Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
Klussen - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
Klussen

Slierten afgesneden behang plakken op mijn verfkleren. Als ik de vochtige vodjes van mijn shirt veeg, hoor ik lachende kinderstemmen. Ik kijk op en zie drie donkere jongetjes zwaar leunend tegen mijn auto. Ze volgen al mijn bewegingen. Verontwaardigd tik ik op het raam.

'Niet doen.' Geluidloos, overdreven langzaam, vormen mijn lippen de woorden. Ik zie drie paar donkere ogen als ik, iets vinniger, voor de tweede keer tik. 'Niet tegen de auto leunen.' Ik schud heftig nee, terwijl mijn wijsvinger synchroon mee nee-t. Ineens zie ik mezelf weerspiegeld in het vuile raam. Warrige pieken grijsblond haar en een afkeurende mond. De groeven in mijn gezicht worden er nog dieper door.
Hoezo verontwaardigd over de winst van Wilders, schiet het door me heen. Zijn drie Marokkaantjes bij een auto meteen vandalen? Hoe oud zullen ze zijn? Zeven, acht jaar? Schuldbewust open ik het raam.
'Wonen jullie ook hier?' roep ik. De jongetjes komen dichterbij.
'Ja, totdat ze volgend jaar de huizen afbreken,' zegt een van hen terwijl hij aan zijn gestreepte Zeeman-shirtje plukt dat onder de grasvlekken zit.
'Oh. Jullie krijgen zeker vervangende woonruimte?' Nee, ze geven ons verderop in Krispijn een flat,' vertelt de jongen die in het midden staat. Iets kleiner en bleker is hij dan de andere twee. Ik schiet in de lach.
'Waarom komt u hier wonen, terwijl wij er allemaal uit moeten?' vraagt de ernstige. Zijn stem klinkt bozig. Ik had niet moeten lachen besef ik.
'Ik kom hier niet wonen. Mijn zoon trekt hier in. Hij mag blijven totdat ze de boel hier afbreken.'
'Kan die dan niet zelf behangen?' vraagt het Zeeman-shirtje.
Even aarzel ik of ik dit praatje nog zal voortzetten. Snotapen zijn het. Maar ik verman me. Respectvol zijn, ook naar kinderen.
'Hij heeft het te druk met zijn studie. Tentamens. Dus doe ik het vandaag even voor hem. Zo help je elkaar.' Terwijl ik dit zeg, zie ik dat de kleinste jongen wegloopt naar het raam van de zijkamer. Hij roept iets in het Marokkaans naar de andere twee. Ze komen onmiddellijk naar hem toe. Ze giechelen en wijzen.
'Billy Boy, Billy Boy,' hoor ik hen zeggen.

Ik haal mijn schouders op. Nog twee banen behangen en dan kap ik ermee. Zo klein als ze zijn hebben de jongens wel gelijk. Waarom doet Stefan het niet zelf? Ik concentreer me op het afsnijden van de baan. Een lastige, want die is voor bij de wastafel en het stopcontact. Het lukt niet goed. Ik verfrommel de baan en probeer het opnieuw. Het puntje van mijn tong glijdt van links naar rechts over mijn bovenlip. Meten, passen en knippen. Lijm op de muur en plakken maar. Met de bostel strijk ik vanuit het midden naar de zijkanten. Goed zo, alle bobbels glijden weg. Bij het stopcontact snij ik het behang voorzichtig af met een stanleymes. Ik doe een stap naar achteren om het resultaat te bekijken. Niet slecht.
Plotseling dringt er een kabaal tot me door. Alsof er een troep kwetterende kauwen is neergestreken in het voortuintje.
Ik draai me om naar het raam. Een stuk of twintig donkere koppen verdringen zich voor het raam van de zijkamer. Ze stoten elkaar aan. Anderen zie ik in aantocht, op hun fietsjes en waveboards. 'Billy Boy, Billy Boy' roept de een na de ander.
De kleine ziet dat ik hen in de gaten heb. Hij loopt terug naar mijn raam en vraagt: 'Mevrouw, Billy Boy, wat is dat?' Zijn dubbelzinnige blik verraadt dat hij naar de bekende weg vraagt.
Er gaat een lichtje bij me branden. Ik herinner me dat Stefan vertelde dat hij de etage kaal en leeggehaald had aangetroffen. Bij het bezichtigen had hij getwijfeld of hij wel ja zou zeggen tegen deze woning. Er was namelijk geen centrale verwarming. 'Maar' had de man van de woningverhuur verteld, 'er zijn wel aansluitingen voor gaskachels. Kijk maar.' Hij had een plank weggetrokken van de muur waarachter een pijp verborgen zat naar de schoorsteen. En raad eens wat. In die pijp hadden ze een pakje condooms gevonden. Stefan vond het kostelijk. De Marokkaanse zoon - het gezin woonde hier al zeventien jaar vertelde de verhuurder - had vast wilde avonturen waar niemand van mocht weten. 'Een artefact,' zei Stefan, 'dat gooi je toch niet zomaar weg.' Ik had ze even in mijn hand gehad en toen weggelegd. Op de vensterbank van de zijkamer. En nu was heel jong Krispijn dus uitgelopen om dit te aanschouwen.

'Mevrouw, Billy Boy, wat is dat?' herhaalt de kleine zijn vraag.
Welk spel wordt hier gespeeld? Iedereen wordt opgetrommeld, maar het mag niet benoemd worden. Daar doe ik mooi niet aan mee besluit ik.
'Je weet heel goed wat dat zijn. Dat zijn condooms.'
'Condooms!' gonst het door de groep. 'Billy-Boycondooms.'
'Wat zijn dat dan, condooms?' De kleine duwt zijn hoofd door het raam. Het hoofd van de jongen met de schram volgt meteen.
'Dat vraag je maar aan je moeder,' zeg ik. 'Hup, wegwezen hier.'
'Vertelt u het nou, mijn moeder is ziek,' zeurt de schram.
'Dan vraag je het maar aan je vader,' zeg ik, terwijl ik mijn laatste restje geduld voel verdampen.
'Mijn vader slaat me als ik het vraag,' roept de kleine.
'Nou, dat is dan mooi jullie probleem,' snauw ik. 'Koppen weg nu, anders komt je hoofd tussen het raam. Ik ga het nu sluiten.'
'Mevrouw, mevrouw, wat zijn condooms?' roept de hele groep. Ze tikken en bonzen op het raam. Gek word ik van die kwetterende stemmen en zoekende ogen die al mijn bewegingen volgen. Boos stap ik naar de andere kamer, gris het pakje condooms uit de vensterbank en smijt het in de wc. Ik laat me op de wc zakken. Met mijn hoofd in mijn handen, elleboog op de knieŽn, blijf ik zitten. Uit het zicht in het donker. Pas als ik me stijf voel worden, sta ik op.
Zou die roedel er nog zijn? Er dringen geen kreten meer door de wc-deur. Voorzichtig loop ik naar de deur en gluur naar het raam. Geen zwarte koppies meer boven de vensterbank. Snel stap ik de kamer binnen en graai mijn spullen bij elkaar. Ik verzeker me ervan dat alle ramen hermetisch gesloten zijn, haast me naar de voordeur en draai de sleutel op het nachtslot. Als ik de woning uit stap, komt er een jongetje op een roze fiets, broertje achterop, slingerend aanrijden. Hijgend stopt hij en vraagt: 'Ik hoorde dat je hier condooms kunt kopen?'
'Rot op,' snauw ik als ik naar de auto loop. Ik heb zin om tegen zijn fiets te trappen.


Maria Ros