Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
Een andere wereld - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
Een andere wereld

In de jaren twintig van de vorige eeuw liep de grens van de stadsbebouwing zo ongeveer langs de spoorlijnen. Krispijn was in aanbouw, maar van Wielwijk, Crabbehof of Sterrenburg had nog nooit iemand gehoord, laat staan van Stadspolders.
Dubbeldam was ver weg en de Staart was voor ons, jongens, vanaf de fabriek van Lips een oneindig groot griendgebied, waar je avonturen kon beleven en in de winter op eindeloze vlakten kon schaatsen. Op straat werd volop gespeeld, vooral gevoetbald. Dat kon, want auto's waren in Dordt net zo zeldzaam als jeu-de-boulesballen op IJsland.

In het tijdvak van zo'n twintig jaar tussen de twee wereldoorlogen was Dordrecht nog een gezapig eiland dat behalve per spoor alleen over water bereikbaar was. Het leven van de niet veel meer dan vijftigduizend inwoners en de bedrijvigheid waren nogal statisch.
De beroepsbevolking bestond voor een groot deel uit arbeiders van scheepswerven en enkele grotere bedrijven. Die leefden vrij rustig tot het begin van de jaren dertig. De wereldomvattende crisis veroorzaakte ook hier grote werkloosheid, waardoor veel arbeiders in werkverschaffingsprojecten terechtkwamen. De Dordtse Biesbosch, het gebied ten zuiden van de Wieldrechtse Zeedijk, overblijfsel van de St. Elizabethsvloed, werd in die tijd drooggelegd en ontgonnen. Bij onze oosterburen was het verstand op de loop; er ontstond oorlogsdreiging, en de opkomst van de NSB veroorzaakte nogal wat beroering.

Paard en wagen, dat was het vervoermiddel voor grotere vrachten in die tijd. Voor de kleinere was de handwagen het geijkte middel. De grote verhuiswagens van de firma Van Twist werden getrokken door twee machtige Belgische paarden, een vertrouwd straatbeeld.
Onze melkboer kwam dagelijks helemaal vanuit Dubbeldam verse melk bezorgen. Koelkasten bestonden immers niet in burgerhuishoudens. In de vakanties reed ik soms mee op de bok en mocht het paard mennen, zodat de man zijn klanten vlugger kon bedienen.
Op woensdagmiddagen ging ik wel naar bierbrouwerij De Sleutel op de Varkenmarkt. Dan mocht ik meerijden langs de cafés op de sleperswagen met biertonnen, om mee te helpen die tonnen in de kelders te rollen. Ik kende al heel jong alle kroegen van Dordt.

Ook de havens hadden een grote aantrekkingskracht. Daar was altijd wat te doen bij de schepen die aan het laden of lossen waren. Het leukst was toch wel om van een schipper die even de wal op moest, zijn roeiboot te 'lenen'. Het meest geschikt daarvoor was de Kalkhaven, want daar kon je uitwijken naar een trapje aan de andere oever als de eigenaar onverwachts terugkwam en dan zijn boot in het midden van de haven ontwaarde. De man moest dan natuurlijk een eind omlopen, maar die tijd had je nodig om te verdwijnen. Tot mijn zwakke verontschuldiging mag dienen dat ik toen nog erg jong was.
Ik kon gelukkig al wel goed zwemmen. Dat had ik geleerd in het zwembad aan de Vest in de Spuihaven, dat in de volksmond 'het vlooientheater' werd genoemd. Dit gemeentelijk zwembad werd begin 1930 gesloten wegens besmetting met de Ziekte van Weil, overgebracht door waterratten.
Daarmee kwam ook een eind aan de jaarlijkse zwemwedstrijd 'Dwars door Dordt', een evenement dat langs het gehele traject, van Noorderbrug tot Zuidersluis, veel toeschouwers trok.

De Spuihaven was oorspronkelijk een verdedigingsgracht die langs de Vest voor de oude stadswallen langs liep. Tot 13 mei 1940 heeft die oude gracht zijn oorspronkelijke functie vervuld. Op die dag voerden de Duitse luchtlandingstroepen onder generaal Kurt Student tevergeefs een stormaanval uit op de bruggen, die met succes werden verdedigd door pontonniers van het garnizoen en de wielrijders van de Lichte Divisie. Het is daarom des te meer onbegrijpelijk dat de gemeente de gracht, ondanks protesten van de burgerij, liet dempen om er een ambitieuze boulevard aan te leggen.

Een andere attractie voor de toenmalige jeugd waren de veerpleinen en de veerponten. Vooral bij zware ijsgang op de rivier, als de ijsbrekers bezig waren om de veerverbindingen open te houden, waren er veel nieuwsgierigen op de been om het spectaculaire schouwspel te volgen. In de winter van 1929 moesten de ijsbrekers echter het onderspit delven en kwamen de rivieren dicht te liggen tot diep in maart. Vanaf het Blauwpoortsplein naar het Veerplein van Zwijndrecht werd toen in de op elkaar geschoven ijsschotsen een pad gehakt om met niet al te zwaar verkeer de ravitaillering te verzekeren.

In het voorjaar, als de bloembollentijd aanbrak, raakten het Moerdijkse veer en het Zwijndrechtse veer overbelast door buitenlandse toeristen die per auto of touringcar de bloembollenvelden wilden bezoeken. Deze autostroom volgde de officiële ANWB-route, dwars door de stad, via de Johan de Wittstraat, Bagijnhof en Grote Kerksbuurt naar het Blauwpoortsplein. De op overtocht wachtende auto's stonden soms tot ver in de Grote Kerksbuurt. Een mooie gelegenheid om aan buitenlanders je adres te geven en te vragen of zij vreemde postzegels wilden sturen. Er waren veel jongens die zodoende aan een mooie verzameling zijn gekomen. Ik ken leeftijdgenoten die zelfs na dertig jaar nog zegels uit het buitenland toegestuurd kregen.
Met die veerponten heb ik altijd wat gehad en het was als jongen mijn streven om met zo'n mooie raderboot mee te varen en in de machinekamer te genieten van die mooie stoommachines. Maar een kaartje kostte wel vier cent, dus moest ik mijn toevlucht nemen tot de noodmaatregel om in de drukte, ingeklemd tussen de grote mensen, de controlerende pontbedienden te omzeilen. Ik kon toentertijd toch ook niet vermoeden dat ik later, veel later, nog eens in de positie kwam te verkeren om maatregelen tegen dergelijke frauduleuze handelingen te moeten nemen. Daarover heb ik echter geen gewetenswroeging gekregen. Dan moet je je maar niet laten pakken...

Dat gold zeker ook na 10 mei 1940, de dag dat weliswaar mijn jeugd abrupt eindigde, maar niet het avontuur; al kreeg dat avontuur een beduidend meer sinistere vorm tijdens de oorlogsjaren.

Arie Boers