Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
Gedroomde ontmoetingen in het Reeland - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
Gedroomde ontmoetingen in het Reeland

Het is rustig op de anders zo drukke weg. Het is stil en er hangt een heel dunne mist. Ik rijd een eindje door en stuur, 'bonke-bonk' tegen de stoeprand, het trottoir op.
Daarna langs het veld met verderop een groot open kruis waardoorheen het groen van de bomen van het Merwesteijnpark te zien is.
Ik rijd verder en vervolg mijn weg langs grote kastanjebomen. Recht vooruit staat een groot massief gebouw. Ik minder vaart en neem een scherpe bocht naar rechts, vlak voor het gebouw.
Iets verderop staan zomaar drie reuzenschildpadden. Bewegingloos, op gelijke afstand van elkaar, met elk op de bepantserde rug een kind. Hun koppen draaien langzaam mijn kant op, ze kijken even en wenden zich weer af. De ogen in hun rimpelige koppen zakken weer wat dicht en ze suffen lekker verder. De kinderen zitten schrijlings op hun schildpad en hebben alle drie een overall aan. Elk van een andere kleur. Een rode, een gele en een blauwe. Ze roepen woordjes naar elkaar die ik niet goed kan verstaan omdat ze door elkaar heen praten. Ik stap af en loop dichterbij.
'Oranje, oranje,' roepen de kinderen in de gele en rode overall naar elkaar. 'Groen,' zegt de blauwe tegen de gele, die direct antwoordt: 'Groen.' 'Paars, paars,' roepen inmiddels de blauwe en de rode naar elkaar. 'Oranje, oranje,' hoor ik alweer. Zo gaat het de hele tijd door. Het is een opvallend kleurig schouwspel tegen de sombere achtergrond van het monumentale grijze blok beton.
Ik vervolg mijn weg en draai om de schildpadden heen een kleine rotonde op. Even zwaai ik naar de kinderen, maar ze zijn zo druk met elkaar dat me niet eens opmerken. Verder gaat het langs het grote donkere gebouw waar maar geen einde aan lijkt te komen. Dan hoor ik een gebrom en de grond lijkt te trillen. Een dikke beer met een rokje aan komt mijn kant op gewaggeld. Ze probeert te rennen maar dat lukt haar niet. Waar komt die nou opeens vandaan? De beer puft en hijgt, en gromt van een afstand naar me dat ik weg moet wezen voor haar deur. Heel even overweeg ik nog om tegen haar in te gaan, maar ze ziet er zo gevaarlijk uit dat ik het hazenpad kies. Na enkele tientallen meters kijk ik achterom en zie dat ze niet meer achter me aan komt, maar is omgedraaid. Pfffff, met kloppend hart trap ik verder.
Bijna aangekomen bij de kruising met de Bankastraat zitten twee kinderen in witte gewaden op het trottoir te spelen. Ze zijn een tekening aan het maken met stoepkrijt. Als ik nader, kijken ze verschrikt op. Ze hebben een mollig snoetje, grote bruine ogen, en hun mond staat een beetje open. Dan pas zie ik dat ze vleugels hebben die nerveus trillen. Plotseling versnelt het trillen en als twee schichtige vogeltjes fladderen ze weg. Wolkjes gekleurde krijtkalk stuiven op. Steeds hoger gaan ze. Nog even kijken ze om en de kleinste van de twee wijst naar hun tekening. Dan maken ze hoog in de lucht een bocht en verdwijnen achter de hoge populieren die aan de overkant van de weg staan.
Sprakeloos en met open mond kijk ik ze na. Dan kijk ik naar de tekening waar het cherubijntje me op wees. Ze hebben een parkeerplaats getekend. De weg die ik zojuist heb afgelegd staat er ook op. Ik herken de rotonde en de scherpe bocht in de weg; de kleurige route begint met een groot kruis dat rood volgekleurd is. Verbaasd parkeer ik mijn blauwe skelter in het vak. Daarna loop ik de hoek om. Het is niet ver meer. Verderop is een breed zebrapad en tientallen mensen steken van weerszijden van de weg over van en naar een oud badhuis dat er staat. De meesten lopen in een badjas met slippers aan en een handdoek onder de oksel of over een schouder.
Een oude vrouw met een hond komt me tegemoet lopen. Het is een heks met hoge zwarte puntmuts op. Ze is broodmager, loopt krom en heeft een haakneus en ingevallen mond. Terwijl ze me passeert, maakt ze een opmerking over het mooie weer. Als ze begint te praten, worden haar ogen zacht. Ze heeft een mooie, lichte stem die van een jonge vrouw lijkt. Ze lacht verlegen. Ik klets wat terug over de voorspellingen van weermannen. We babbelen wat en beginnen zowaar wat te flirten via het oogcontact dat we hebben. We lachen naar elkaar als we verder lopen. 'Dag, tot ziens,' zegt ze. Blij loop ik naar de deur en ga naar binnen. Ik ben moe.

Het licht schijnt gefilterd door de gordijnen naar binnen als ik wakker word. Even naar buiten kijken tussen de Luxaflex, elke dag hetzelfde ritueel. Ik duw de lamellen opzij en gluur naar buiten. Wat een licht!
Tot mijn verbazing komt het licht uit een onverwachte hoek. Van het voormalige hts-gebouw dat er niet meer is. Buiten op het balkon aangekomen zie ik nog een paar stompjes beton uit de grond steken waar ooit dat enorme massieve blok beton stond. Weggevaagd in de tijd.
Vanaf hier heb ik een overzicht op de trottoirs waar ons achterommetje op uitkomt. De blauwe skelter uit mijn droom staat in een met stoepkrijt getekend parkeervak. Onze kinderen spelen daar regelmatig als het lekker weer is.
Berend komt met zijn zusje aanlopen. Hij zet het op een rennen en is na een paar tellen bij de skelter. Even kijkt hij hoe het voertuig in het parkeervak staat, kruipt er dan in en kijkt triomfantelijk naar zijn zus.
Dan zien ze mij staan en zwaaien. Berend steekt zijn duim omhoog. Nog even kijkt hij me aan met zijn grote bruine ogen. Dan draait hij zijn hoofd en trapt achteruit zijn skelter de hoek om.

Bas Oomen