Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
Magisch eiland - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
Magisch eiland

Daar sta je dan. Aan de overkant. Kijkend naar het niemandsland.
Woorden uit een liedje van Stef Bos kwamen spontaan in me op toen ik me, drie jaar geleden, met mijn hond Billy ergens in Dordrecht in een park waande. Ik woonde nog niet zo lang in de stad en ik was met mijn auto ergens gestrand. Billy vond het geweldig en al snel leidde hij me naar een pad. Daar stond ik dan. Verbaasd keek ik naar een eiland met daarop een merkwaardig huis met rare ramen en rode dakpannen. Aan de steiger lagen een wat ouder privé-jacht en wat andere boten.

Je zult hier toch maar wonen, dacht ik. Wat is dit hier in hemelsnaam? Wie kan zich dit veroorloven?
Verwonderd liep ik verder, maar ik kon dit magische plaatje niet loslaten. Later hoorde ik iets vaags over dat eiland tussen Stadspolders en de Staart in: De Kleine Rug, in beheer van Stichting Nivon. Ik had er nog nooit eerder van gehoord. Nivon: Nederlands Instituut voor Volksontwikkeling en Natuurvriendenwerk. Wat moest ik me daarbij voorstellen?
Maanden later kreeg ik de kans om eens een kijkje te nemen op dit, ondertussen met mijn fantasie spelende, eiland. Een vriendin van ons had Rob, mijn partner, en mij gevraagd of we mee wilden werken aan de verjaardag van haar invalide zoon Bram. Als wens voor zijn verjaardag wilde hij een kampvuur voor zichzelf, zijn vriendje Freek en wat klasgenoten. Brams moeder wist een unieke plek, een eiland vlak aan de rand van de Biesbosch. Ze had al gereserveerd.
'Het is een ideale plek,' zei ze, 'maar ik heb hulp nodig, want het is daar niet invalide-vriendelijk.' Wij twijfelden geen seconde. Brams kampvuur wilden we voor geen goud missen, en we waren erg nieuwsgierig naar het eiland, een plek voor natuurliefhebbers van één kilometer lang en op sommige plaatsen maar twintig meter breed, met een wilgencultuur die, richting Biesbosch, zwaar verwaarloosd was. Allerlei vogelsoorten waren er te vinden, maar ook herten en bevers.
Het merkwaardige huis bleek een herberg te zijn, met een grote zaal met open haard en met een uitgebreide keuken waar gasten hun eigen potje kunnen koken.

Het kampvuur werd aangelegd voor Bram en zijn vriend Freek. De jongens, allebei gekluisterd aan een rolstoel, waren verrukt over de bijzondere nacht. Gretig probeerden ze het moment vast te houden, hopend dat het nooit zou eindigen. De blik in hun beider ogen verried genot en verlangen; een blik die mij iets wilde vertellen.
De twee jongens mochten absoluut geen kou vatten. Alletwee zouden ze enkele maanden daarna een levensbedreigende operatie moeten ondergaan en een infectie kon dodelijk zijn, maar de jongens smeekten hun ouders deze nacht niet te stoppen. Zo bleven ze in het vuur staren tot diep in de nacht.
Freeks goede-morgenstemming zal ik nooit meer vergeten. Altijd blijven lachen, wat er ook gebeurt... zong hij uit volle borst.

Dankzij deze verjaardag van Bram, raakte Rob in gesprek met het schippersechtpaar, de vaste bewoners van deze prachtplek. Zij woonden daar gratis, maar moesten elke dag, zeven dagen in de week, twaalf maanden in het jaar, van 's morgens halfnegen tot 's avonds halfelf paraat staan om gasten heen en weer te varen. Regen, weer en wind, zonneschijn, feestdagen en verjaardagen, elke dag. Ze vertelden Rob dat ze na elf jaar trouwe dienst nieuwe wateren gingen bevaren en dat er zodoende een vacature voor een 'schippersechtpaar' was. 'De uiterste sollicitatiedatum is 12 december,' zei de schipper nog vriendelijk. Het was eind oktober.
Enthousiast kwam Rob mij vertellen dat de functie van schippersechtpaar open stond. 'Misschien wel iets voor ons,' zei hij. 'Moet je kijken wat een pracht plek. Het is hier een paradijs.'
Maar ik zag het niet. Ik hoorde alleen: zeven dagen in de week, van 's morgens halfnegen tot 's avonds halfelf. De rest kwam niet meer bij mij binnen. Ergens rond Kerst merkte Rob op: 'Tjee, niet eens een sollicitatiebrief gestuurd! Dat is balen. Maar niet geschoten altijd mis: wat kan het mij schelen, ik stuur er eentje, alsnog.'
Door Robs actie spraken we steeds vaker over de mogelijkheden die dit eiland zou kunnen bieden aan kinderen, jongeren en eigenlijk aan iedereen. Wat een verborgen gebleven stukje tovertuin aan de rand van de Biesbosch. Weten mensen dat ze op dit eiland, zo vlakbij, weg kunnen zijn, heel even maar, van hun jakkerende leven en zich kunnen wanen in een sprookjesparadijs?
Is het niet voor velen een wens om, warm rondom een kampvuur, even de magie van het vuur tot je door te mogen laten dringen? Wat te mijmeren en de kronkels in je hoofd even te vergeten?

'Waarom bid je er niet voor?' zei Rob. 'Tenslotte staat er in de Heilige boeken geschreven: vraagt en gij zult krijgen.' Hij had gelijk. We hadden niets te verliezen. En zo begon ik op eigen wijze met mijn gebed.
Op een nachtelijke wandeling met Billy stond ik voor de zoveelste keer aan de waterkant van het Wantij dat mij scheidde van die verrukkelijke mogelijkheid om daar, in niemandsland, te mogen wonen. Ik vertelde God dat het eiland niet voor ons alleen zou zijn, maar dat we het zouden openstellen voor hen die zoeken naar rust en vrede, naar bewustwording, naar het leven in zijn natuurlijke staat. Ik wist dat een ritueel op zijn plaats zou zijn, wilde ik deze wens kracht meegeven. Daarom visualiseerde ik een pijl en boog en schoot hem uit alle macht naar het eiland toe. Ik schoot diverse pijlen af en aan elke pijl kende ik een energie toe, de energie die we graag wilden komen brengen en ervaren. En zo vlogen de pijlen met goede intenties door de lucht. Aan elke pijl die ik schoot hing ik in gedachten een touw, zodat ik, als de pijl eenmaal was geschoten, het eiland via dit touw naar me toe kon trekken en ik naar het eiland getrokken werd. Bij elke pijl realiseerde ik me dat het een niet te onderschatten, niet geringe taak zou zijn die Rob en ik op onze schouders zouden nemen. Een taak die niet door ons alleen gedragen kon worden. Iets vertelde mij dat als het eiland inderdaad ons geschonken zou gaan worden, mensen zich vanzelf zouden komen aanmelden.

De net nieuw aangestelde voorzitter van de beheerscommissie van het Nivon-eiland, Arie van Zanten, belde mij in de koude, gure maand januari op. 'Luister Gabrielle, er is al een schippersechtpaar aangenomen, maar zij kunnen pas in juni of juli naar het eiland komen. Hun huis moet verkocht worden, allerlei zaken geregeld en daar is tijd voor nodig. Zouden jij en Rob voor die zes maanden deze functie op je willen nemen?'
Ik begon te lachen door de telefoon: 'Arie, als je serieus een aanbod hebt, zoals een fulltime functie als schippersechtpaar, kun jij me terugbellen. Echt waar, ik meen het! Rob en ik zien het helemaal zitten om schippersechtpaar te worden, maar niet voor tijdelijk.'

De tijd verstreek, mijn gebed werd heviger en mijn pijlen vuriger. Zeven keer heb ik mijn ritueel herhaald. Meer dan een maand later kwam het wonderbaarlijke telefoontje: het Nivon-bestuur wilde graag een gesprek met ons.

En nu wonen en werken Rob en ik hier alweer meer dan twee jaar met veel plezier. Wat we voor ogen hadden, proberen we zo goed en zo kwaad mogelijk na te leven.
De magie van het eiland verleidt velen. Zo hebben zich inderdaad nieuwe mensen aangemeld en werken zij nu mee aan Transition Town Dordrecht, een duurzaamheidsproject dat Rob hier heeft opgezet. En er zijn er twee scholen met bijzondere jongeren die twee keer in de week meehelpen in de biologische moestuin. Ook bouwen ze wilgenhutten en andere knutsels. Bijenkorven en bijenvolkjes werden gedoneerd en een imker heeft aangeboden om de bijen te verzorgen. In een safaritent, met een aangrenzend en uit wilgentakken gebouwd terras dat over het water heen reikt, worden cursussen, personeelsuitjes, feestjes, rituelen, en uitstapjes voor ouderen georganiseerd.
Heel langzaam, maar dan ook heel langzaam komt het eiland tot nieuw leven. Het leven dat ik in de ogen van Bram en Freek heb mogen zien.


Gabrielle Kocken