Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
De lange - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
De lange

'Wat blijft komt nooit terug.' Deze dichtregel van de overleden Dordtse stadsdichter Jan Eijkelboom staat uitgehouwen op een kade, bij het punt waar drie rivieren elkaar ontmoeten. Het is een van die plekken van deze stad waar het uitzicht je als het ware op sleeptouw neemt naar een ver verleden. Ik zie voor me hoe mensen ook vroeger al op dezelfde plek genoten van voorbijvarende schepen.

Datzelfde nostalgische gevoel heb ik als de kastanjebomen in mijn wijk in volle bloei staan.
Paard en wagen nemen mijn blikveld in beslag, waardoor het werkelijk aanwezige blik verbleekt. Reeland heet mijn wijk, alleen wordt onze buurt door mensen zoals ik, die er al wat langer wonen, aangeduid met Land van Valk; zoals Dubbeldam voor velen niet synoniem is met Dordrecht.
Mijn wijk biedt een prima uitvalsbasis naar de Dordtse polder. Het mooiste uitzicht van Dordrecht kom je tegen als je over de Zuidendijk vanaf de Kop van “t Land richting het natuurpad, grenzend aan de Zuidhaven, loopt. Al lopend krijg je een weids tafereel voorgeschoteld. Op de voorgrond graast een tiental paarden op een grote strook land die regelmatig onder water loopt, al naar gelang de weersomstandigheden. Allerlei vogels foerageren er, vooral ganzen. Daarachter ligt de Nieuwe Merwede. Horizonvervuiling ontbreekt. Het is een eeuwenoud uitzicht, waardoor je even stilstaat in de tijd. Dat stilstaan heeft een ongrijpbare ontroering in zich.

De winterperiode versterkt dat gevoel. De natuur staat ogenschijnlijk stil. Ondergronds borrelt en broeit echter van alles, en die natuurlijke ontwikkeling geldt in zekere zin ook voor de mens. Deze tijdsperiode is meer een naar binnen gekeerde staat van zijn. Kaarsen en waxinelichtjes compenseren de ontbrekende zonnewarmte. De winterperiode associeer ik met bezinning, stilte, verwachting en ontluikend verlangen. Het is een tijd van balans opmaken en inspiratie opdoen. Zoals de velden met rijp zijn bedekt, krijgen ideeėn de tijd om te rijpen.

Zondagmorgen. Halfnegen. De deurbel klinkt kort. Vriend Herman staat voor de deur voor een wekelijks ritueel. Hardlopen. Onder licht gehijg praten we de week door en alles wat ons daarin heeft beroerd.
Onderweg vraagt mijn maatje: 'De lange?' Hij heeft er zin in.
Ik aarzel: 'Nou nee, ik slaap nog half.'
Een kort rondje van vijftien kilometer lijkt mij lang genoeg. Vlak voor de splitsing die een definitieve keuze vraagt, verander ik van besluit. Ook al weet ik dat het voor hem ook goed is als we “de korte“ lopen, gaan we voor de twintig kilometer. Als we de Zuidendijk verlaten en het poldergebied inslaan, passeren we in een bocht een oude, vervallen boerderij. Onze wekelijkse vriendin staat voor het raam en zwaait uitbundig vanuit het door haar gekraakte pand. Niets is zeker, maar op haar kunnen we rekenen.

We duiken onder in een mistig poldergebied. In de schemerige verte zie ik de silhouetten van vier herten die, op zoek naar voedsel, een veld oversteken. Kolonies ganzen drommen samen. Twee zwanen stappen parmantig rond en een fraai gekleurde fazant stuift op. In een flits zie ik een blauw vogeltje over het water scheren. Heb ik echt voor het eerst van mijn leven een schim van een ijsvogel gezien?
De mist ontneemt langzaamaan het zicht op de omgeving. Het geluid van voetstappen klinkt: twee hardlopende vrienden. Mist, dierengeluiden, schoenen die het asfalt raken, actieve beweging. Mijn adem verraadt niks, mijn spieren beginnen echter te protesteren. Ik voel dat ze stijver en stijver worden. Als je denkt dat je aan het eind van je krachten bent, kun je altijd nog tien kilometer verder. Elke keer als we kiezen voor deze lange variant, een tocht van ongeveer een uur en drie kwartier, komt deze zin als een mantra bovendrijven.
Ik snijd een nieuw gespreksonderwerp aan. Praten geeft ritme en het lijkt of er dan een vorm van geestelijk deleten op gang komt, waardoor alle spierpijntjes op de achtergrond verdwijnen.
In een weiland staan zes koeien, vergezeld van een reetje dat zich als een kalfje gedraagt. Deze ree is ooit ontsnapt uit een kinderboerderij en vond gezelschap. Alle dieren accepteren deze situatie.

Nog een paar kilometer. Het einde komt in zicht. Een sprintje naar onze uitblaasbrug.
Rekken en strekken. En genieten: het is weer gelukt.

Geluk is het verlangen naar herhaling, aldus Milan Kundera. Het is zondagmorgen. Kundera heeft gelijk.

Bert den Boer