Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
Amerikaans orgelen in Dordt - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
Amerikaans orgelen in Dordt

Na een opleiding in Duitsland, startte mijn vader halverwege de jaren zeventig een bedrijf in Dubbeldam als orgelbouwer. Zijn werkplaats op de Dubbelsteynlaan West bouwde hij in de tussentijd opnieuw op. In dit huis annex werkplaats ben ik geboren en opgegroeid. Mijn grootouders kochten het pand in 1965 en omdat het te groot was voor één gezin, werd het in drieën verdeeld.

Mijn vader kon door een gelukkig toeval bij een goede leermeester zijn vak leren. Doordeweeks was hij in Duitsland en in de weekends werkte hij 's zaterdags thuis in de werkplaats.

Op zekere dag stond er iemand op zo'n zaterdag op de stoep, een Amerikaanse multimiljonair, die in de stad een huis had aan het Maartensgat. Je zag het niet zo aan hem. Als je hem buiten op straat had zien lopen, zou je gedacht hebben: goh, geef die man een gulden voor een bakkie koffie...
De man bleek een zeer groot orgelliefhebber te zijn. Hij zei tegen mijn vader: 'Ik wil jouw bedrijf gaan sponsoren.' Mijn vader wilde daar eigenlijk niets van weten, want hij wilde zijn bedrijf in eigen beheer opbouwen. De Amerikaan bleef volhouden. Hij zei: 'Okay, dan wil ik het in een ander vat gieten. Jij gaat voor mij ooit een orgel bouwen.'

Die man heeft altijd contact met ons gehouden. Hij had ook huizen in Noorwegen en Spanje, en hij had een zeewaardig jacht, dus hij zat overal en nergens. Af en toe kwam hij langs en doneerde in een potje voor zijn orgel.

In die tijd was ik nog een klein ventje van een jaar acht. Ik ging in de schoolvakanties altijd met mijn vader mee als hij een klus had. Ik vond het prachtig en het leverde wel eens een centje op. Maar het was toen voor mij nog niet echt een passie. Meegaan was soms best saai, want sommige werkzaamheden duurden eindeloos...

Na de lagere school ging ik naar de lts en koos voor elektrotechniek. Mijn vader vroeg in die periode of ik in zijn bedrijf wilde werken. Ik zag mezelf toen eigenlijk meer bij de radio-omroep zitten, als technische man. Mateloos interessant vond ik dat. Uiteindelijk koos ik toch voor het orgelbouwen en moest een meubelmakersopleiding gaan volgen. Na de avondopleiding in Rotterdam ben ik gestart bij het bedrijf. Opnametechniek is nu een hobby van me.

Eind jaren tachtig is de Amerikaan voor wie we dat orgel zouden maken ziek geworden. Toen moest er natuurlijk snel wat gebeuren. In zijn woonplaats in Amerika, Essex, New York, een heel klein dorpje, hebben we een prachtig orgeltje voor hem gebouwd.
Die man had een kennis, een organist die ook van Amerika naar Dordrecht was geëmigreerd. Deze David Ulrich woonde in de Binnen Kalkhaven op een woonark. Daar stond zijn orgel. Mijn vader kreeg daar wel eens les van hem. Ik ging soms mee als klein ventje. Het leuke van die les was dat als ze klaar waren en samen een bakkie deden, ik het lesje keurig na mocht spelen. Die organist meende dat ik een natuurtalent was, maar dat was toch wat te hoog gegrepen. Ik was namelijk te lui om noten te leren lezen.
Die David Ulrich zei wel eens dat noten lezen leuk was, maar dat muziek maken nog veel leuker was. Echte muziek om van te genieten hoor je volgens hem pas van musici bij wie het uit de tenen komt. Eigenlijk is dat papiertje met noten alleen handig om later nog eens na te spelen.

Ik heb een heel brede muzieksmaak ontwikkeld. Ik denk dat dat is ontstaan doordat ik van jongs af aan veel verschillende soorten muziek heb gehoord. Mensen die bij mijn vader in de werkplaats kwamen, namen vaak cassettebandjes mee met allerlei soorten muziek. Die speelde ik thuis dan weer af. Die Amerikanen namen bijvoorbeeld bandjes mee met theaterorgelmuziek, muziek voor het orgel dat vroeger, in de jaren twintig en dertig, de stomme film begeleidde.
In Amerika was het bioscooporgel heel erg populair. Toen ik die muziek voor het eerst hoorde, ging er een wereld voor me open. Ik vond het een ontdekking om te horen dat een orgel ook zó kon klinken. Zo'n orgel is identiek aan een kerkorgel, maar er zitten meer toeters en bellen op. Het heeft ook andere klankkarakteristieken. Daar ben ik toen eens ingedoken. Zo kwam ik aan muziek die ik graag wilde spelen. Vooral nummers van Gershwin, Glenn Miller en andere jazzmuzikanten.

Bij verenigingen in Dubbeldam houden we wel eens lezingen over ons vak. Ik vind het dan leuk om ook eens andere aspecten van een orgel te laten zien of horen. De meeste mensen zien een orgel in de kerk en daarmee houdt het op. Er gaat een hele wereld voor ze open als ik vertel dat er meer mee kan dan psalmen en gezangen spelen.
Zo plaatsten we eens een bestaand orgel over en pasten het aan voor kerkelijk centrum de Bron in Stadspolders. Tijdens de open ochtend werd het orgel getoond en de organisten zouden allemaal een stukje spelen. Iemand van de organisatie vroeg of ik zelf ook orgel speelde. 'Ja, op z'n janboerenfluitjes. Ik speel een beetje jazz, Gershwin-achtige dingen vind ik leuk om te spelen.' De man was even stil en vroeg: 'Kan dat dan?' Ja, natuurlijk kan dat! Een orgel is niks anders dan een orkest dat door één persoon bediend kan worden.
Hij zei: 'Jij gaat een stukje spelen!' Ik speelde eerst een jazzy wals, Tenderly, en daarna speelde ik een stukje Gershwin. De dominee was helemaal lyrisch.

Een orgel in een kerk, wat psalmengezang, that's it? Nee hoor, dat is maar een deel van wat een orgel kan. Er is zoveel meer!



Jan van der Veer