Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
De legendarische komst van Franciscus - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
De legendarische komst van Franciscus

Vol weemoed keek ik uit het raam. Het was net alsof ik de door mijn opa gemaakte spionnetjes nog aan de buitenkant van de vensters van het oude pand bevestigd zag. Hoe vaak had ik vanaf dit punt niet naar buiten gekeken en een prachtig uitzicht over een mooi gedeelte van de lange Voorstraat gehad. Aan de ene kant kon ik net de voorgevel van de kerk der Augustijnen zien, terwijl ik - als ik door het linker spiegeltje naar buiten keek - de marktbezoekers vanaf het Scheffersplein zag komen, terwijl de klanken van draaiorgelmuziek mijn oren vulden.

Nu reikte mijn blik minder ver dan zo'n tien jaar geleden. Ik zag de authentieke pittoreske geveltjes. Iedere faade was weer uniek in zijn soort, kenmerkend voor zo'n oude stad als Dordrecht. Even leek er niets veranderd te zijn: boekhandel De Bengel had de keurig gerangschikte boeken buiten op tafel liggen en trok de aandacht van enige voorbijgangers. De hengels van De Kleine Beurs stonden weer statig klaar, terwijl bij Martinot degelijke paraplu's in de etalage prijkten.
In mijn ooghoek zag ik de kurktegels nog tegen de wand in de woonkamer hangen. De door mijn vader geconstrueerde wanden met de kleurrijke wandposters, die de ouderlijke slaapkamer, de keuken en nog een slaapkamer van het woongedeelte gescheiden hadden, stonden nog stevig op hun plaats. Wat een contrast met de begane grond, die reeds met puin gevuld was. Met mijn zoontje van anderhalf op mijn arm verliet ik de woonkamer en liep via de gang naar de zaal waar ik als kind altijd mijn vreugdevolle momenten met anderen had gedeeld. Deze ruimte had ondanks de leegte nu, niets van zijn charme verloren: de metershoge groene radiatoren leken als vanouds hun warmte in dit liefdevolle huis uit te stralen. De oude naaimachine van Singer stond nog in de hoek. Zoiets vind je nu alleen nog maar in een museum, dacht ik nog.

'Mijn vader was zo'n machine niet vreemd geweest,' hoorde ik plotseling iemand zeggen. In een van de andere hoeken zag ik een kleine, vermagerde man zitten, die ik aanvankelijk voor een van de slopers hield. Hij zag eruit alsof hij dagen niets gegeten had. Welbeschouwd was hij vel over been. Hij had een langwerpig gezicht met een korte zwarte baard. Alles aan hem leek kort en klein: zijn armen, benen, voeten? Hij droeg ruige, niet-alledaagse kleding.
'Bent u familie van de Gebroeders Bervoets, die hier in de jaren zestig van de vorige eeuw een eigen kledingatelier hebben gehad?' vroeg ik. Er verscheen een glimlach op zijn rustige gezicht. 'Bar voets,' zei hij, 'bar voets. Nee, maar mijn vader zat wel in de stoffen.'
Pas nu drong het tot me door dat hij geen schoenen aan zijn voeten had. Hoe kon hij op deze manier zijn werk goed uitoefenen? 'Ik vind het zeer vriendelijk van u en uw mannen dat ik mijn zoontje nog een rondleiding door mijn ouderlijk huis mag geven voordat het tegen de vlakte gaat.' Ik drukte mijn kleintje tegen me aan; tot nu toe was mijn altijd zo levendige kind opmerkelijk stil geweest. Bemerkte hij iets dat anders dan anders was?

Mijn gedachten werden afgeleid door het gekwetter van de vogels die zich in een v-vorm voor n van de hoge ramen hadden verzameld. De dieren bewogen nauwelijks hun vleugels, toch zweefden ze gracieus in de helderblauwe lucht. Nog nooit had ik vogels voor dit raam gezien. De ramen kwamen namelijk uit op een binnenplaats, waardoor de ruimte praktisch afgesloten was. Nu waren deze wonderlijke vogels in groten getale verschenen. Juist op dat moment voelde ik dat mijn zoontje zijn hoofd oprichtte en begon te lachen. Hij keek me met zijn grote groenbruine ogen aan. Ik op mijn beurt keek afwisselend van hem naar de man vr ons en zag de vredige blik die van beide gezichten af te lezen was. Mijn hoofd stroomde vol met een vloed van vragen: wat deed deze man in mijn bijna teloorgegane ouderlijk huis? Wat hadden de vogels met hem van doen? Wat hadden mijn kleine hummel en deze tot op dit moment nagenoeg zwijgende man met elkaar te maken? Tot de verschijning van de vogels had de man zijn blik constant naar de grond gericht, alsof de rest om hem heen er niet toe had gedaan. Hij leek uit een andere wereld te komen.

Er beving mij een vreemd maar tegelijkertijd vredig gevoel: 'U bent niet van hier h, meneer? Heeft dit met het einde te maken?' Ik bedoelde het einde van mijn ouderlijk huis dat er weldra niet meer zou zijn. Hij vatte mijn vraag anders op en antwoordde bedachtzaam: 'In de tijd van Paulus van Tarsus, die dezelfde leermeester heeft gehad als ik, dachten de mensen ook aan het laatste der dagen. Deze Paulus sprak in zijn tijd de Grieken toe. Ik op mijn beurt heb de eer de afstammelingen van de tegenstanders van dit volk in de ogen te mogen kijken.'
'Hoe bedoelt u dat?' vroeg ik. Hij antwoordde: 'Mijn lieve vrouwe, het is u toch wel bekend, hoe de Trojanen voor de Grieken op de vlucht sloegen toen de Grieken met het vermaarde paard de stad hadden ingenomen, waarna Dorethus, een van de leiders der Trojanen, naar het Houtland is getrokken.'
Verdwaasd had ik staan luisteren. 'Bent u Dorethus?'
'O nee,' zei hij, 'ik ben de minste aller broeders.' - Of verstond ik nou 'minnebroeder'?
'Ik ben niet afgezonderd van de rest, maar mijn verbondenheid met hout is sterker dan bij de meesten van mijn soortgenoten. Mijn voorkeur voor Houtland, ofwel Holland is altijd blijven bestaan. Mijn meester heeft immers aan het hout geleden? En mijn innige liefde voor Dorethus, ofwel Dordrecht, dat naar zijn stichter is vernoemd, is zo diep gegrond. Uw stad is immers met schapekoppen gevuld! Hoe zou ik geen band kunnen hebben met het geslacht van het Lam, mijn heer en meester?''
Deze man was kennelijk alles dierbaar waarin een allegorische gelijkenis met de Zoon van God kon worden gevonden. Maar waarom had hij juist deze locatie uitgekozen om zijn schapen in het Houtland te bezoeken? Alsof hij mijn gedachten kon lezen, vervolgde hij: 'De vergetelheid van mijn meester lijkt bij de moraal van deze tijd te horen. Vergeet echter nooit dat er meer is tussen hemel en aarde, en dat de mens daar zonder het te weten zelf aan bijdraagt! Daar waar mijn naam heeft geleefd en weer komt, verschijn ik als de tijd daar rijp voor is. Ik ben tot een legende verworden, maar zoals je ziet, ben ik springlevend! En zo zal het altijd zijn: een naam wordt de eeuwen door gedragen en leeft altijd voort. Zelf hechtte ik hier tijdens mijn levensdagen weinig waarde aan, totdat ik later ontdekte dat er altijd een diepere betekenis achter iemands naam schuilt. Over grenzen van tijd en ruimte heen blijven mensen met elkaar verbonden, wat uiteindelijk een hoger doel zal dienen.'

Na de woorden van deze in een habijt geklede man, besefte ik hoe belangrijk het bezoek van mijn kleine zoon aan mijn ouderlijk voor mij was. Nu leek het accent van deze dag te zijn verschoven naar de ontmoeting met zijn - en tevens mijn - naamgenoot.
Met de kleine Franciscus op mijn arm verliet ik de voor mij zo vertrouwde ruimte. Voordat ik de trap af liep, keek ik nog even naar het achtergebleven steentje in de muur, waarin de namen van mijn ouders waren gekerfd: Ria en Frans. Vielen nu toch nog alle stenen op hun plaats? Nee, ze zouden weldra worden afgebroken. De legendarische man leek het uitwissen van onze naam op deze plek om de n of andere reden te hebben willen voorkomen.


Francis van 't Hoen-Meijer


In het pand aan de Voorstraat 244 woonde van 1978-1997 de familie Meijer. Frans Meijer (volledige naam: Franciscus Gerardus) had de gehele bovenverdieping samen met zijn vrouw Ria en haar ouders tot een prettig woonhuis verbouwd. De familie Meijer heeft daar met hun dochters Francis en Margreet ruim twintig jaar geleefd. Frans was destijds bedrijfsleider van meubelzaak Monti Meubel, die zich onder het woonhuis bevond.
Voordat in de jaren zeventig van de twintigste eeuw deze gerenommeerde meubelzaak haar deuren opende, was in dit pand de kledingzaak van de Gebroeders Bervoets gevestigd.
Op 25 april 2008 heeft de familie het pand, een paar dagen voordat het werd gesloopt, een laatste keer betreden. Dit was vooral zo bijzonder, omdat tevens Gabril Franciscus, het anderhalf jaar oude zoontje van Angelo en Francis hierbij aanwezig was.
Een paar jaar na de sloop is hier een nieuw pand opgetrokken, waarin dertig appartementen werden gevestigd.