Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
Noodstop voor een Eend - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
Noodstop voor een Eend

Met mijn ouders woonde ik vroeger aan de Zuidendijk, vlak langs de spoorlijn. Ik ben daar geboren in 1934, in een ijskoude winter. Ze hebben me verteld dat er drie kachels moesten branden en dat mijn vader een clivia ondersteboven heeft gegooid, zo trots was hij dat-ie een zoon had gekregen! De oorlogsjaren heb ik ook in dat huis meegemaakt. In die jaren hoorden we veewagens voorbij komen, waarbij we soms dachten dat we mensen om hulp hoorden roepen. Veel later begrepen we pas dat dit helaas geen verbeelding is geweest.

Na de oorlog ben ik naar de ambachtsschool gegaan en eerst naaimachinemonteur geworden bij meneer Sas op de Voorstraat. Dat was leuk, want daar zaten wel dertig meiden. Ik leerde daar stoken en natuurlijk met die naaimachines omgaan. Ik kreeg met alle meiden verkering, maar er kwam verder nooit iets serieus van. Daarna ben ik bij een stempelmakerij in de Wijnstraat terechtgekomen, want ik wilde toch verder leren. Ik hoopte daar achter de draaibank te komen, maar dat is helaas niet gelukt. De jongen die daar toen achter stond, ging helaas maar niet weg en ik ben daar dus uiteindelijk opgeleid tot stempelmaker. Om mijn wens om machinebankwerker te worden in vervulling te laten gaan, ben ik naar een ander bedrijf overgestapt, stempelmakerij Van Putten. De afspraak daar was dat, als ik elke dag om zes uur 's morgens kwam en de oven aanstak, ik tot acht uur alle machines en de draaibank mocht gebruiken naar mijn eigen inzichten. Dat was natuurlijk geweldig, en eigenlijk is het daar allemaal begonnen.

Op een dag kwam ik in de Museumstraat bij een machinehandelaar en zag een heel klein draaibankje staan. Dat bleek nog uit een Amerikaanse legerauto te komen die helemaal ingericht was geweest als bankwerkerij. De handelaar wilde daar vierhonderd gulden voor hebben, maar ik had er maar drie. Ik mocht het van mijn vader niet kopen, want dan was ik mijn spaarcenten kwijt. Toen heb ik met die man een deal kunnen sluiten dat ik dat ding voor driehonderd gulden mocht hebben als ik zes weken lang op zaterdagmiddag zijn werkplaats zou komen opruimen.
Dat heb ik gedaan, want ik wilde die draaibank dolgraag hebben. Er lagen echt bergen schaafsel en andere rotzooi in die werkplaats, die ik dan op een kruiwagen moest laden en wegbrengen. Die laatste zaterdagmiddag zette die handelaar me met de grote kist waar de draaibank in zat op straat. Ik was op de fiets en moest zelf maar zien hoe ik dat ding thuis zou krijgen.
Aan een jochie dat langs kwam lopen heb ik gevraagd of ze bij hem thuis telefoon hadden. Zijn moeder heeft toen naar Van der Zee gebeld, de groenteboer tegenover ons huis aan de Zuidendijk. Die is met zijn vrachtwagen gekomen en heeft mijn draaibank thuis afgeleverd.
Mijn vader was het er niet mee eens. Hij had een zaagbank met een motor en vond dat ding van mij maar niks. Na een tijdje zei mijn moeder, die wel zag dat ik helemaal gek was op alles wat met techniek te maken had: 'Geef dat jong toch die motor.'
Het eerste dat ik maakte was de wringer van mijn moeder. Dat ding was krom geworden en ik draaide dat op mijn draaibankje weer recht. Dat was uniek hoor. In een mum van tijd wist iedereen me te vinden en heb ik voor de hele familie en de buurt de wringers recht gedraaid.

Later kocht ik een lasapparaat dat op het lichtnet werkte. Ik laste toen atlaskraantjes voor een agrarisch bedrijf en was inmiddels al vele uren 's nachts in mijn schuurtje te vinden. Ik moest dat lassen wel 's nachts doen, want als ik daarmee bezig was ging zachtjesaan het licht in de buurt uit.
Er kwam een keer 's nachts iemand de werf op die zei: 'Herman, weet je wel dat heel die draad tussen de schuur en jullie huis roodgloeiend staat?' Ik heb die kabel inderdaad kort daarna doorgelast. Van de electriciteitscentrale hebben ze vervolgens nieuwe, zwaardere leidingen en elektroden aangelegd, zodat ik mijn werk toch nog kon blijven doen.

Ik kreeg inmiddels steeds meer klanten. Op een dag kreeg ik via via een CitroŽn Deux Chevaux onderhanden, die ik helemaal ben gaan opknappen. Ik sleutelde toen trouwens al steeds meer aan auto's van mensen uit de buurt. Overdag werkte ik als gereedschapmaker in de Tomado-fabriek in Zwijndrecht en moest daar regelmatig uitrusten van mijn nachtelijke bezigheden.

Inmiddels had ik ook een brug gebouwd bij het ouderlijk huis aan de Zuidendijk, waar ik steeds de auto's op had staan waar ik mee bezig was. Iedereen in de trein van Amsterdam naar Vlissingen kwam daar natuurlijk langs en dat was echt reclame. Later stonden in dat weiland ook de Lelijke Eenden geparkeerd die al waren opgeknapt. Zo heb ik ook aan een treinmachinist ooit zo'n auto verkocht. Die kwam daar natuurlijk elke dag langs.
Die man woonde in Vlissingen en er waren in de loop van de tijd in die omgeving al geen onderdelen meer te krijgen voor Lelijke Eenden. Hij moest eigenlijk een nieuwe dynamo hebben en wilde daarvoor toch nog weer een keertje bij mij langs in Dordt. Hij had een hele tijd niet meer op de lijn Amsterdam-Vlissingen gezeten, en toen hij weer terug was op dat traject zag hij dat er geen brug meer was en dat de auto's niet meer in het weiland stonden. Dat klopte, want ik was inmiddels gaan wonen en werken aan de Kuipershaven.
Op een dag kreeg diezelfde machinist problemen met de trein op dat traject. Het ding wilde niet meer vooruit. Hij heeft toen van die situatie gebruikgemaakt om te stoppen bij de overweg aan de Zuidendijk. Mijn vader zat op de bank en zag die machinist uitstappen. Hij kwam naar mijn ouderlijk huis gelopen om te vragen waar ik tegenwoordig eigenlijk zat. Bij die overweg stond trouwens ook een baantelefoon, waar hij meteen ook de treinstoring ging melden.
Mijn vader kwam die dag trots naar mijn werkplaats aan de Kuipershaven om te vertellen: 'Het hele spoorboekje leg in de war, omdatte ze naar jou komme vrage!'

Herman Hoogendoorn