Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
Trixies laatste dag - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
Trixies laatste dag

Het begon al vroeg die ochtend. Uit de bezemkast klonk een luid geklaag, dat door de hele school te horen was. Gelukkig lagen de kinderen nog thuis in hun bedjes, want het geklaag was werkelijk oorverdovend.

Tegen de muur in de kast leunde Trixie. Ze zuchtte eens diep en klaagde: 'We worden gewoon bij het vuilnis gezet, let maar op!'
'Welnee,' klonk het uit een donker hoekje in de kast, 'jij bent een nieuwe bezem, Trixie. Ik ben al een oude stoffer-en-blik. Als er iemand bij het vuilnis wordt gezet, ben ik het wel. Ja toch?'
Vermoeid keek Stoffer voor zich uit. Hij lag daar op die plank in de bezemkast en zag er grijs en versleten uit. De haren van zijn bezem waren in de war geraakt en stonden alle kanten op. De zilveren lak op zijn blik begon hier en daar al los te laten.

Zo had Trixie het nog niet bekeken. 'Sorry, Stoffer,' zei ze. 'Ik begrijp het. Jij bent er langer dan ik. Het zou vreselijk zijn als jij weg moet.'
'Ha!' zei Stoffer dapper, 'maar ze krijgen mij niet zomaar weg! Ik ben hier langer dan de oudste kinderen op deze school, ik hoorde al bij de Beatrixschool toen ik nog een klein stoffertje was!'
Stoffer draaide zich om en liet zijn blikken achterkant zien. 'Zie je?' Er zit zelfs een sticker op mijn blikkont waarop staat dat ik van de Beatrixschool ben!' Op de achterkant zat inderdaad een grote vergeelde sticker met daarop: Beatrixschool 1969.

Trixie grinnikte en duwde de deur van de bezemkast open.
Ze begon ijverig te vegen. Van vegen werd ze altijd vrolijk. Daar was ze immers voor gemaakt. Ze zong en danste door de gangen en veegde onder de speelkleden, waar de kleuters al het zand onder verstopt hadden. Ze veegde alle snoeppapiertjes op in de Boerderijschool, ze veegde alle papieren vliegtuigjes op, en veegde zelfs de vieze groene snotjes op die kinderen stiekem ergens aan afgeveegd hadden.
Trixie stopte even met haar werk en keek een van de lokalen in. Ze kende alle hoekjes van de school.
Het allerliefst veegde ze de poppenhoeken in de kleuterklassen. Ze deed dan soms of ze iets ging koken. Of dat ze een kopje thee ging drinken met Stoffer.
Ze kwam ook graag bij de zandtafels van de kleuterklassen om te zien wat de kleuters gemaakt hadden. Soms zag ze een zandkasteel, soms een hele berg vieze modder, maar ook wel tunneltjes en heuveltjes.
Trixie streelde met haar bezemharen langs de stoeltjes in de poppenhoek. Het was misschien wel de laatste keer dat ze deze hoek kon schoonmaken.
Langzaam veegde ze de hal aan. Ze spiekte langs de deur naar het speellokaal. Die prachtige speeltoestellen gingen vast ook weg. Ze deed de deur open en keek de zaal in. Zou ze nog een keer...?
Trixie haastte zich het berghok in en kwam er weer uit met een rode hoepel. Ze gooide de rode hoepel om zich heen en begon er rondjes mee te draaien. De hoepel tolde bliksemsnel rond haar slanke bezemsteel. Je zag alleen nog maar een roze waas om haar heen draaien.
Ze gierde het uit van plezier. Opeens werd ze duizelig en zakte op de grond, de gymzaal tolde nu rondjes in haar hoofd.

Een paar uur later glom de hele school van top tot teen. Al het stof was door Stoffer opgeveegd en Trixie stond tevreden in de bezemkast.
Plotseling klonk er gerammel aan de voordeur van de school. Daar heb je de kinderen al, glimlachte Trixie.
Maar tot haar grote verbazing kwamen er geen kinderen binnen. Er kwamen grote mannen binnen met platte kartonnen dozen.
Trixie keek bang om het hoekje van de bezemkast. Haar steel rilde en ze drukte zich dicht tegen de muur.
Voorzichtig trok ze de kastdeur in het slot. 'Even stil zijn Stoffer,' fluisterde ze, 'ze mogen ons niet ontdekken.'
Aandachtig luisterden ze naar de geluiden op de gang.
Er klonken twee zware mannenstemmen: 'Ja kom maar, een beetje naar links. Ho!' en: 'Even duwen, Jaap, ik pak alvast die dozen!'
Het praten op de gang duurde maar en duurde, maar niemand keek in de bezemkast.
Trixie werd weer een beetje rustig. Haar ogen waren gewend aan de donkere kast. Stoffer keek streng in haar richting, maar verroerde zich niet. Wat waren die mannen toch aan het uitspoken?

In de gang klonken nu voetstappen. Langzaam kwamen ze dichter bij de bezemkast. Trixie hoorde ze op zich af komen. Geschrokken drukte ze zichzelf helemaal achter in de hoek tegen de muur. Ze hield haar adem gespannen in en keek naar Stoffer.
De deur werd opengetrokken. 'Jaap, deze moeten ook weg, neem jij ze even mee?' riep een van de mannen.
Stoffer schrok en voordat hij kon beginnen met schreeuwen werd hij in een doos gestopt die vervolgens met plakband werd dichtgeplakt.
Stoffer keek om zich heen. Alles was donker. Hij lag tegen iets hards aan. Het was koud en had haren! Stoffer duwde het harige ding weg en drukte zijn stofferrug tegen de zijkant van de doos. Waar was hij nu? En waar was Trixie?
'Arie! Pak jij deze doos even aan?' hoorde Stoffer iemand zeggen. De doos met Stoffer erin werd mee naar buiten genomen door een grote man. Onder zijn linkerarm droeg hij de doos en met zijn rechterhand Trixie. Zij was te groot voor de doos.
De man gooide de doos en Trixie samen op een houten kar. Door de klap waarmee die op de kar terechtkwam, was de doos flink gedeukt en een stukje van het plakband was opengegaan.
'O, o, o, o...' jammerde Trixie, 'wat gaat er nu met ons gebeuren?'

Trixie kon Stoffer door het spleetje in het plakband in de kartonnen doos zien zitten. Zijn borstelige grijze haren stonden woest.
De kar begon langzaam te rijden en eindelijk durfde Trixie om zich heen te kijken. Naast haar lag een korte witte bezem. Ze had nog nooit zoiets gezien.
De korte witte bezem zag er gelukkig uit en lag op zijn rug naar de wolken te kijken. 'Zeg, maak jij je niet ongerust?' vroeg Trixie verbaasd.
'Huh?' reageerde de witte bezem vaag.
'Ben je niet bang voor wat er gaat gebeuren?' zei Trixie terwijl ze hem met grote ogen aankeek.
'Ach,' zei hij, 'ik ben gewoon hartstikke blij dat ik even rust heb.'
De korte witte bezem kreeg een brede glimlach op zijn gezicht. Het viel Trixie nu pas op hoe erg hij stonk.
De korte witte bezem kwam overeind en keek haar diep in de ogen. 'Aangenaam,' zei hij terwijl hij zijn vieze geur verspreidde, 'ik ben de wc-borstel.'
'Ieks!' gilde Trixie, en gauw rolde ze naar de andere hoek van de houten kar. De wc-borstel ging tevreden weer op zijn rug liggen en snoof de frisse buitenlucht op.

Na een tijdje stopte het wagentje voor een wit gebouw. Het rook er nieuw en zag er mooi uit. Maar wat stond daar nu op die muur? Dat was het logo van de Beatrixschool! 'Stoffer,' riep Trixie enthousiast, 'moet je kijken, er is nóg een Beatrixschool!'
Stoffer keek nors door de kier in de doos. 'Dat kan wel zo zijn, Trixie, maar het is en blijft een andere plek. Ja toch?'

Daar hoorden ze weer de zware voetstappen van de mannen. De doos waarin Stoffer zat werd opgepakt en op de grond gezet. 'Stoffer,' riep Trixie geschrokken, 'wacht op mij!'
Plotseling pakte een van de mannen haar beet. 'Hé Jaap, die bezem kunnen we meteen even gebruiken.' Trixies hart begon sneller te kloppen. Ze gingen niet naar het vuilnis. Stoffer, zij en alle anderen mochten gewoon blijven. De Beatrixschool ging helemaal niet weg, ze gingen alleen verhuizen.

Nu danste Trixie door de gangen van de nieuwe school. In een hoek zag ze de kartonnen doos staan met Stoffer erin. Ze zocht naar de opening in de doos en zag Stoffer nieuwsgierig de gang in kijken.
'En, wat vind je ervan?' vroeg Trixie.
'Tja,' gromde Stoffer, 'het is niet hetzelfde als de oude school, maar het ziet er wel een stuk nieuwer en netter uit. We gaan er weer iets moois van maken. Ja toch?'

Astrid van der Leun