Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
Opgroeien in het Noorderkwartier - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
Opgroeien in het Noorderkwartier

Ik ben gekipt en gebroed in het Noorderkwartier. Mijn vrouw ook, die komt uit de Waalstraat. Mijn geboortehuis staat op de Maasstraat, waar nu de trimsalon is. Mijn vader had daar een kapperszaak. Die maakte dus lange dagen, ook op zaterdag. Gelukkig mocht ik vaak met klanten mee. Gingen we vissen. Water genoeg hier in de buurt. Eerlijk gezegd deden we vroeger alles wat verboden was. De Staart bestond alleen uit het Noorderkwartier: 353 woningen. De grens was de IJsselstraat. De rest was open gebied vol grienden. Daar kon je je uitleven. Ik had hier echt een prachtige jeugd. Lekker vissen, een netje uitzetten, een haasje vangen. Dan ben je echt een bevoorrecht ventje. Die geweldige jeugd neem je toch maar mee.

Mijn oom had een huisje bij de Spieringsluis. Daar zetten we dan een kreek af door netten te spannen. Met kettingen sloegen we aan de ene kant in het water en dreven zo de vis het net in aan de andere kant.
's Nachts gingen we peuren. Het was echt doodstil. In de verte hoorde je dan het politiebootje aankomen: tuf tuf tuf. Als kleine jongen ging je er dan onmiddellijk bang vandoor. De ouderen lachten. Zij wisten precies hoe ver het geluid over het water klinkt en wachtten tot het laatste moment om stilletjes te vertrekken.

Gewoon vissen mocht je vroeger overal. Vooral in de Brabantse Biesbosch stikte het van de vis. Daar roeide je dan naar toe. De blaren op je handen. Plezierjachten zoals je ze nu ziet, waren natuurlijk onbetaalbaar.
Als je een echte bamboehengel had, was je al een rijke stinkerd. Tegenwoordig gooien ze met een 12-meter feeder zo halverwege de rivier. Ook hier vlakbij op de Prins Hendrikbrug was het trouwens goed vissen. Dat was vroeger nog een draaibrug. Onder het vaste deel door kon je over wat plankjes naar het remmingwerk klauteren en daar je hengeltje uitgooien. Ik heb ook veel gevist op de vlotten die in het Wantij lagen bij de Waalstraat. Het was hier echt een eldorado! En al die vis was in de magere oorlogsjaren een welkome aanvulling op het menu.

Misschien is het in je herinnering nog mooier, maar vroeger ving je gewoon veel meer. Nu is het afwachten. Soms zit je de hele dag te wachten op niets en soms vang je de hele wereld bij elkaar.
De voorntjes werden altijd gebakken. Voor spiering ging je naar Willemstad. In de Merwede ving je fint en elft. Een vis vol graten, die werd gebakken en ging daarna in het zuur, om de graten wat zachter te maken. Een visboer uit Woudrichem verkocht die vanuit zijn handkar. 'Fint en elft!' klonk het dan hard door de straat. Die vis is nu helemaal verdwenen. Net als de zalm vroeger bij Rotterdam. De paling die er nu nog is, kun je beter niet meer eten; dan kun je net zo goed gelijk aan het gas gaan... Mijn vader zei vroeger altijd: 'Niet naar de Papendrechtsestraat. Als je daar in het water valt, verdrink je.' Nu? Nu los je er gewoon in op! Het water zit tegenwoordig zo vol chemicaliŽn dat het niet eens meer kŠn bevriezen.
In mijn geboortejaar, 1929, vroor het zo hard dat de wagens over het ijs naar Zwijndrecht reden. Een fotograaf uit de Voorstraat, Brugman heette ie geloof ik, ging hier in mijn jeugd ijszeilen. Op zo'n ding zoals je wel op het strand ziet, maar dan met glijders in plaats van wielen. Dat was spectaculair, zo hard die ging.

Vroeger hadden we als kinderen alle ruimte. Het was heerlijk zwemmen op het strandje bij de Hel, de Hellesluis. In de grienden bouwden we met wat oude lappen en lakens hutten. Daar konden we aardappels poffen, op de balein van een oude paraplu. Niemand zag je, niemand had er last van. Je speelde altijd wel met zo'n tien vriendjes. Nu heet dat hangjeugd. Wij verveelden ons nooit. En in de vakantie? Dan gingen we naar Montania... Het strandje aan de Merwede bij ijzerhandel de Montan. Of we gingen diep de Biesbosch in. Dat zou nu niet eens meer kunnen, en niet meer mogen.

In die tijd kende je iedereen. Het contact in de buurt was veel intenser. We waren allemaal even arm en alles werd gedeeld. Dat was blijkbaar makkelijker delen dan met de rijkdom van nu. Ik kan nog heimwee hebben naar die te kleine bovenwoning die we samen hadden in het Noorderkwartier. Wij sliepen als ouders op de overloop. Toch kan ik verlangen naar die tijd, ook al hebben we nu een leuke eengezinswoning met een tuintje op het zuiden. Heimwee naar die hechte gemeenschap heb ik soms nog.

Jan Vogelaar