet meer te stuiten.

Inmiddels liep de klok door, Piet bleef zitten.
Mijn man ondernam een eerste poging en wees hem de klok. Piet vond hem mooi. Een tweede poging mislukte daar hij ons even tussen zijn vertelsels door mededeelde dat wij ons niet ongerust hoefden te maken, daar Alie, zijn vrouw, toch allang sliep. Het werd één uur... halftwee... twee uur... toen hij eindelijk aanstalten maakte om te vertrekken. Althans, hij stond op. Wij ook. Een klein halfuur duurde de nu 'staande receptie'.

Rond halfdrie schuifelde Piet op pikzwarte kousenvoeten, waarin twee enorme knollen, richting gang. Om hem te belemmeren in een eventuele ommekeer, schoven wij mee. Nog naprevelend liep Piet, de pet voor zich uit dragend, vóór ons. Zo gedrieën, achter elkaar aan schuivend, hadden wij veel weg van een ouderwetse begrafenisstoet anno 1900.

In tegenstelling tot Piets snelle komst, was zijn aftocht very slow.
De klompen, die steeds als stille getuigen op de kokosmat hadden gestaan, kwamen nu pas écht tot leven. Een oorverdovend kabaal klonk uit het trapgat omhoog toen Piet bij afdaling zijn klompendans ten gehore bracht.
Eenmaal buiten blies hij, nog naroffelend en al waggelend op weg naar zijn eveneens waggelende Eend, de aftocht en verdween in het nachtelijk duister.


Riet van de Graft