Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
Heen- en weerwolf - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
Heen- en weerwolf

Annie M.G. Schmidt is mijn favoriete kinderboekenschrijfster. Ik groeide op met haar verhalen en versjes en heb haar boeken letterlijk stukgelezen.
Mijn verzamelde Jip en Janneke-paperbacks staan, zorgvuldig bijeengehouden door talloze stukjes uitgedroogd plakband, nog steeds in een kast op mijn zolder. Vijftien jaar geleden kocht ik als een echte Annie-fan voor mijn toen kersverse pleegzoon het boek Pluk van de Petteflet. Het werd een van zijn lievelingsvoorleesboeken.

Pluk, een ondernemend jongetje met een rode kraanwagen, probeert de Torteltuin te redden uit de handen van volwassenen die niet van wildgroei houden.
De Torteltuin is een vrijplaats voor kinderen en dieren, te midden van een overgeorganiseerde, nette woonwijk. Pluk trekt ten strijde tegen de ongebreidelde expansiedrift van projectontwikkelaars en andere overspannen regelneven. Uitvalsbasis voor dit avontuur is een leegstaande torenkamer in de Petteflet, vanwaar Pluk over de hele stad kan uitkijken.

De eerste ontmoeting die ik heb op mijn speurtocht naar nieuwe verhalen in Stadspolders is bij Truus in de Dudokflat. Ze woont hoog en licht en heeft een mooi uitzicht op dit deel van de stad. Ze wijst me op een dakpunt die qua bouwstijl nogal afwijkt van de omliggende architectuur. Het is het dak van De Kleine Rug, vertelt ze enthousiast, een natuurvriendenhuis van het NIVON waar ze vaak komt.
Mijn nieuwsgierigheid is gewekt. Een Torteltuin, midden in Stadspolders?

Ik krijg een mobiel telefoonnummer van de schipper die samen met zijn vrouw in het voorhuis van De Kleine Rug woont. Ik moet hem bellen als ik de oversteek wil maken naar dit schiereiland aan het Wantij. Het huis is alleen per boot te bereiken.
Het doet me denken aan de heen- en weerwolf uit Pluk. Dit verdient uitleg. Pluk moet tijdens zijn avontuur ook een oversteek maken en ontmoet dan een bijzondere veerman. De ruige, vervaarlijk uitziende heen- en weerwolf blijkt bij nader inzien z aardig te zijn dat hij Pluk het liefst de hele wereld zou willen laten zien.
Zo'n veerman wil ik ook wel eens ontmoeten... Mijn volgende afspraak zal in De Kleine Rug zijn.

Op de wal bij het gemaal toets ik het nummer van de schipper. Na drie pogingen klinkt een opgewekte vrouwenstem: er is al iemand naar je onderweg! Het kleine bootje dat ik zie naderen blijkt een naam te hebben. Ik tuur en spel: de Heen- en weerwolf!
Een aardige jongen vaart me naar de overkant. Hij blijkt een vrijwilliger te zijn die de schipper helpt met allerlei klusjes.
Na mijn interview, terug naar de boot, stuit ik onderweg op een boomlange kerel met naast zich een blaffende zwarte hond met witte ogen. De hond is blind. De man heeft onderzoekende, vriendelijke ogen. Stoere blik, strak achterovergekamd haar in een zwarte capuchon. Mijn oog valt op een flinke staart die op een onverwachte plaats onder een jasrand door piept. Komt die staart nu van boven of van beneden?

Bij een volgend bezoek word ik opgehaald door een aardige blonde vrouw. Ze is handig met de boot en vertelt me terloops dat de vier mensen met wie ik een afspraak heb, helaas allemaal verhinderd zijn.
Mijn plan om in n middag vier verhalen te scoren, valt met deze mededeling dus in het water.
In een gemoedstoestand van teleurstelling word ik op de kant geholpen door de heen- en weerwolf, die me meteen maar een kop koffie aanbiedt en me uitnodigt om daarna samen met hem zijn territorium te bekijken. Ik ben er nu tch.

In de voorzichtige voorjaarszon ruik ik de zware geur van humus en wilgetenen.
'Hebbie opium op?' Zijn vraag overvalt me. Ik stamel dat ik niks heb met drugs. 'Ik bedoel je luchie.' Een schamper lachje. Ik verbaas me over zo veel sensitiviteit. We lopen ruim drie meter uit elkaar en ik sprenkel iedere ochtend hooguit n druppel eau de parfum, inderdaad van het bewuste merk, achter mijn oren. We struinen verder en de heen- en weerwolf toont me zijn wilgenkathedralen en luchtkastelen. Ik verlies mijn gevoel voor tijd en ruimte en vind mezelf terug op een omgezaagde boomstam, luisterend naar verhalen over moed en krijgerschap.

Terug in het bootje word ik vriendschappelijk omhelsd en met een 'wat ruik-ie toch lekker; ng gewoon!' sta ik na een lange omweg weer aan wal.


Anne Pillen