Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
Roltrapsprookje - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
Roltrapsprookje

Is er iets mooiers op deze aardbol dan de liefde? Ik denk het niet. Lucinda de Bruin deelde mijn mening helemaal, want dat was echt een heel romantisch meisje.
Het was geen wonder dat ze zo romantisch was, want ze werd geboren op 14 februari en dus op Valentijnsdag. Bovendien was ze ook nog eens geboren op de Venuslaan in Sterrenburg en Venus is de godin van de liefde. Ze was dus echt voorbestemd om een romantische heldin te worden.

Van jongs af aan las de moeder van Lucinda altijd sprookjes voor over prinsessen en prinsen die allerlei spannende avonturen beleefden.
Zodra Lucinda zelf kon lezen, verdiepte ze zich ook in sprookjes en droomde ervan een mooie prinses te worden in een prachtige jurk. Ook dacht ze veel aan een lieve prins die haar zou komen redden als ze in gevaar was. Als ze opgesloten zou zijn in een kasteel en bedreigd werd door een gevaarlijke draak, zou de mooie prins haar komen bevrijden. En als ze op een glazen berg zou zitten, omringd door vuur, zou de prins haar komen ophalen met zijn sterke ros.

In de loop van de jaren begon ze steeds meer op haar ouders te lijken, vooral op haar vader. Lucinda werd groot en sterk als hij en was heel sportief. Vooral in oosterse vechtsporten werd ze erg goed. Vr haar twaalfde jaar had ze al de zwarte band bij judo gehaald en ze won ook al jong een beker als beste kickbokser van Dordrecht.
Lucinda was voor niets en niemand bang, behalve voor n ding: de roltrap in Winkelcentrum Sterrenburg.

Haar moeder was de oorzaak van die angst. Zij zei altijd dat ze heel voorzichtig moest zijn op de roltrap en zich goed moest vasthouden aan de leuning, omdat ze anders gevaar liep te struikelen en onder de trap gesleept te worden. Ze zou dan zo plat worden als een pannenkoek en niemand zou haar ooit meer terugzien. Natuurlijk vond Lucinda dat een eng idee, maar ze dacht ook: ach, er gebeurt toch niets.

De eerste keer dat ze van haar moeder alleen naar het winkelcentrum mocht, ging ze dan ook meteen op de roltrap en liep ze er moedig en luid lachend overheen. Helaas waren haar schoenen een beetje nat, zodat ze keihard onderuit ging en met haar rug op de roltrap belandde. Ze schrok z, dat ze vanaf die tijd voor geen goud meer met de roltrap naar boven durfde. Gelukkig hoefde ze niet altijd naar boven, maar als dat wl moest, nam ze voor de zekerheid maar de lift.

Jaren gingen voorbij en haar droom om een mooie prins te vinden, werd steeds wanhopiger.
De jongens die ze kende waren best aardig, maar het waren allemaal van die types die hielden van bier, boksen en voetbal. Ze leken in de verste verte niet op de prins van wie zij droomde.

Op een dag zag Lucinda een grote verhuiswagen staan in de Marslaan, precies tegenover haar huis. Wie zal daar komen wonen, vroeg ze zich af.
Toen ze uit het raam van haar slaapkamer naar het huis van de nieuwe bewoners gluurde, zag ze achter het raam tegenover haar een mooie jongen staan. Sprakeloos staarde ze naar de overkant. Deze jongen leek wel een droomprins! Hij had lang golvend haar en grote bruine ogen. Naast hem in zijn kamer stond een gitaar.
Een kunstzinnige jongen, dacht Lucinda verrast. Niet zo eentje zoals die boksers en voetballers die ze kende. Wat zou ze deze jongen graag willen leren kennen.

Tijdens het avondeten kwam het onderwerp ter sprake. 'Ik heb net gehoord dat de zoon van onze nieuwe buren Elrond heet. Dat betekent dat ze fan zijn van The Lord of the Rings, zei haar moeder, die zelf een grote fan was van het boek. Lucinda's vader las zijn krant en mompelde: 'Ja, ja, dat zal wel.'
Lucinda vond het allemaal heel interessant.

Vanaf dat moment ontdekte ze iets heel nieuws bij zichzelf.
Tot nu toe was ze heel gemakkelijk met jongens omgegaan. Meestal maakte ze gewoon grapjes met hen, maar als ze Elrond zag, werd ze ineens helemaal rood en kon ze geen woord meer uitbrengen. Als ze in het winkelcentrum liep en ze zag hem aankomen, dan schoot ze meteen met blozende wangen de dichtstbijzijnde winkel binnen. Ik zal wel nooit met hem kennismaken, dacht ze, want ik durf niet eens iets tegen hem te zeggen.

Op een avond, toen ze terugkwam van haar training en bij het winkelcentrum uit lijn zeven stapte, hoorde ze iemand om hulp roepen. Dat leek wel de stem van Elrond!
Er was ook geroezemoes van andere stemmen. Nieuwsgierig liep ze naar de plek waar het geluid vandaan kwam. Het was inderdaad Elrond, omringd door drie jongens die eruitzagen als echte patsers.
En van de jongens, duidelijk de leider van het stel, had een schaar in zijn hand en riep tegen Elrond: 'Je lijkt wel een meisje met dat lange haar. Ik knip je mooie lokken af, dan hoef ik tenminste niet langer naar die stomme meidenkop van je te kijken.'
Lucinda voelde een enorme woede in zich opkomen en in plaats van iets te zeggen, rende ze op de jongen met de schaar af en met n judogreep gooide ze hem op de grond. Ze pakte de schaar van hem af, gooide die in de bosjes en draaide zich meteen om naar de andere twee jongens.
Die waren flink geschrokken. Een msje dat hun leider op de grond had gekregen! Ze wilden weglopen, maar Lucinda pakte n van de twee bij zijn schouders en gebruikte haar kickboks-techniek om hem uit te schakelen. Intussen was Elrond ook van de schrik bekomen. Hij duwde de andere jongen weg en gaf hem een stomp in zijn buik. De jongens wisten niet hoe gauw ze zich uit de voeten moesten maken.

Lucinda besefte dat ze nu alleen was met Elrond en ze schaamde zich voor haar machogedrag. Nog voordat hij iets kon zeggen, rende ze met een knalrood hoofd weg. Door de worstelingen was een van haar sportschoenen uit haar tas gevallen. Elrond zag de schoen pas toen Lucinda al de hoek om was. Hij pakte hem op en hield hem tegen zijn borst. Wat een meisje is dat! Heel wat beter dan al die magere, zwakke schepsels die ik ken. Die zouden nooit zoiets dappers kunnen doen.
Hij vroeg zich af hoe het meisje van de sportschoen zou heten en nam zich voor haar te gaan zoeken.

De volgende dag moest Lucinda in het winkelcentrum zijn om geld te halen uit de automaat. Tot haar ontzetting ontdekte ze dat de lift defect was. Nu mst ze wel de roltrap nemen. Ze herinnerde zich wat haar moeder altijd zei: 'Houd je goed vast aan de leuning.'
Moedig stapte ze op de roltrap en op datzelfde moment zag ze vanuit de tegengestelde richting Elrond op haar af komen. 'Hallo,' riep hij blij, 'ik ben naar je op zoek, want ik heb je sportschoen gevonden.'
Lucinda werd weer rood en stamelde: 'Ja, dat klopt, dat is mijn sportschoen. Bedankt. Ze merkte dat Elrond met haar meeging naar boven, hoewel hij aan de andere kant van de roltrap stond. Inderdaad, hij was helemaal niet bang voor de roltrap en was achteruit gelopen om haar te kunnen ontmoeten.

'Hoe heet je?' vroeg Elrond haar boven aan de trap. 'Ik heet Lucinda, en ik weet dat jij Elrond heet,' sprak Lucinda zacht.
Ze was behoorlijk onder de indruk van zijn moed. Hij was helemaal niet bang voor de roltrap, want hij durfde er zelfs achteruit op te lopen.

Elrond vroeg of hij met haar mee mocht lopen naar huis. Samen liepen ze over de parkeerplaats naar de Venuslaan, en wandelden verder over het levenspad...

Cathy Pemberton