Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
Plattelandsmeisje - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
Plattelandsmeisje

Ik ben geboren in de knechtswoning naast de boerderij aan de Smitsweg, in 1933, als enig meisje na twee broers. Ik zat nog maar tien dagen op school toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Ik kan me nog herinneren dat ik van school kwam lopen op mijn klompen, want die had je toen als plattelandsmeisje altijd aan, toen ik ineens de Duitsers hoorde overvliegen richting Moerdijkbrug. Mijn ouders hadden me altijd gezegd dat ik, als me zoiets zou overkomen, meteen in de slootkant moest gaan hangen. In ieder geval was het zaak om dan niet op de weg te blijven lopen, want dan was je natuurlijk. een gemakkelijk doelwit. Ik ben in die periode dikwijls met natte voeten thuisgekomen. Dat was een nare tijd hoor.
Onze ouders waren natuurlijk erg bezorgd. Mijn vader heeft destijds zelf een schuilkelder gemaakt achter het varkenshok.

Ons huis stond in de buurt van de Moerdijkbrug en werd waarschijnlijk daardoor ook gebruikt voor allerlei oorlogsdoeleinden. Mijn ouders werden bijvoorbeeld verplicht om Duitsers in te kwartieren en zodoende hebben we diverse mensen in huis gehad. Er was er eentje bij die ik me nog extra goed kan herinneren: een Duitser die nog banger was dan wijzelf. Als het luchtalarm afging, zat hij als eerste in de schuilkelder. Natuurlijk hebben de Duitsers vreselijke dingen gedaan in die tijd, maar dit was een lieve man, die met mij aan de keukentafel legpuzzels maakte. Zijn mitrailleur stond ondertussen bij ons in de tuin. Als er iets aan de hand was, moest hij bij die mitrailleur gaan zitten, maar hij zat vaker in het keukentje bij ons dan bij zijn geweer.

In ons huis hebben tegen het einde van de oorlog, toen de Moerdijkbrug was stukgeschoten, ook nog zo'n twintig Russen gezeten. Wij moesten toen tijdelijk evacueren naar de Zuidendijk.
Bij terugkomst bleek dat die Russen het fornuis uit de keuken op zolder hadden gezet, zonder uitlaat naar buiten. Ze hebben daar gewoon gekookt en gestookt en het is een wonder dat het huis niet in brand is gevlogen. De brandgaten zaten in de zoldering.

De keuken was bij ons de plek waar het alledaagse leven zich afspeelde. Misschien verklaart dat het feit dat ik nog steeds zo'n hekel heb aan woonkeukens. Alles gebeurde in die keuken en iedereen zat er hutjemutje bij elkaar. Als meisje moest ik altijd koken en koffiezetten voor iedereen en het was er altijd een komen en gaan van mensen. In de woonkamer mocht je alleen komen op zon- en feestdagen. Daar was het dan zo'n dooie boel. Alles moest natuurlijk schoon en mooi blijven. Ik vond dat maar niks. Daarom mag tegenwoordig bij mij iedereen gezellig in de woonkamer komen zitten, ook al heb ik hier een grote keuken en zou er gemakkelijk een eettafel kunnen staan.

Ze vragen me wel eens waar ik vandaan kom en dan zeg ik altijd dat ik van het platteland kom. Ik zal nooit een echte Dordtenaar worden, geen stadsmens. Ik ben op het platteland geboren en dat blijft aan je hangen. Er zijn een heleboel dingen die ik nu nog doe, die ik daar heb geleerd. De omgang met mensen bijvoorbeeld gaat op het platteland anders dan in de stad. In de stad zeggen de mensen niet zoveel tegen elkaar, en zijn ze nogal stug. Ik woon nu al jaren in een flat in Sterrenburg met zo'n 73 huishoudens, maar ik kan nog steeds mijn mond niet houden. Iedereen die ik zie, ook op straat, zeg ik altijd goedendag.

Martha Bogaard-Mol