Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
Een gewone dag - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
Een gewone dag

Een frisse maar zonnige middag trekt de bekende dichter Frederik Murmel gedachteloos de voordeur achter zich dicht. Bij zich heeft hij zijn portemonnee met bankpassen, zijn rijbewijs, in zijn binnenzak het aantekeningenboekje voor nieuw werk - alles heeft hij, alleen zijn huissleutels niet.

Dat merkt hij meteen wanneer het voordeurslot klikt, maar toch te laat. De woede die hem overvalt is begrijpelijk, want hij heeft de hele ochtend hard gewerkt en is de deur uit gelopen om een wandeling te maken. Hij wandelt graag. Vooral als de mensen fluisteren: 'Kijk daar heb je Murmel, de dichter.'

Op de vloek die hem ontsnapt, volgt een denkhandeling. Denken brengt orde. Overzichtelijkheid regeert niet alleen zijn bureau, maar ook werk, tijd, geld en eten. Zijn leven.

Die orde is voor hem natuurlijk en gewenst, het fundament onder zijn dichterswerk. Al is zijn dichtwerk uitbundig en barok, het ontspruit aan diezelfde orde. Zelfs zijn uiterlijk van doordachte nonchalance weerspiegelt Frederik Murmels evenwicht. Het hele idee van een bohémien-bestaan aan de rand van de maatschappij schijnt hem achterhaalde romantiek. Leven en succes bevredigen hem in hoge mate. Het zacht lispelende verlangen naar een onbestemd anders leeft hij uit waar dat hoort, op papier, dekt het toe met woorden.

Hoe kan hij de middag zo nuttig mogelijk doorbrengen tot zijn vrouw met de sleutels komt? Boodschappen doen, boeken kopen, en - ziet hij als de woelige Art Nouveau-pui van het Centrum Beeldende Kunst zijn beeld spiegelt - de kapper. De woestheid van de dichtersmanen moet beteugeld.

Zijn kapster is er niet. Het meisje dat haar vervangt, stelt zich voor als haar zusje. Hij neemt plaats in de stoel die ze hem wijst. Ze is geruststellend mooi, en bezit die opgedirkte vleug van lichtekooi die zulke meiden zo begeerlijk maakt.

Gewillig laat hij zijn haren natspuiten en neemt haar onderwijl nauwgezet op. Zijn ogen dwalen langs gelaat, Schots geruit truitje en lage spijkerbroek. Als ze naar de schaar reikt, trekt ze een smal strookje buik bloot waarop je fijne donshaartjes ziet. Murmel smelt.

'Wat gaan we doen?' Ze vraagt het, zomaar. Achter zich hoort hij de schaar ongeduldig happen. 'Ehh, een beetje fatsoeneren,' hapert hij. Zijn eigen kop nat haar met van die bespottelijk tuttige klemmen erin kan hij niet aanzien en dichter Murmel sluit zijn ogen om het meisje in alle rust te bemijmeren.
Daardoor krijgt hij te laat in de gaten hoe ze zijn opdracht heeft uitgelegd. Frederik Murmels ontluikende liefde bekoelt op slag als hij ziet wat ze heeft aangericht. Zijn haar is in een kapsel veranderd, hij in een presentator van de moderne nuffige soort, zo'n vent die voor nicht speelt.

Simson is hij, verraden en toegetakeld door Delila. Zijn heldenlokken liggen dood. Maar de lust die aan dat verraad voorafgaat heeft hij niet gesmaakt. Frederik Murmel laat de tempel heel en loopt de Voorstraat op, een koud gevoel op zijn kop, licht ook wel, in zijn hoofd. Alsof er ballast is verdwenen.

Een bekende wandelt hem straal voorbij. Hij houdt halt voor boekhandel De Bengel en neemt zichzelf onder het mom de etalage te bestuderen nauwgezet op: de benige neus groter, het voorhoofd lager, de haren donkerder. De boekverkoper zwaait niet naar hem. Alsof hij niet langer de gevierde dichter Murmel is. Zomaar iemand.

Niemand dus. Die iedereen kan worden, weet Murmel plots.
Een geldautomaat fluistert hem de lust in geld op te nemen. Veel geld. Al zijn geld.
Een niemand kan iedereen worden. Vrouw, huis, dagelijks leven? Onbeschrijflijk vrij is hij, een blanco vel waarop hij een nieuw bestaan gaat schrijven. Delila heeft hem veranderd, grondiger dan een plastisch chirurg dat kan. Zo vrij is hij dat het bloed tot in zijn kruin tintelt. Die vrijheid is een eindeloze ruimte die zich voor hem uitstrekt. Hij betreedt haar.

In de bank wil hij het fundament leggen. Het is de laatste keer dat hij aan zijn oude leven denkt. Daarmee heeft het ook niets te maken. De mogelijkheid heeft het besluit gebaard. Uitleggen hoeft niet. Niemand is hij, klaar zichzelf opnieuw uit te vinden.

De bank kan hem aan niet meer dan tienduizend helpen. Hij dist de klerk een verhaal op over een buitenissige autogek van wie hij een oldtimer gaat kopen: zulke lui willen hun geld voelen.

Lachend komt hij met een dikke envelop de bank weer uit. Op het Bagijnhof koopt hij een koffertje, twee hemden, ondergoed, tandenborstel, een kam, en als laatste, beschroomd achter het drogisterijmeisje wijzend, condooms.

Verwachtingsvol betreedt hij de stationshal. In de rij voor de buitenlandkaartjes bedenkt hij dat hij geen paspoort heeft. Uit de automaat haalt hij een enkeltje. Zo ver mogelijk weg: vinger op de Z.

Zutphen. Hij stopt zijn handen diep in zijn zakken en voelt als hij het kaartje loslaat hoe het door een gat onder in de voering glijdt. Hij zucht een vloek, trekt zijn jas uit, houdt hem omhoog en tast de stof af. Over een wissel nadert zijn trein. Hij werpt de jas over zijn arm.

Zachtjes rinkelen onder in de voering zijn sleutels.

Wil Boesten