Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
Vrouwen werkten toen niet buitenshuis - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
Vrouwen werkten toen niet buitenshuis

Ik realiseer me opeens waarom mijn moeder begin jaren zestig niet kon gaan werken. In die tijd - ik was een klein ventje van een jaar of vijf - zat bij onze voordeur een mechanische bel en die werd in die tijd wel hl veel gebruikt.

Mijn vijf oudere zusjes werden geboren in de Dintelstraat, waar toen nog die leuke betonnen noodwoningen stonden met een flinke tuin eromheen. Tijdens de Watersnood van 1953 zijn mijn ouders - om de voeten droog te houden - tijdelijk ondergebracht in een huis met bovenverdieping aan de Markstraat. Ze stonden ingeschreven voor een grotere woning, en toen er eentje vrijkwam in Nieuw Krispijn, was dat het moment om nog eens te praten met die mensen uit de Markstraat. Dat gezin wilde al heel lang weg van de Staart en zo is er een ruil tot stand gekomen. De bewoners van de Markstraat verhuisden naar de Julianaweg en mijn ouders gingen in de Markstraat wonen.
Zo is het gekomen dat mijn wieg in 1957, enige tijd na de verhuizing, in de Markstraat stond. In de voorkamer achter de schuifdeuren.

Maar nu die bel.
Voor zover ik mij kan herinneren ging daar heel de dag door de bel. Want er kwam nogal wat aan de deur.

Vroeg in de morgen was er al de melkboer. Toen ik nog heel klein was, kwam Ai van de Merwe uit Dubbeldam langs met een paard en wagen. In die tijd waren er geen flessen. De melkboer schepte met een maatje uit een melkbus de melk in een aangedragen emmer of pan. Ai had vaak een druppel aan zijn neus en volgens mijn zusjes viel die druppel wel eens in de pan. Door de druppels van Ai was die melk natuurlijk zo lekker!
Mijn moeder zette die pan met melk vaak in de gang bij de voordeur. Zo is mijn zusje ooit, toen zij zich van de trapleuning af liet glijden, met haar billen in de pan met melk gevallen. In het vervolg zette mijn moeder de melk maar meteen in de keuken en niet meer in de gang.
Later kwam Piet van de Merwe, de zoon van Ai, langs de deuren met een Volkswagenbus die uitpuilde van de kratten. Achter die bus hing een aanhanger die ook altijd propvol stond met kratten en lege flessen.

In die tijd kwam er ook een olieboer. Hij bracht olie voor het petroleumstel, waarop altijd wel f vlees aan het sudderen was f een ketel water stond warm te worden. Van de olieboer kreeg je als kind altijd een paar dropjes. Ze smaakten naar 'peterolie', maar dat vonden wij juist lekker. De olieboer was bij ons, kinderen, dan ook erg populair.

Verder kwam er een man langs om de huur op te halen. De huizen waren van de familie Bart, en die stuurde een huurophaler langs de deur. Als deze de huur in ontvangst had genomen, werd de huurkaart afgetekend.

Weer even later belde een man van de verzekering aan die geld kwam ophalen. Vervolgens was er de man van de vakbond, die de contributie kwam innen.

Voor alles was er wel een man die geld kwam halen en soms de meter opnam, zoals voor gas en elektriciteit. Er was zelfs een tijd dat je muntjes moest kopen voor de elektriciteitsmeter. Had je geen muntjes meer, dan had je ook geen licht.

Overigens was er in ons huis maar weinig elektriciteit te vinden. In de keuken was n stopcontact met randaarde voor de wasmachine (zo'n witte kuip met een heen en weer draaiende vleugel erin) en voor de stofzuiger. Verder hadden we in elke kamer een lamp met schakelaar en dat was alles.
De vorige bewoners hadden met dunne snoertjes op enkele plaatsen een stopcontact gemaakt, maar die moest je niet te zwaar belasten, anders sloegen de stoppen door.

Warm water was er ook niet en dus ook geen douche. We hadden alleen een koude kraan in de keuken bij het granieten aanrecht, boven de gootsteen met witte en zwarte tegeltjes.
Om het echte vuil af te spoelen, gingen we n keer per week naar het badhuis aan de Bankastraat. Dat was een belevenis! Met moeder onder de douche; zij hield haar ondergoed aan, want dat hoorde zo. Verder galmde de 'prachtigste' liederen door de betegelde ruimte; die zorgde voor een speciale sound! En als je net was ingezeept (ik was niet zo snel en moest wachten tot moeder klaar was), werd er hard op de deur gebonsd en hoorde je de kreet: 'Tijd is om. Nog vijf minuten.'

Verder met de bel.
Als er geen meteropnemer of andere geldophaler aan de deur stond, was het wel een 'oom' of 'tante', en dat waren er ook heel veel. Toen ik klein was, noemden we alle mensen in de straat 'buren' en alle kennissen die verder weg woonden, noemden we 'oom' of 'tante'.
En ik had heeeeel veel ooms en tantes, nog los van alle familie. De koffie- en theepot zijn versleten van alle bakjes die bij ons geschonken en gedronken zijn.

Als we al aan het avondeten zaten, kwam de laatste persoon aan de deur voor een boodschap.
Dat was bakker Bijl. Deze man was, net als alle andere leveranciers, 's morgens vroeg aan zijn wijk begonnen, maar hij deed er iets langer over. Het verhaal ging dat hij wel honderd koppen koffie dronk op een dag. Hij ging in ieder geval bij heel veel huizen naar binnen en kwam soms twintig minuten later pas weer naar buiten. Wat hij allemaal deed weet niemand, maar er lopen nu nog erg veel mensen rond in Dordrecht die veel op bakker Bijl lijken.

En zo kwam met de bakker een eind aan de rij mensen die bij ons aan de bel hingen. Natuurlijk kwam er ook later op de avond nog wel visite, maar dan was het rustig, vergeleken bij de rest van de dag.

Snap je nu dat een huisvrouw vroeger geen tijd had om buitenshuis te werken?

Bert de Lange