Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
Draadjesvlees - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
Draadjesvlees

Als ik, in de trein naar Dordrecht, die vreemde toren van de Grote Kerk zie opdoemen, moet ik altijd aan mijn oma denken. En aan draadjesvlees. Toen ik jong was, ging ik op zaterdagmiddag altijd naar mijn oma. Zij had dan al vanaf de ochtend een pan sukadelapjes op het petroleumstel staan. Ik keek naar Swiebertje op de televisie, met die heerlijke geur in mijn neus. Aan het eind van de middag, als het vlees gaar was, kreeg ik een stukje. Het water loopt me in de mond als ik eraan denk.
Mijn oma woonde in een hofje, de Lenghenhof. Het was een eenvoudige woning, zonder warm water en zonder badkamer. Ze kreeg er in 1963 een huisje en bleef er twintig jaar wonen. Het hofje, gesticht in 1755, bestaat nog steeds.

Hofjes ontlenen hun vorm en naam aan begijnhoven, die vanaf de twaalfde eeuw zijn ontstaan. Een hofje bestond uit een aantal rondom een binnenplaats gebouwde huisjes, met tuinen of een bleekveld, afgescheiden van de buitenwereld en toegankelijk via een poort.
De hofjes werden, vooral in de zeventiende en achttiende eeuw, gesticht door gegoede burgers, vaak rijke kooplieden.
De Regenten- of Lenghenhof werd gesticht door reder en koopman Gijsbert de Lengh. Hij was kinderloos en wilde zijn familienaam laten voortbestaan en zijn kapitaal ten dienste stellen van de medemens. Er mochten alleen 'fatsoenlijke' vrouwen van boven de vijftig jaar wonen. Deze leeftijdsgrens bestaat nog, en er wonen nog steeds alleen vrouwen. Wonen is er niet meer gratis, al scheelt het niet veel: er geldt een eigen bijdrage van 46 euro.
Het belangrijkste motief voor het stichten van een hofje was liefdadigheid. Liefdadigheid was toentertijd een 'nationale karaktertrek'. In die zin paste mijn oma helemaal in dat hofje. Ze ging een paar keer per week de buurvrouwen af om te vragen of ze nog boodschappen nodig hadden. 'Dat kunnen die ouwe vrouwtjes niet meer,' zei ze altijd. Dat ze zelf de oudste was, deed er niet toe. Ze was goed ter been en vond dat ze anderen moest helpen.

De Lenghenhof is in de loop van 250 jaar qua functie vrijwel hetzelfde gebleven. Als ik er nu rondloop, is ook de sfeer bijna niet veranderd ten opzichte van de tijd dat ik als klein meisje naar mijn oma ging. Je moest rustig zijn, niet rennen, niet gillen; de vrouwen waren oud en op hun rust gesteld.
Ik voel me nu nog net zo beschroomd er rond te lopen als toen. Alleen de geur van draadjesvlees komt mij niet meer tegemoet.


Winnie de Keizer