Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
Mijn vader had een oplossing - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
Mijn vader had een oplossing

In januari 1945 zat mijn vader bij de Luchtbeschermingsdienst. Hij moest de stad rond om te kijken of er ergens licht door de ramen kwam. Sinds mei 1940 gold in Nederland namelijk een verduisteringsplicht, om te voorkomen dat steden en dorpen herkenningspunten zouden zijn voor piloten.
Mijn vader was dus goed bekend op het politiebureau aan de Groenmarkt, dat destijds overigens nog aan de andere kant van de straat was gevestigd. In de kelder van het bureau had je de centrale post van de Luchtbeschermingsdienst.

Toen de bezetters op 5 januari in de stad een razzia hielden, was mijn broer negentien en ik vijftien. Wij hadden ons moeten melden bij de Duitsers, maar mijn vader had een oplossing bedacht. Bij razzia's zouden we onderduiken in een cel op het politiebureau. Hij had dat afgesproken met het hoofd van dienst. Mijn broer en ik ging die avond dus de cel in. Helaas was het maar voor een paar uur, want toen de echte boeven kwamen, moesten wij eruit.
Wij werden naar de kelder verwezen. Daar hebben we tot elf uur 's avonds gezeten. Het volgende hoofd van dienst, die de eerste kwam aflossen, wist niets van de afspraak en werd vreselijk bang. Hij wilde ons de deur uit zetten. Mijn broer smeekte hem, ons niet aan de Groenmarkt-kant naar buiten te laten gaan, maar aan de achterkant van het politiebureau. Op de Groenmarkt zouden we immers direct worden opgepakt.
We kwamen terecht in de tuin van het bureau, waar aan het eind een huisje stond met een aantal doodskisten. Die waren bestemd voor drenkelingen. Ik stelde mijn broer voor om in zo'n kist te gaan liggen tot alles voorbij was, maar dat vond hij niets.
We klommen over een schutting en kwamen in de Houttuinen terecht, pal tegenover een Duitser met het geweer in de aanslag. Gesnapt! Hij sommeerde ons voor hem uit te lopen, in de richting van de kazerne aan de Buitenwalevest. In de Schuitenmakersstraat, waar we voorbij moesten, waren Duitsers bezig huizen te doorzoeken. Er werd geschoten. Vlak voor de hoek stond mijn broer stil, want de kogels kwamen de straat uit en wij durfden er niet voorbij. Die Duitser achter ons riep toen iets dat wij niet verstonden, en het schieten hield op.
Op het Blauwpoortsplein kwamen we een brandweerman tegen die was vrijgelaten. Op zijn rug schreef mijn broer snel een briefje voor onze ouders.
In de kazerne werden we naar een zaal gebracht, waar tientallen Dordtenaren stonden, met jassen aan en koffers bij zich. Wij hadden helemaal niets bij ons, want we hadden er natuurlijk niet op gerekend dat we opgepakt zouden worden.
Toen we aan de beurt waren, zei mijn broer dat ik tbc had. Mijn moeder had uit voorzorg de kaart van de kliniek in mijn zak gestopt. Ik had geen tbc, maar was wel erg verzwakt in de oorlog, en onze huisdokter vond het beter dat ik geregeld in de kliniek werd nagekeken. Op de kaart stond dat de houder geen tbc had, maar mijn broer rekende erop dat die Duitser dat niet kon lezen. Een NSB-tolk, die in dat gebouw werkte, kon dat wel, en meldde dat ik geen tbc had. Of die Duitser het te druk had, of dat hij die NSB'er niet mocht, hij trok zich er in elk geval niets van aan. Ik moest midden op het kazerneplein gaan staan. Niemand mocht bij mij in de buurt komen. Ik zou naar huis gebracht worden met een groep die vrijgelaten werd, zoals politie- en brandweermannen en anderen die onmisbaar waren in de stad.
Mijn broer werkte in die tijd bij de distributiedienst en hij wist duidelijk te maken dat hij daar niet gemist kon worden. Hij mocht ook weg, ook al omdat hij een broer van een tbc-patiŽnt was.
Toen er een groep van zo'n twintig man bijeen was, gingen we op weg. Ik moest alleen lopen, met een paar meter tussenruimte. Iedereen werd thuisgebracht. Wij woonden in die tijd op de Singel.
Het werd een vreemde tocht. De straten waren helemaal leeg. Alleen wij liepen daar. Vreemd stil was het, alleen onze schoenen maakten geluid. De wachtpost op de Vriesebrug ging eerbiedig opzij.
Thuis wisten ze nog van niets. Pas uren later, toen de razzia voorbij was, kwam de man met het briefje...

Anton Fransen