Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
Dichtervorst - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
Dichtervorst

Groengejast loopt hij als een heraut van het Hogere mij tegemoet. De kuierende tred aarzelt wat, zijn boodschap rolt op wieltjes achter hem aan.
Hij wuift van ver. Pal voor De Bengel stuiten onze handen op elkaar.
Wetende ogen in een tanig gelaat. Gebogen rug en rechte schouders dragen het dichtervorstenhoofd waarop de nozemkuif nog wappert.
Gewoontegetrouw wisselen we letterkundig nieuws en ouds. Boeken, roddels of verhalen, er is zat.
De lust naar espresso verenigt vier benen voor de rollende tas, waarin het brood, het fruit, de melk.
Die is lang houdbaar, zegt hij, wordt niet zuur.

Op de veranda lepelt hij met genoeglijke mond de suiker van het espressokopje uit. De voorjaarszon koestert het alerte hoofd.
Op het water in de Wijnhaven wankelkonten scheepjes hun onrust uit. Waar ze zich net nog spiegelden in vermolmde rust, bedaard deinend, zwelt nu hun kermen en kreunen aan. Schurende rompen stompen dukdalf en ijzeren steiger. Zuchtend kreunt een touw een oud verlangen, klepperende vallen slaan masten, en krakende lijnen rukken zich los. Laat me! Laat me gaan!
Onverwoestbaar toch, die weemoed, die opstand en zucht naar verte, naar avontuur. Een geluid van deze stad, besluiten we.
Dan sluimeren de bootjes al weer stil. Het water gladt zich tot een spiegel. De onrust trekt weg, tot het verlangen terugkeert.
Dat komt door de vrachtschepen, zegt hij. Vroeger meerden die hier achter het huis af. Schuiten vol vaten Duitse wijn.
Wist ik dat? Van die rinse, goed houdbaar in de klamme kelders aan de straat.
Hij schenkt nog menig oud relaas dat ik begerig opslorp als het laatste nieuws. Je waant je in een toen dat nog enkel in ons hoofd bestaat.
Dorst naar meer overvalt ons, de nectar van het ooit dat je nu bedwelmt. De geschiedenis zwalkt hier als een dronken man over de straat.
Die stad hangt nu in het museum, zegt hij

Hij wil weten of wat mij hier bracht lijkt op wat hem hier houdt.
Wist ik dat?
Dan trekt er een zwijgen op.
Een stad die stad meer speelt dan is, poog ik.
Die zoveel wat me lief is en zoveel dat ik haat plompwillig in zich vereent.
Een stad, zo tragisch verkeerd gelegen voor de moderne tijd, een tijd die je hier soms nog niet eens begonnen waant.
Een stad, waar geluid kan wegzakken in de mist als een laars in de blubber van een kreek, en waar een scheepstoeter voor misthoorn speelt.
Waar het tanend licht je zomaar meesleurt naar een andere eeuw en een sportuitlaat die illusie even snel weer verscheurt.
De stad die de vlietende wolken van haar beroemde luchten veilig op schildersdoek geborgen weet. Die soms zo ellendig idyllisch oogt dat je erin zou willen krassen.
Een zwart gat waarin de tijd verdwijnt.
En hoedt u voor koekjestrommelromantiek, zegt hij.

Ja, ja, die al te veel bezongen dichterziel, die eeuwig maar weg verlangt en tegelijk niet wijken wil van de plaats die dat verlangen voedt.
Dat kende hij toch al te goed? In zijn woorden immers stond het in graniet gebeiteld onuitwisbaar onvergankelijk te wezen op de kade waar epische rivieren je tot gedachten dwingen. Aan Eeuwigheid en zo. Of je nu wilt of niet.
Met man en macht en geld is de stad kleurrijk tot haar ouderdom herboren en ziet in haar oude glans enkel nog toe hoe onmeetbaar water langs haar heen naar zee wordt gedragen. Jij dichtte deze stad een eeuwiger leven, probeer ik.
Titaantjeswerk lachte hij. Ik blijf nog even.
Daarna zag ik hem niet meer terug.


Wil Boesten