Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
De Morgensterkerk - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
De Morgensterkerk

Bijna was de lente aangebroken. Het laatste staartje van de toch wel koude winter begeleidde mij naar de plek waaraan ik zulke goede herinneringen had. Die ochtend was het nevelig. Ik zag haast geen hand voor ogen. Met zware tred stak ik de Galileïlaan over. Ik was bijna op de Planetenlaan.
Hoe vaak had ik dit stuk al gelopen? Het slaan van de eerste paal op 3 december 1970 had ik nog helder op het netvlies liggen. Wat waren de Sterrenburgers enthousiast geweest en verheugd over hun kerk! Praktisch een jaar later had de eerste eredienst plaatsgevonden. Wat een huiselijkheid had de kerkzaal uitgestraald met de warme kleuren van de metershoge gordijnen. Ruim tien jaar later hadden we een glorietijd gehad. Op hoogtijdagen kwam het zelfs voor dat er niet voor iedere kerkganger een stoel was. Maar de grond was geduldig en iedereen was tevreden geweest. Hoe was het mogelijk, dat daar nu - ruim 36 jaar later - een eind aan zou komen. De datum was al vastgelegd: op 23 juni zou de Morgensterkerk definitief de deuren sluiten om uiteindelijk onder de slopershamer te verdwijnen.
Als koster van deze kerk ging mij dit alles aan het hart.

Brrr... wat was het frisjes. Ik wreef in mijn handen, opende het hek, vervolgens de deur en schuifelde naar binnen.
Eerst had ik nog niets in de gaten, maar plotseling werd mijn aandacht getrokken door de tussendeuren naar de kerkzaal, die wagenwijd openstonden. In de verte zag ik iemand op een ladder staan, althans, dat dacht ik. Toen ik beter keek, bleek het een man te zijn van enorme gestalte. Met het grootste gemak kwam hij boven het wandkleed uit, dat toch op aardige hoogte hing. - Het huis van God heeft vreemde kostgangers, dacht ik nog.
Voordat het goed en wel tot mij doordrong, hinkte de man met kleed en al de kerk door. Hij was mank en sleepte daardoor met zijn rechtervoet over de beklede grond. Verder zag hij er enigszins angstaanjagend uit met een knots in zijn rechterhand, alsof hij op ieder moment in staat zou zijn de boel kort en klein te slaan. Aan zijn gordel hing een zwaard, waarvan ik de punt niet wenste te voelen.
'Wat gaat u met ons wandkleed doen?' vroeg ik met schuchtere stem. 'Ik heb er mijn schild voor in de plaats gehangen,' antwoordde hij en leek dit te willen toelichten: 'Jarenlang heeft de Morgenster gezegevierd, maar nu is toch haar lot beschikt!'
Ja, ik wist dat de Morgensterkerk moest sluiten, maar om dan ook de symbolische Morgenster die op het wandkleed stond te vernietigen, ging mij te ver.
Voordat ik iets kon zeggen, vervolgde hij: 'Venus, de godin van de liefde, welgenoemd de Morgenster, heeft jaren haar geweven wandtapijt met deze prachtige vrolijke kleuren gehad. Het tij is gekeerd en de tijd is nu rijp voor de Orion. U denkt mij niet te kennen? Ook ik sta in uw heilige Boek genoemd. Zelfs de profeet Amos kende mij.' Hij wees naar de moderne kansel, waarop de bijbel geopend stond. 'Geen sterveling kan de boeien van de Orion slaken,' riep hij uit. 'Ook denken de mensen de waarheid in pacht te hebben, door mijn onstuimigheid in de liefde te benadrukken. Het is zeker waar dat ik buiten mijn liefde voor de jacht de schoonheid van vrouwen niet schuwde. Nog steeds word ik getergd door de zeven dochters van Atlas, die ik tijdens mijn leven nooit heb mogen beminnen. Vruchteloos was mijn jagen, onbereikbaar zullen zij immer voor mij blijven, deze Plejaden, de schone zusters. Maar niet zij waren mijn grote liefde. O mijn Artemis, dochter van de grote Zeus, godin van de jacht, waarom bent gij zo misleid door uw tweelingbroer Apollo, die u liet denken, dat ik een jachtdier was en u uitdaagde op mij te schieten. O mijn Artemis, beschermvrouw van de maagdelijkheid, mochten wij uit kuisheid niet aan elkaar worden verbonden? Artemis, mijn geliefde, met één schot raakte gij mij, doeltreffend als gij zijt. Gij werd mijn dood gewaar en uw hart verscheurde van verdriet!'

Tijdens zijn verhaal was Orion van de ene hoek naar de andere gehinkt. Nu zat hij op de trap, die naar het orgel leidde. Met open mond had ik staan luisteren. 'Wat heeft dit met onze Morgensterkerk te maken?' vroeg ik.
Orion lachte: 'Zoals ik al zei, jullie hebben je kerk naar Venus, de godin van de liefde genoemd. Dit is onbereikbare liefde! De liefde was mij niet gegund, tevens wordt zij jullie onthouden. De samenleving verhardt, de liefdeloosheid neemt toe. Op grond van zulke liefde kun je toch geen kerk bouwen? Daar hadden jullie als stervelingen bij stil moeten staan! Bovendien - Orion stond nu vlak voor mij en keek me doordringend aan - wie zet er nou een huis van God in de onderwereld? Dat leidt toch tot de ondergang.'
'Hoezo,' vroeg ik, 'wat bedoel je?'
Hij antwoordde spottend: 'Je wilt toch niet zeggen, dat je Pluto niet kent, die door zijn alom bekende veerman de stervelingen de Styx over laat zetten.'
Ik keek hem aan, alsof ik het water van deze rivier zag branden.
'Ja,' riep hij schaterend uit, 'wie zet er nou een kerk in de laan van de onderwereld?'

Ik was beduusd. Zó ver kon de hemelse strijd toch niet voeren? Was dit de ware toedracht van het sluiten van deze kerk? Er had zich een strijd in hogere sferen afgespeeld waar mensen geen weet van hadden. De Morgenster was verwijderd, de einddatum was bijna in zicht.
Ik hoorde nog net het dichtslaan van de deur en in de verte Orions stem: 'Wie weet wordt er ooit nog een gedenkteken voor mij opgericht.'

Met enige aarzeling besloot ik ook de kerk te verlaten. Ik stapte de kerkzaal uit, deed alle deuren achter me dicht en sloot het zware hek. Vreemd. Zag ik nou een paal op het kerkplein staan? Of was het een schim? Zuchtend borg ik mijn sleutels op. Niemand zou ooit het geheim van het sluiten van deze kerk te weten komen. Dit grote goddelijke geheim in nevelen gehuld, behoorde niet te worden prijsgegeven.
Ik richtte een laatste blik op de beeltenis op de paal die op het kerkplein stond en door de nevel heen meende ik op het bord nog net een knots te bespeuren. Ik schudde mijn hoofd en stapte kordaat de straat op.

Francis van 't Hoen-Meijer