Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
Kindsoldaat aan de Zuidendijk - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
Kindsoldaat aan de Zuidendijk

Ik groeide op aan de Zuidendijk in de jaren dertig van de vorige eeuw. Mijn vader was in de crisisjaren werkloos geraakt en moest 'stempelen': een controlemiddel voor mensen die aangewezen waren op een uitkering. Mijn vader liep dus 'in de steun', zoals dat toen werd genoemd.

Toen de oorlog uitbrak was ik al een ventje van zes jaar. Op een dag kwamen er vliegtuigen over waar Duitse parachutisten uit sprongen. We stonden bij de lijn en daar hoorde we een klap, vlak naast de plek waar ik stond. Mijn vader zei: 'Het wordt tijd dat we weggaan.' Toen zijn we in het onderhuis gekropen; onder het huis, want dat lag beneden de dijk. De groenteboer, die aan de overkant woonde, is die dag over de spoorlijn komen vluchten naar ons, omdat de Duitsers zijn huis in beslag genomen hadden.

Daar in het onderhuis hebben we die donkere dagen doorgebracht. We hoorden gerommel op de dijk. Wat het geweest is weet ik niet, maar mijn vader keek door het zijraam naar het huis van de familie Van der Zee. Kort daarna volgde er een grote klap. Vandaag de dag zit er nog steeds een kogel onder het kozijn in dat huis. Nu zit daar Mirado Ongediertebestrijding. Ik ben er een keer geweest en heb toen die man daar verteld dat er in het gat een Duitse kogel zit. Dat kwam doordat mijn vader eventjes buiten was. Er werd op hem geschoten... Als de Duitsers maar iets zagen bewegen, dan schoten ze erop.

Tijdens de wapenstilstand werden de gewonde Hollandse soldaten die bij de overweg lagen, op een ladder bij ons de kelder binnen gebracht. Ik herinner me nog een man wiens laars werd opengesneden met een scheermesje. Ze hebben die mannen verzorgd, zo goed en zo kwaad als het ging. Later zijn ze op een handkar weggehaald. Ambulances of zo waren er niet.

Die gewonde meneer is nog een keer 'dat stukje' van de dijk gaan opzoeken toen hij uit het ziekenhuis was. Maar hij is bij de verkeerde buren binnengelopen, waar we niet zo goed mee bevriend waren. Hij vond het wel vreemd daar, want de situatie zoals hij die kende was er niet meer. Die man had aan de schietpartij een houten been overgehouden.

Ik zelf heb nog steeds een gereedschapstasje van een fiets van een Hollandse soldaat. Zijn fiets is jarenlang bij ons blijven staan. Die hebben we gewoon 'op'gereden natuurlijk. Dat waren van die dingen uit de oorlog.

Toen ik wat ouder werd, heb ik wel eens munitie gestolen bij een boerderij waar de Duitsers ingekwartierd zaten. Dat was bij De Jong-de Leeuw en bij Dirk Naalderd aan de Reeweg Zuid. Omdat het 's winters zo hard vroor, kon je toen er over het ijs naar toe lopen. De munitie die ik daar had gezien, had ik meegenomen. Als je zo'n huls op een paaltje zette met een spijker en je gaf er een mep op, dan gaf hij een klap.

Terwijl ik onder aan de Zuidendijk dat spul 'onschadelijk zat te maken', werd ik ontdekt door de buurvrouw, die dat aan mijn vader ging vertellen. Toevallig was er een kennis op visite, die van de ondergrondse hier in Dordt was. Die zei tegen mijn vader: 'Dirk, je moet hem niet straffen.' De man vroeg me: 'Wat zit je daar te doen?' en 'Hoe kom je eraan?' Hij vond het knap, zei hij. Ik werd echt geprezen, maar hij vond eigenlijk dat ik het toch maar niet meer moest doen.

Ik had een doos met een mitrailleurband erin. Toen hij die zag, zei hij: 'Zou je die in deze zak willen doen en hem naar de Jacob Marisstraat brengen? Zet die dan maar bij mij achter in het schuurtje.' Ik begreep er helemaal niets van. 'Kun je nog aan meer van dat spul komen?' vroeg hij. 'Ja,' zei ik, 'er zijn ook van die lange dingen met van achter een schroefdopje en er zit zo'n wit koordje op.' - 'Maar daar moet je niet aan trekken!' riep die man geschrokken uit. Het bleken handgranaten te zijn. Daar heb ik er vier van gejat en die heb ik ook naar zijn schuurtje gebracht. En wat bleek nou? De ondergrondse had ze nodig om die lui die gearresteerd waren en opgesloten zaten in de Benthienkazerne te bevrijden. Ze hadden wel geweren en dat soort dingen, maar ze konden niet aan munitie komen. Uiteindelijk stuurden ze mij eropuit voor wat ik maar te pakken kon krijgen. Allemaal voor de bevoorrading.

Als ik tegenwoordig televisie kijk, zie ik kindsoldaten in oorlogsgebieden. Achteraf bekeken hebben ze ons destijds ook misbruikt, want die lui van de ondergrondse wisten dat een ventje van mijn leeftijd niet zo gauw werd aangehouden door de Duitsers. Ach ja, je moest in die tijd toch wt doen, om de vijand te bestrijden.

Herman Hoogendoorn