Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
Mijn Land van Valk - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
Mijn Land van Valk

Crayensteynstraat 83, daar ben ik ben geboren op 4 april 1934. Mijn drie oudere broers en ik woonden in een kinderrijke buurt: de Dubbelmondestraat, de Giessenmondestraat, Eemkerkstraat, Nessestraat en de Krommedijk. De katholieke woningbouw verhuurde er woningen. Daar hoorde ook de Oudelandstraat bij, tussen de Heysterbachstraat en de Dubbeldamseweg. Het was er gezellig. De mensen gingen goed met elkaar om en hielpen elkaar als het nodig was.

Toen in 1940 de oorlog uitbrak, was ik zes jaar. Ik kan me het bombardement op het Park Merwestein en de Buitenschool herinneren. Wij moesten naar de school in de Vriesestraat, bij de nonnetjes, waar veel kinderen uit het Land van Valk zaten.
In de hongerwinter werden nogal wat bomen in de buurt afgezaagd om de huizen te verwarmen, en in de gaarkeuken kon je een paar keer in de week eten halen. Ik ging, zo klein als ik was, met mijn broers mee langs de boeren in Dubbeldam om eten te vragen.
Maar in mei 1945 waren we eindelijk vrij. Wat een feest!

En de tijd draaide door. Toen ik jong was kwam je van school als je veertien was en ging je werken. Ik begon op mijn veertiende in het R.K. Ziekenhuis aan de Houttuinen.
In 1949 werd ik dienstmeisje. Drie jaar later leerde ik mijn vriendje kennen en met hem ben ik in oktober 1954 getrouwd. Een huis hadden we niet, dus woonde ik nog steeds in de Crayensteynstraat bij mijn ouders.
Hoewel er veel winkeltjes in de buurt waren, kwamen de bakker, de groenteboer en de melkboer aan de deur. In de mosseltijd kwam Jumelet met zijn kar door de straat en ook regelmatig met vis. De lorrenman en scharensliep, de schillenboer, allemaal verleden tijd maar het had toch iets.

In 1956 verhuisden mijn man en ik naar de Oudelandstraat.
In de jaren zestig stond er één autootje bij ons in de straat, dus onze kinderen konden er heerlijk spelen. Touwtjespringen, 'stoepranden', knikkeren, voetballen. Aan speelgenoten geen gebrek in die kinderrijke buurt.
In de winter, als er sneeuw lag, kon je met je slee heerlijk van de hobbels af of een grote sneeuwpop maken. Geschaatst werd er op de vijver bij de Twintighoevenweg. Zelf schaatste ik vroeger nooit, maar ik ging er wel naar toe, want daar kon je dan ook lekker op het ijs glijden. Later leerden mijn kinderen daar ook schaatsen en tegenwoordig beleven mijn kleinkinderen daar hun eerste valpartijen op het ijs.

Er is op het Land van Valk wat de huizen betreft niet veel veranderd. De helft van de Tieselensstraat en de Eemsteynstraat is afgebroken en daar is nieuwbouw gekomen.
En de Werkenmondestraat en wat daarachter ligt, is nieuwbouw van na de oorlog. In mijn jeugd was het allemaal weiland. Daarnaast liep de Koeiendijk; dit was indertijd het 'vrijersdijkje', dat weet ik nog uit ervaring! Verder is er niet veel veranderd aan dat gedeelte van Dordrecht.

Later kreeg ik in dezelfde Oudelandstraat een wat groter huis. Daar waren de kamer en de keuken één geheel en het was er voordeliger met stoken. Ook kregen we een douche, wat een hele luxe was. Daarvoor moest je eerst op gas water warm maken. Je moest dan wel genoeg gaspenningen in huis hebben, want die had je nodig voor het gasmeterkastje.
In de zomermaanden kwam de ijscoman. Dan was het soms feest voor de kinderen, maar iedere avond een ijsje was er niet bij! Mijn kinderen speelden veel in speeltuin Victorie. Tegenwoordig gaan mijn kleinkinderen er naartoe, want mijn dochter en haar gezin wonen ook op het Land van Valk.

De Dubbeldamseweg, waar nu de flats staan en de scholen, was vroeger weiland. Daar werden we vroeg in de morgen wakker geloeid door de koeien.
Aan het einde van de Crayensteynstraat had je de spoorbomen die vroeger met de hand werd bediend door een man, Dokman heette hij, die daar zijn woonhuis had. Die spoorlijn werd destijds het 'lijntje van Dokman' genoemd.

Ik zou wel willen dat er op het Land van Valk een seniorenflat zou komen. Ik zou zo weer teruggaan, ook al weet ik best dat het er niet meer is als vroeger. Er is natuurlijk wel het een en ander veranderd.
Vroeger leende je een kopje suiker, koffie of een gaspenning, zodat je kon koken. De verse melk die je bij de melkboer aan de deur kocht, werd in een pannetje gegoten en moest worden gekookt om goed te blijven, dus je had die gaspenningen altijd nodig.

Wat hebben onze moeders en grootmoeders toch hard gewerkt! Poetsen en nog eens poetsen.
Tegenwoordig hebben we een wasmachine, een magnetron, een waterkoker, koffiezetapparaat en stofzuiger. Vroeger moest alles met de hand gebeuren: vegen met bezem of stoffer en blik, dweilen, matten kloppen. Iedere week weer. En maandag was wasdag: wassen met de plank en een borstel. En als de was gedaan was, kwam het verstelwerk en kousen stoppen. Tijd om een boek te lezen was er niet bij!

Corrie Scharloo