Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
De oude buurt - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
De oude buurt

Een tijdje geleden weer eens door mijn oude buurtje in Oud Krispijn gelopen en foto's gemaakt: Brouwersdijk, Theophile de Bockstraat. Het is of de tijd hier heeft stilgestaan. De twee hofjes van de Theophile de Bockstraat - door ons 55 jaar geleden 'koepeltjes' genoemd - zijn bijna niet veranderd. De beplanting en de heggen van de tuintjes zijn wat schraler, de plantsoentjes in het midden zijn afgerond en vrijwel ontdaan van hun vroegere begroeiing. De beroemde 'Krispijnlantaarns', met hun gietijzeren versiersels, zijn vervangen door de fantasieloze kunststofpaaltjes van deze tijd.
Hier in 'de koepeltjes' speelden we altijd. Hier werd gevoetbald, samengeschoold en geruzied. Onder 'de lantaarn bij Brand' klierden we meestal. Ook wel verderop, onder 'de lantaarn bij Spaans' op de hoek Brouwersdijk. De lamp hing in een gietijzeren ovaal met puntige uitsteeksels. Ontelbare keren zijn we daar in geklommen.

De hangplekken van begin jaren vijftig. Niets nieuws onder de zon; wat 'n leven. In de brandgangen en de poorten naar de Willem Marisstraat hielden we onze vuurgevechten met klapperpistolen en later onze aanvallen met blaaspijpen en papieren pijltjes op openstaande dakramen, tot grote razernij van de omwonenden. Je werd met onvergetelijke ransel bedreigd en tegelijkertijd uitgevloekt. Er werd toen meer gevloekt dan tegenwoordig.

Waar zijn ze gebleven, de jongens van toen? 's Avonds moeten hun schimmen hier rondwaren, zo fantaseer ik er op los. Onder de silhouetten van die typische Krispijndaken met die rare uitbouwen en grote schoorstenen, in de brandgangen, in de slagschaduw van de schuurtjes, onder de wassende bleke maan... Ook de ijle naklank van hun stemmen moet te horen zijn voor mensen met een levendige geest.
Joop Dijkers, Tom en Jan den Hartog, Hans en Bertus Haak, Jan en Arie Dubbeldam, Pim en Basje Stehouwer, mijn neef Hans Alleblas, Leo Räber, Aartje Krüger, Kees van Vught, Hans Ravensloot, Wim Jansen, en noem ze maar op. Trouwens - Bas Stehouwer moet hier, als thans zeventigjarige baas, nog wonen. Vlak bij het huis waar mijn neef Hans Alleblas gewoond heeft, dat was op nummer 7. Hij en zijn oudere broer Pim woonden vroeger bijna naast mij op de Brouwersdijk, tussen de Theophile de Bockstraat en de Willem Marisstraat. Het waren interessante jongens, altijd aan het knutselen en zo. Ook een beetje 'filmachtig' door hun moderne moeder, een niet onknappe, tamelijk kleine brunette met ondeugende ogen. Hun vader herinner ik me als een keurig uitziende man met een zachte stem.

's Avonds zit die ouwe Bas natuurlijk voor de tv. Alleen, want aan een vrouw is hij nooit toegekomen. De woonkamer is wat sober, maar wel gezellig ingericht. Een zwarte kat ligt behaaglijk op haar favoriete kussen. Het hele huis zal trouwens keurig aan kant zijn, want vroeger was Bas altijd al zijn fiets en andere spullen aan het poetsen. Vanuit zijn woonkamer heeft hij uitzicht op het stille hofje met zijn burgerlijke voortuintjes, in de rondte geparkeerde auto's en brandende lantaarns. De enige beweging in dit zo langzamerhand met hem vergroeide decor vormt het zeldzame verkeer van de Theophile de Bockstraat, die de beide hofjes van elkaar scheidt: af en toe de lichten van een auto, een fietslamp of de schim van een voorbijganger. Ook hij zal nog wel eens denken aan vroeger en aan de buurtgenoten die toen 'de koepeltjes' bevolkten.

Tom den Hartog, toen zo'n beetje onze algemene 'leider', is allang dood volgens mijn neef Hans Alleblas, die nu in Acquoy bij Leerdam woont. In gedachten zie ik Tom voor me als dertienjarige mulo-scholier, met een nerveus lachje en nogal hete glimoogjes als hij naar de meisjes keek. Waarschijnlijk was dat het afreageren van het opgroeien in een groot gezin, gehuisvest in een veel te kleine woning. De woningen Theophile de Bockstraat 7 en 5, waar de Alleblassen met zijn negenen en de Den Hartogs met zijn achten woonden. Naar de huidige maatstaven woningen voor kinderloze echtparen of alleenstaanden. Onvoorstelbaar!

Waar de De Bockstraat op de Brouwersdijk uitmondt, is alles ook nog vrijwel hetzelfde. Vanaf de vroegere 'hoek bij Spaans' over de Brouwersdijk naar het westen gekeken is het uitzicht vertrouwd: de winkels tussen de Bilderdijkstraat en de Helmersstraat met nog altijd De Spijkerton, en schoenmakerij Stegeman, zoons van zoons. Daarachter het vertrouwde silhouet van de Torenschool, die nu als een soort kerk dienstdoet. Drukke rijbanen gescheiden door groene plantsoenen. In de verte het puntige transformatorhuisje.

De andere kant op, naar het oosten, zie ik bij de Willem Marisstraat nog zo'n huisje, tempelachtig witgekalkt. Daarachter had je vroeger een openbaar urinoir, waarmee de Hollandse provinciesteden een periode lang zijn opgesierd. Onhygiënische, stinkende dingen waren het, vooral 's zomers, maar er werd veel gebruik van gemaakt. Er waren toen veel meer kerels op straat die, bedaard voortwandelend, onderweg eens flink moesten 'sassen'. In het Van Baerleplantsoen, bij de Krispijntunnel, zijn tijdens de eerste oorlogsdag in 1940 Duitse parachutisten vlak bij het urinoir gesneuveld. 'De juiste plaats om dood te gaan voor die lui' heette het toen in de volksmond. Onchristelijk natuurlijk, maar heel die Duitse overval was immers onchristelijk? De Dordtse Krispijnsoldaten van 10 en 11 mei 1940 hebben het trouwens goed gedaan (is me naderhand verteld, want ik ben geboren in februari 1941). De 1ste compagnie van het 1ste Fallschirmjägerregiment, zo'n honderdvijftig man sterk en modern bewapend, hebben ze in de pan gehakt. De helft van de Duitsers gesneuveld of gewond, ruim zestig krijgsgevangenen. Nauwelijks twintig wisten te ontsnappen over de spoorbaan richting Zwijndrechtsebrug, de brug die in Duitse handen bleef en waar spoedig zware versterking arriveerde.

Die 'Krispijnstrijd' werd in de wederopbouwjaren, waarin ik als schooljongen op de Marnixschool opgroeide, hoe langer hoe heldhaftiger. Zelfs op de mulo aan de Van Strijsingel droeg meneer Van der Stoel, die op de Krispijnseweg woonde, zijn steentje daar nog toe bij. Vanaf het dak van zijn huis hadden Nederlandse soldaten de Duitsers in de polder bij het bos van De Roo (thans Weizigtpark) beschoten en die schoten natuurlijk terug en wel met een machinegeweer. 'Mijn slaapkamer was letterlijk doorzeefd,' pochte Van der Stoel met een voldaan vollemaansgezicht, op de manier van: houd er even rekening mee dat hier een man met frontervaring voor jullie staat.

Bij de bevrijding was ik nog geen vijf jaar oud, maar opgegroeid met oorlog en bezetting, mijmer ik, wanneer ik het blok Brouwersdijk/Willem Marisstraat nog eens omloop. Ik kijk eens naar de hoge ramen van mijn ouderlijk huis, vroeger Brouwersdijk 171. Mijn moeder - toen al weduwe - kon boeiend vertellen en betrouwbaar, want van aandikken hield ze niet.
Als ik via de 'poort' Willem Marisstraat, die toevallig openstaat, langs de vroegere woning van Bertus Haak loop, bedenk ik dat die vriendschap met Bertus in het begin best wel nuttig was, want hij leerde me de grote-mensenwereld van De Oranje Garde kennen. Jammer dat hij later veranderde in een bruut schoffie dat graag jongens in elkaar sloeg die vier jaar jonger waren dan hij.

Als ik weer in het 'tweede Koepeltje' van de Theophile de Bockstraat beland en het hoekhuis van Joop Dijkers passeer, denk ik natuurlijk ook aan dat kleine manneke met zijn levendige fantasie. Onaardig was 'ie niet. Tot de ambachtsschool bouwde 'Jopie' aan oorlogsvliegtuigen en bedacht hij, met zijn boezemvriend Piet van Tuyl in zijn schaduw, militaire straatspelen. En dan nog die Tom den Hartog: vijf jaar na de oorlog had die er als mulo-scholier nog niet genoeg van. Ik zie hem nog op het muurtje achter zijn huis zitten, terwijl hij een overvliegend vliegtuig onder vuur nam. Zogenaamd achter een luchtdoelmitrailleur, het geluid mondeling nabootsend: 'Prrrrrrrr?' - Een lummel van dertien!

Maar - museumstukken zoals Bas Stehouwer daargelaten - ze zijn verdwenen, verstrooid naar alle windstreken, verhuisd naar een andere stad zoals ik (Bergen op Zoom, sinds 1987) of zelfs al overleden zoals die Tom. Oorlogskinderen? Het klinkt een beetje dramatisch, maar ik vind de term terecht. Mijn 'bewaarschooljeugd' in de Weissenbruchstraat op het schooltje van juffrouw Baan was, zonder dat ik het zelf besefte, doortrokken van spanning: het geluid van overvliegende vliegtuigen, de sirenes van het luchtalarm, de knallen van het afweergeschut, de witte banen van de zoeklichten langs de nachtelijke hemel.

Er zijn ook bommen gevallen op Krispijn, vlak bij, in de Bilderdijkstraat. Er waren schuilkelders in de plantsoenen van de Brouwersdijk. Dreigende sperballons beschermden de Zwijndrechtsebrug tegen het 'invliegen' van Engelse bommenwerpers, want de Duitsers hadden de verkeersbrug nodig voor hun troepenverplaatsingen.
En dan de Duitse soldaten op het plat dak van de Torenschool en de 'hongerwinter' die ik me ook nog heel goed kan herinneren: geen licht, geen gas, alleen wat vuur en warmte door het rokerige 'majokacheltje'. Bijna alle bomen van de Brouwersdijk gekapt. Nauwelijks iets te eten, behalve die rommel van de centrale keuken, bietenstroop.
Daarna de armoe en verwildering van de wederopbouw. Regelmatig werd er geknokt op straat. 'De Bolle' noemden ze mij toen. Een bijnaam die ik tot mijn veertiende zou verafschuwen. Toen schoot ik door in de lengte en raakte de bijnaam in onbruik en vergetelheid.


Joop den Otter