Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
Werkplaatsgevecht bij Lips - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
Werkplaatsgevecht bij Lips

In 1965 woonde ik met mijn vrouw en eenjarig zoontje Tonny op de Staart in de Spaarnestraat. Het was een bedrijfsflat van Lips Brandkasten en Sloten B.V. Door de woningnood gedwongen was ik daar gaan werken, want twintig jaar na de oorlog was die nood in Dordrecht nog verre van opgelost. Rondom lag leeg bouwterrein. Het uitzicht werd beheerst door de Centrale Merwedehaven. Achter zag je in de verte het nieuwe bedrijf Dupont. Op nevelige avonden waren van deze giganten soms alleen de lichten te zien.

Lips aan de Merwedestraat anno 1965: een slecht bedrijf mag ik het niet noemen. Het salaris was er redelijk, het werktempo lag niet al te hoog en in de werkhallen waren zelfs al koffieautomaten. Maar desondanks hing er een conservatieve mentaliteit die op mij beklemmend overkwam. Zo had je er toen twee kantines: een voor de 'witte boorden' en een voor 'Jan Boezeroen'. Reden dat ik er nooit een voet over de drempel heb gezet. Ik miste bij Lips de humor en arbeidsvreugde van mijn vorige werkgever, Van Twist.
Als je bij Lips geen 25 dienstjaren had, telde je niet mee. En mensen die zo'n tijd hetzelfde werk hebben gedaan, zijn meestal niet al te plooibaar.

In het begin werkte ik er in de afdeling Montage Kantoorinrichting. Nogal eentonig; het duurde dan ook niet lang of ik ging weer solliciteren.
Het was Afdeling Personeelszaken van Lips bekend geworden dat ik Fokker had aangeschreven. Daarom boden ze me te elfder ure nog een 'bevordering' aan: kwaliteitscontroleur voor de onderdelenaanmaak. Dit vanwege mijn bij Van Twist behaalde diploma Technisch Tekeninglezen en omdat ik, in hun ogen, toch wel een nette vent bleek te zijn.
Nu, met mijn in het leven verzamelde ervaring wil ik iedereen die het bij zijn baas niet meer ziet zitten, met klem aanraden: als je weg wilt, g dan en laat je niet lijmen met mooi schijnende 'op-de-valreep'-promoties! Ik was toen zo naef om dat wel te doen.

Kwaliteitscontroleur - dat klonk! Ik had mijn voorganger als een soort opzichter door de hallen zien lopen in een keurige groene stofjas met een indrukwekkende map tekeningen onder de arm. Daarbij had hij een eigen 'bazenbureau' op een verhoging, zodat hij overzicht had over de afdeling. Dit alles was natuurlijk aanlokkelijk voor mijn ego. Waarom die voorganger de pijp aan Maarten had gegeven interesseerde me, dom genoeg, niet. Op zijn minst had ik Personeelszaken en mezelf de vraag moeten stellen wat dat baantje precies inhield.

Daar kwam ik snel achter. Ik kreeg mijn stofjas en mijn bazenbureau en verder moest ik maar zien. Aan mijn oudere collega-controleur had ik weinig. Aan mijn chef, Van Erel, zelfs helemaal niets. Iedere morgen wachtten wij aan de voet van het bureau van de chef zijn instructies af en behalve een 'goedemorgen' zweeg hij meestal, terwijl hij met ziekelijk opgezwollen oogleden balend voor zich uit zat te staren. Mijn verzoeken om werkmateriaal werden afgedaan met: 'Dat komt nog wel als ik wat meer tijd heb.' Terwijl hij nota bene de hele dag maar wat ronddrentelde.
Het eerste dat je nodig hebt om onderdelen te kunnen controleren zijn deugdelijke werktekeningen en die waren er niet, of mijn chef was gewoon te beroerd om ze in het archief op te zoeken. De tekeningen d ik had, waren verouderd en nauwelijks leesbaar. Ik controleerde dus maar op de bonnefooi. Soms vroeg ik de juiste maten bij de werkplek op en mocht ze dan bij de gratie gods opnemen. De medewerkers van de onderdelenaanmaak zagen zo'n bemoeial niet zitten, hun bazen evenmin.
Als ik af en toe met iemand praatte, kreeg ik bedekte toespelingen: dat ik de mensen van het werk hield. Van een afstand wist ik me steeds misprijzend beloerd door de productiechef. Een chagrijnige vereniging.

De geschiktste mensen vond ik de Spaanse gastarbeiders. Die konden tenminste nog lachen. Verder liep ik wat verloren rond op dezelfde manier als mijn kleurloze chef n, begreep ik nu, zoals mijn voorganger dat gedaan had: in zijn stofjas met een map verlopen tekeningen onder de arm.

Dat kon natuurlijk niet goed gaan. Op een zeker moment kreeg ik knallende ruzie met Manders, de nurkse baas van de puntlasserij. Zijn met Brabantse tongval geuite scheldwoorden waren de bekende druppel. Gedresseerd door de harde maar eerlijke Krispijnregels van vroeger haalde ik uit, daarbij vergetend dat ik nu een getrouwde vent van 24 was in plaats van een buurtjochie van veertien. Manders sloeg terug, we grepen elkaar beet en even later lagen we over de groezelige vloerplaten te rollen, onder de ogen van achter hun machines of werkbanken verstarde puntlassers. Hoewel de potige man zich goed weerde, delfde hij niettemin het onderspit. Ik weet niet wat er gebeurd zou zijn als twee collega-bazen me niet op tijd van hem hadden weggetrokken. Nu bleef de schade beperkt tot een blauw oog en een buil voor de ander en een dikke wang en een paar schaafwondjes voor mij. De fysieke schade wel te verstaan, want dat dit het abrupte einde van mijn Lips-loopbaan betekende, spreekt vanzelf.

Het einde van mijn vierde baantje na de mulo. Twaalf ambachten, dertien ongelukken. Als ik me ooit zo heb gevoeld, was het toen wel. Er dreigden ernstige financile problemen, temeer daar er bij contract bepaald was dat de huur voor Lips-flats voor ontslagen werknemers met bijna dertig procent zou worden verhoogd!

Op dus naar Fokker aan de Mijlweg in Dordt West, waar ik een paar maanden eerder had gesolliciteerd. Ik werd er te woord gestaan door een sombere man die al was ingelicht door Lips... Het gaf toch geen pas om zomaar iemand af te drogen omdat die iets zei dat je niet beviel? Bij meningsverschillen prtte je. Zo ging de man een tijdje door.
Ik gaf mezelf al geen schijn van kans meer toen ik hem hoorde zeggen: 'Wat ons betreft kun je maandag beginnen. Kom nu maar mee naar het kantoor voor de afwikkeling.'
Een halfuur later, bij de bushalte Zeehavenlaanviaduct, heb ik inwendig de Heer staan danken...

Joop den Otter