Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
Karbonadebuurt - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
Karbonadebuurt

In 1959 ben ik in Wielwijk komen wonen. Van Woondrecht kregen we eerst een huis aangeboden op de Cornelis Trompweg. Voor zestien gulden huur per maand. Ik dacht meteen: zestien gulden, dat kan ik niet betalen! Mijn man en ik hebben dat toen meteen maar weer afgezegd. Maar een dag later al kreeg ik spijt van mijn beslissing en ben ik teruggegaan naar de woningbouwvereniging. Vervolgens kregen we een huis aangeboden in de Witte de Withstraat, en ik was echt helemaal ondersteboven van de luxe daar. Er was zelfs een koelkast in de keuken! Achteraf stelde dat niks voor, maar toen vonden we het echt geweldig. Die 'koelkast' was eigenlijk gewoon een keukenkastje met een extra dikke deur en geïsoleerde wanden, met in de buitenmuur een rooster waardoor de buitenlucht altijd naar binnen kon. Alles bleef er lekker koel in, zelfs in de zomer.

We hadden natuurlijk nog helemaal geen apparatuur in huis in die tijd en waren dus niks gewend. Een televisie hadden we bijvoorbeeld ook niet. Onze kinderen en alle andere kinderen uit de buurt stonden 's woensdagsmiddags altijd bij de buurvrouw op de stoep te wachten tot ze naar binnen mochten om naar een kinderprogramma te kijken.

Mijn man vond het huis in de Witte de Withstraat wel mooi, maar zei ook: 'Ik eet hier geen pak zout op, hoor.' Daarmee bedoelde hij dat hij er niet zijn hele leven wilde blijven wonen, omdat hij het een 'karbonadebuurt' vond. Anderen noemden Wielwijk ook wel een 'jambuurt', omdat ze het een kale-kakbuurt vonden.
Gek hé, dat dat zo kan veranderen, want tegenwoordig zou je Wielwijk eerder een volkswijk noemen.

Die voorspelling van mijn man is trouwens niet uitgekomen, want we zijn tot zijn dood in dat huis blijven wonen. Nu woon ik nog steeds in Wielwijk, en ik wil er echt nooit meer weg. Er is zo veel dat ik nog voor de wijk kan en wil doen. Dat gevoel wil ik niet kwijt.

Wil Braat