Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
Dikke zuster - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
Dikke zuster

Het was zaterdagmiddag en ik wilde een krant kopen in winkelcentrum Bieshof aan het Van Eesterenplein. Gedachteloos liep ik naar de boekhandel van Vos en van der Leer, toen ik werd aangesproken door iemand die mij leek te kennen.
En ja, 'dat is lang geleden', riepen we in koor toen ik erachter was uit welk tijdvak van mijn leven hij afkomstig was. Hockeyclub Laren, heren 1, promotie naar de hoofdklasse. Mooie tijden, beaamden we; hij uit de grond van zijn hart, ik geen millimeter minder. Alfred woonde in Breda, en had een zuster in Stadspolders, vandaar zijn verschijnen op Dordtse bodem. 'Ja, ik herinner me je zuster,' zei ik, maar vroeg maar niet of ze nog altijd zo dik was. 'En je ouders stonden 's zondags altijd langs de lijn,' herinnerde ik me hardop.

In eerste aanleg was het mijn broer. Hij is, net als mijn oudste zus, hier geboren en toen we voor onze jaarlijkse broers- en zussendag een reisbestemming zochten, opperde hij Dordrecht. Ik was toen 54 en ik had die stad n keer in mijn leven gezien, maar er niets van onthouden, behalve een tunnel. Dat moet de Krispijntunnel zijn geweest, denk ik nu. Verder had ik er geen enkel beeld meer van. 'Nou,' zei mijn broer, 'dan laat ik jullie zien waar wij gewoond hebben voordat jullie er waren, en op welke kleuterschool Ank en ik hebben gezeten in de oorlog. En bij welke huizen we toen aanbelden als het luchtalarm ging. Eigenlijk onbegrijpelijk dat wij toen als kleuters dat hele stuk mochten lopen. Moet je daar n eens om komen. Bij een school word je tegenwoordig overhoop gereden door de auto's waarmee bezorgde moeders en vaders hun kroost ophalen.'

Ons familiedagje werd dus Dordrecht, met een bezoek aan de Ceramstraat, waar broer en zus zich gezamenlijk afvroegen welke deur het nu ook weer was. Maar het gangetje achterom herkenden ze allebei wel. Daar hadden ze nog gespeeld met vriendjes en vriendinnetjes van wie ik de naam alweer vergeten ben, maar die bij hen ook zestig jaar na dato nog in het geheugen voor het grijpen lagen. Na de Ceramstraat zijn we naar de Reeweg gelopen en hebben we vervolgens de route genomen naar de kleuterschool aan de Vest vlak bij het Dordrechts Museum. Gevieren hebben we ons erover verbaasd dat onze ouders twee kleine kinderen - hoe oud waren ze; zes en vier jaar - in die tijd zo'n eind lieten lopen. Maar het waren andere tijden, de mensen waren waarschijnlijk minder bezorgd dan nu en zeker meer gewend aan risico's in het dagelijks leven. En afgezien van het gevaar uit de lucht, waren er in de oorlogstijd op straat waarschijnlijk minder bedreigingen. Ze werden in ieder geval altijd binnengelaten als ze bij een willekeurig huis aanbelden, vertelde Klaas.

Van de kleuterschool zijn we naar de Statenschool gelopen, waar mijn vader voor de oorlog als onderwijzer was gaan werken. Gek idee, vond ik, dat mijn vader daar heeft rondgelopen terwijl er van mij nog helemaal geen sprake was, sterker nog: hij wist nog helemaal van niets, wat mij betreft. De oorlog moest nog komen. En voorbijgaan. Toen pas ging het licht op groen voor mij. Ik werd precies negen maanden na de bevrijding geboren.
Mijn ouders waren toen al uit Dordrecht verhuisd naar een boerendorp aan de Waal, in de Bommelerwaard. En nog roept mijn broer, als het over Dordrecht gaat: 'We hadden er nooit weg moeten gaan.' En dan vraag ik me steeds af of ik dan wel bestaan zou hebben, als ze de hongerwinter in Dordt tenminste al overleefd zouden hebben. En zo ja, of k dan ook 'ik' geweest zou zijn, en zo ja wie die 'ik' dan eigenlijk geweest zou zijn, vergeleken met de 'ik' die er nu is.

Zo maakte de ik-van-nu kennis met Dordrecht. De Vogelbuurt en het centrum, met de Voorstraat, de Groenmarkt, de Grote Kerk, de Lange IJzeren Brug en de Nieuwe Haven. En het terras van Bacchus, waar we na onze wandeling terechtkwamen voor een biertje. En waarvan ik toen nog niet kon weten dat ik daar niet zo erg veel later vlakbij zou wonen.

Want zo ging het verder: wij hadden langzamerhand genoeg van de plek waar we woonden. Het moest een kleinschalige stad worden, zodat we niet voor elke boodschap minstens drie kwartier moesten uittrekken. Laren en omgeving was onbetaalbaar, vonden we, en we orinteerden ons al een poosje op Oudewater, hadden daar al wat huizen bekeken, maar vonden ze te duur of te klein. Nadat ik Dordrecht had gezien, met de schepen op de rivier, het drierivierenpunt en de havens, was ik meteen om. En de huizen die te koop stonden, waren groter dan wat je gemiddeld in Oudewater aantrof, vond ik.

Nadat ik mijn vrouw, die eerst niets in Dordrecht zag, had overgehaald om op zijn minst een keer te gaan kijken, verlegden we ons huizenjachtterrein naar hier. We vonden uiteindelijk iets op de mooiste plek van Dordt, vlak bij de Grote Kerk, in het kleinste huisje. Dat wel. En toen we dat na mijn pensionering te klein vonden, zijn we verhuisd naar de rand van Stadspolders. In de stad en toch buiten, met het winkelcentrum vlakbij, de Dordtse Biesbosch 'om de hoek' en vrijwel aan het water van het Wantij.

Alfred knikte en zwaaide naar een vrouw die ons tegemoet kwam lopen. Ik herkende zijn zuster. Ze was er in die veertig jaar niet echt slanker op geworden.


Pieter Maalbeek