Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
Hondeleven - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
Hondeleven

Fritz ligt op de bank van de buurvrouw in Arentsburg. Hij nestelt zich op het zachte, roze velours, zijn oren gespitst. Hij luistert.
Dan hoort hij ze. Stemmen. Kinderstemmen.
Hij glijdt van de bank en loopt snel naar boven. Even staat hij op de overloop.
'Mam, mogen wij Fritz uitlaten?' Dat is Jojanneke. Gisteren speelde ze vadertje-en-moedertje en probeerde ze een babymutsje uit op de kop van Fritz. Daarna wilde ze hem in haar kinderwagen leggen.
Hij hoort de stem van de buurvrouw. 'Ja hoor, Fritz ligt op de bank. Houden jullie hem wel aan de riem?'
Fritz loopt snel een slaapkamer binnen en kruipt onder het bed. Het vloerkleed is lekker dik. Fritz valt in slaap. Hij droomt dat hij de leider is van een meute wilde honden. Samen gaan ze op jacht over oneindige vlakten die geen mens ooit heeft betreden. En ook geen kind.

'Hier ligt hij!'
Het hoofd van Ernst Jan hangt ondersteboven voor zijn neus. Fritz kruipt naar achteren. Maar er is geen ontsnappen mogelijk. Twee paar ogen gluren naar hem.
'Kom op, Fritz. Wij laten je uit.' Jojanneke probeert Fritz vast te pakken, maar hij gromt en laat zijn tanden zien. Snel trekt ze haar hand terug.
'Mam, mam... Fritz snapt het niet. Hij komt niet onder het bed vandaan.'
De buurvrouw loopt naar boven. 'Kom, Fritz, je moet even wandelen voordat je baas terugkomt van zijn werk.'
Langzaam komt Fritz onder het veilige bed vandaan en loopt mee naar buiten.

Aan het einde van de Arentsburg stoppen ze. 'Fritz, we gaan detective-je spelen,' zegt Jojanneke. 'Jij bent onze speurhond. Geef me je trui eens, Ernst.'
Ernst Jan doet zijn trui uit en rent weg, de hoek om, in de richting van de Ockenburg. Jojanneke houdt de trui onder de neus van Fritz. 'Je moet Ernst Jan vinden door zijn spoor te volgen.' Ze maakt de riem los.
In de verte ziet Fritz een grote rode kater lopen. 'Woef! Woef! Woef! Grrr... grr...' Hij loopt achter de kater aan, die razendsnel in een boom klautert. 'Maffe hond, je moet Ernst Jan zoeken!' roept Jojanneke.
Fritz rent hard weg naar de Essenburg. In plaats van naar Ernst Jan te zoeken, zoekt hij dicht struikgewas om zich in te verstoppen. Van onder de struik ziet hij de roze Nikes van Jojanneke voorbijrennen. 'Fritz! Fritz!' Hij hoort haar stem, die steeds verder wegebt. Hij houdt zich schuil in de struiken tot hij zeker weet dat ze weg is. Dan rent hij terug naar de buurvrouw.
'O, arme Fritz, hebben ze je weer in de steek gelaten?' Ze aait hem over zijn kop en geeft hem als troost een stukje salami. Hij gaat terug naar de bank en valt weer in slaap.
Een bekende stem in de hal wekt hem. Verheugd trommelt hij met zijn staart op de bank. Dan springt hij kwispelend op om Ben, zijn baas, te begroeten.

Een paar dagen later ziet Fritz Ernst Jan binnenlopen met een stukje papier in zijn hand. Op het papier staat een grote rode A.
'Kijk eens, mam, ik heb mijn zwemdiploma gehaald.'
'Proficiat,' roept zijn moeder, 'dat moeten we vieren.' Ze loopt naar de keuken.
Jojanneke ziet Fritz onder de tafel liggen. 'Denk je dat Fritz kan zwemmen?'
'Vast wel,' zegt Ernst Jan, 'alle honden kunnen zwemmen.'
'Maar,' gaat Jojanneke verder, 'hij heeft geen diploma. Laten we een test met hem doen. Hij moet de sloot over zwemmen, dan geven wj hem een diploma.'
Buurvrouw komt terug met een bord vol koekjes en twee glazen limonade.
'Mam, wij willen Fritz uitlaten. Mag dat? Toe nou.'
Buurvrouw blaast door haar tanden en denkt even na. 'Willen jullie deze keer wel goed op hem passen?'

Ze lopen door Ockenburg naar de Oostkil. 'Ok, Fritz,' zegt Jojanneke, 'Springen!'
Fritz kijkt naar het water in de sloot. Er drijft een dikke laag kroos op. Jojanneke trekt aan de riem en Ernst Jan duwt tegen zijn achterwerk. 'Je moet springen,' zegt Jojanneke, 'anders krijg je geen diploma.'
Fritz zit op het gras, zijn nekharen overeind. Hij gromt.
'Dit werkt niet,' hijgt Ernst Jan.
'Jij moet hem in het water gooien,' zegt Jojanneke.
Ernst doet de riem af en probeert Fritz op te tillen. Die grijpt zijn kans. Met zijn kop duwt hij tegen de benen van Ernst Jan, die struikelt en met een grote plons in het water valt. Jojanneke vist haar broertje uit het water.
Fritz holt intussen terug naar het huis van de vrouw. Deze keer krijgt hij een stukje kipfilet. Het zwemdiploma mogen de kinderen zelf houden.

De volgende ochtend staat Ben bij zijn voordeur. 'Kom op, Fritz, we moeten ons haasten. Straks kom ik te laat op mijn werk.'
Fritz wil niet. Hij jankt en zet zich schrap. Ben zucht. 'Kom nou, Fritz, ik kan je niet de hele dag alleen laten en ik mag je niet meenemen naar mijn werk. Je moet echt naar de buren.' Hij trekt hard aan de riem. Even laat Fritz zich glijdend over de vloer trekken. Dan weet hij dat er geen ontkomen aan is.
Ben belt aan bij de buren. 'Tot vanavond, ouwe reus.'

Als Fritz binnenloopt, ruikt hij een vreemde lucht: een andere hond!
De buurvrouw geeft hem een aai. 'Hoi, Fritz. Verassing! Ik heb een maatje voor je. Zijn familie gaat met vakantie en hij blijft een paar weken bij ons. Gezellig, h?'
Fritz loopt mee naar de keuken. Daar, in een grote rieten mand zit iets wits en pluizigs en kleins. Het heeft een rood strikje op zijn kop. Het piept. Een hondje!
'Kijk, dit is Boris. Fritz loopt naar de mand en besnuffelt het hondje, dat meteen begint te janken. De buurvrouw tilt het op. 'Ik denk dat Boris bang voor je is. Hij moet even wennen.'
Fritz heeft genoeg gezien. Een maatje? Poeh, da's geen maatje voor hem.

Even later staat de buurvrouw met twee riemen in haar hand. 'Kom, we gaan een stukje wandelen.'
Fritz blijft achter de buurvrouw lopen. Ze steken de Assumburg over naar Brittenburg. Fritz is bang dat hij andere honden tegenkomt. Hij schaamt zich voor zijn nieuwe metgezel. Boris loopt voorop.
De rode kater komt de hoek om. Als hij Boris ziet, zet hij een hoge rug op. Zijn haren staan overeind en hij blaast. Piepend verstopt Boris zich achter de benen van de buurvrouw.
Fritz kan zijn ogen niet geloven. Een hond die bang is voor een kat? Hoe bestaat het? Blaffend rent Fritz naar de kater. Die trekt zich meteen terug en vliegt de dichtstbijzijnde boom in.

Later staan ze samen in de keuken. Allebei hebben ze een stukje Camembert gekregen. Fritz smikkelt het lekker op, maar Boris ruikt aan zijn stukje en loopt zonder het te eten naar zijn mand. 'Als je dat niet lekker vindt eet ik het wel op, hoor,' zegt Fritz.
'Ga je gang,' zegt Boris, 'eigenlijk mag ik alleen maar Pedigree-uitgebalanceerd-voer-voor-kampioenen eten.'
Fritz stikt bijna in het stukje kaas en kijkt ongelovig naar Boris. 'Jij? Een kampioen?'
'Ja, mijn papa kreeg een eervolle vermelding in de Toy-klasse op de hondenshow vorig jaar.' Hij kijkt naar Fritz.' Wat ben jij?'
'Wat bedoel je? Ik ben een hond. Ik dacht dat dat vrij duidelijk was.'
'Tja, natuurlijk ben je een hond,' zegt Boris, 'maar wat voor ras? Ik ben een Maltezer. Ik heb papieren. Dus wat voor ras ben jij?'
'Dat weet ik niet. Mijn baas heeft me uit het asiel gehaald.'
Boris giechelt. 'Jij bent dus een ordinair vuilnisbakkenras. Mijn mama zegt dat ik niet met honden zoals jij mag spelen.'

Fritz is sprakeloos. Hoe durft deze kleine nietsnut zo tegen hem te praten! Hij weet dan misschien niets over rassen en papieren, maar hij kan hard lopen en goed vechten. Tot nu toe was hij trots op zichzelf. Maar nu? Met zijn staart tussen zijn poten loopt Fritz naar de bank.

Dan hoort hij Jojanneke: 'O, wat een lief hondje! Hoe heet hij, mam?' Even later komen ze de woonkamer binnen. Met Boris.
Jojanneke heeft een grote roze hoepel. 'We gaan circusje spelen. Boris, jij moet door deze hoepel springen.'
Boris kwispelt, en zij lachen. Hij blaft, en zij lachen weer. Jojanneke houdt de hoepel aan n kant op de grond en Ernst Jan duwt Boris door de hoepel. Ze klappen enthousiast. 'Wat een leuk hondje, die Boris. Zo speels. Veel leuker dan Fritz!'
Fritz doet alsof hij slaapt.
'Zou Boris kunnen zwemmen, denk je?' hoort hij Jojanneke vragen. Ze giechelt en loopt naar de keuken. 'Mam, mogen we Boris uitlaten?'
Ineens voelt Fritz zich een stukje beter

Als ze allemaal de deur uit zijn, komt de buurvrouw de woonkamer binnen. 'O, arme Fritz, ze hebben je helemaal alleen gelaten. Kom naar de keuken. Ik heb iets lekkers voor je.' Ze zet een bord vol roze restje op de vloer. 'Gerookte zalm. Er is een hoop over gebleven.'
Fritz begint te eten. Het is overheerlijk. Als hij is nog bezig is aan dit onverwachte extraatje, hoort hij Boris en de kinderen terugkomen. Boris is zeiknat. Zijn rode strikje is weg en zijn witte krullen plakken aan zijn lijfje. Hij lijkt op een kleine rat. Hij huivert en jankt een beetje, maar de kinderen hebben dikke pret. Wat is hij grappig!
Ze maken plannen om zijn training uit te breiden. Ze zullen hem leren skateboarden, en voetballen en - een idee van Jojanneke - misschien kan hij leren vliegen? Van het dak van de schuur bijvoorbeeld. De mogelijkheden zijn eindeloos.
Met Fritz willen ze nooit meer spelen. Fritz, die is saai! Een volwassen hond!

Fritz eet het laatste restje zalm en likt zijn snorharen. Hij gaat weer naar de woonkamer, springt op de bank en droomt op een zonnige plek over jagen met de wilde honden in uitgestrekte vlakten.

Cathy Pemberton