Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
Leuk met de kinderen - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
Leuk met de kinderen

Het was april 1960. Koud en guur. Maar dat leek niemand te deren. Wat moest dat moest. De kachel was nog aan en dat betekende dat ik minstens twee maal per dag de kolenkit moest vol scheppen met de laatste restjes kolen uit de kist in de tuin. Een erg vervelend klusje, omdat tegen het voorjaar de kolenkist leeg raakte en ik telkens die smerige kolen bij elkaar moest schrapen. Dan zette ik het deksel van de kist tegen de schutting omhoog en klom in de kist om de kolen naar de schuif te vegen. Ik hoor het mijn moeder nog zeggen: 'Doe je best op school, anders word je kolenboer of putjesschepper.' Van putten wist ik niets, maar van kolen des te meer. En, dus deed ik mijn best...

Maar april betekende ook het einde van de lange-broekentijd. Weer of geen weer. Zoals je de voorjaarsschoonmaak niet een week eerder deed of uitstelde, zo gingen de lange broeken de kast in en droeg je tot oktober die verschrikkelijke korte broek. Al deed april ook toen al wat-ie wilde. Soms denk ik nog wel eens dat ik van geluk mocht spreken dat de zomertijd was afgeschaft in 1947 en pas weer werd ingevoerd in 1977, zodat het in april 1960 's morgens gewoon zeven uur was als het zeven uur moest zijn in plaats van nog een uur vroeger. En dat het dus niet ng akeliger was om op dat tijdstip achter op de fiets bij mijn moeder te vertrekken in de richting van het Wantijbad.

We fietsten via de arken in de Vlij, waar een vriendin van mijn moeder woonde. Zij had ook een zoon die moest leren zwemmen. Dat lag ook veel meer voor de hand als je op het water woonde, vond ik. Voor mij was het alleen maar een sadistische kastijding waarin vooral mijn moeder en de badmeester bevrediging vonden naar het mij voorkwam.
Ik, met mijn astmatische bronchitis eersteklas. Al bijna twee keer gestikt in mijn korte leven zonder daar een heel zwembad voor nodig te hebben gehad. Ik moest zo nodig leren zwemmen, 's morgens om zeven uur in het Wantijbad, waar op dat tijdstip verder nog geen weldenkende moeder of zwemlustige peuter te vinden was.

Eerst Dickie ophalen op de ark, dan nog de brug over langs het park. Fiets parkeren in het rek en op naar de ingang. Langs de kassa en het hek met prikkeldraad, alsof je een concentratiekamp betrad. Het bordje met de watertemperatuur wees meestal bemoedigend vijftien of zestien graden aan. Uitkleden in de hokjes die jaren later veel plezieriger herinneringen opleverden. En dan begaf je je naar het 'eenmetertwintig'-bad.
Daar stond de kampbeul al te wachten. Hij hees je in een tuig en even doorkomen was er niet bij. Meteen moest je via een klein trapje het ijskoude water in en als je maar even twijfelde gaf hij een ruk aan de hengel, zodat je vanzelf de bodem onder je voelde wegzakken en je zwemmen moest voor je leven. Voor, zijwaarts, achter, sluit. Voor, zijwaarts, achter, sluit. Ik weet niet meer hoe vaak en hoe lang ik aan die hengel heb gehangen, maar ik herinner me nog de gelukzalige warmte van de haard als we thuiskwamen en ik moest worden ontdooid, om vervolgens naar school te kunnen. Voor, zijwaarts, achter sluit.
Van het eenmetertwintig-bad ging je later naar 'het diepe'. Daar hing je weer eerst een poos aan een lijn en een tuig, maar daarbij hield de badmeester ook een hengel met een stalen beugel onder je keel om je kop boven water te houden. En als je maar even dreigde te verslappen en je hoofd te ver in het water zonk, voelde je de stalen ring op je keel drukken en kwam het niet in datzelfde hoofd op het te laten zakken. Een mens moet nou eenmaal leren zwemmen, maar als ik opzij keek, sprak de grijns op het gezicht van badmeester S. boekdelen. Voor, zijwaarts, achter, sluit. Eins, zwei, drei, vier.

Met blauwe lippen en trillend van de kou over mijn hele lichaam reden we naar huis, richting kachel, en daar dacht ik na over wat ik mijn moeder hoorde zeggen tegen haar vriendin op de fiets: 'Geen onaardige vent, die S. Vind je niet?'
'Nou zeker,' antwoordde mijn 'tante', want zo moesten we haar noemen terwijl ze niet eens een echte tante was. 'Het zal toch niet waar zijn wat ze van hem zeggen?'
'Hoe bedoel je?
'Nou, ze zeggen dat hij tijdens de oorlog...'
'Oh, dat,' zei mijn moeder weer. 'Joh, daar moet je je niets van aantrekken. Dat zijn allemaal praatjes. Ik vind het een joviale vent. En ook zo leuk met die kinderen.'

Badmeester S., leuk met de kinderen! Hij liet je net niet verzuipen in dat ijskoude water van het Wantijbad. Z leuk was hij met de kinderen.

En terwijl het beeld vervaagt en ik terugkeer in de werkelijkheid draai ik me langzaam om en loop in de richting van mijn glimmende rode sportwagen, die als een trouwe hond geduldig op me wacht en uitdagend staat te lonken in het zonnetje dat zich voor het eerst in april dit jaar van zo'n goede kant laat zien.
Nog n keer kijk ik om over mijn schouder, en het zwembad is weer gewoon het zwembad van nu. Zonder reling, tuig en een klootzak van een badmeester die ze in 1945 domweg over het hoofd hebben gezien en die zo leuk was met de kinderen.
Geen spoor is er meer te bekennen van twee jonge vrouwen die zich in de schaduw van een domme spierbundel konden warmen, zodat zij de voorjaarskou niet voelden. Nee, zj zwommen pas als het zomer werd en het bordje bij de kassa 21 graden aangaf.
Voor, zijwaarts, achter, sluit!

Jan Polderman