Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
De tijden zijn veranderd - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
De tijden zijn veranderd

Het is een regenachtige dinsdagmiddag. In de Willem Marisstraat zitten An en ik voor het raam, en vol belangstelling volgen we de nieuwbouw pal voor onze deur. We vinden de wijk mooi worden, maar mijmeren nog wel eens over vroeger. Dit jaar zijn we veertig jaar getrouwd. Al die tijd wonen we al in Krispijn.

We begonnen op een bovenwoning in de Jacob Marisstraat. Daar hebben we drie jaar gewoond. Met een gezin wilden we graag iets groters, dus verhuisden we naar de Hoytemastraat, hier vlak achter. Uiteindelijk hebben we daar eenendertig jaar gewoond. Nu wonen we al weer zo'n vijf jaar op de Willem Marisstraat.

De wijk is nu natuurlijk ook wel mooi, met al die nieuwbouw en renovaties, maar de tijden zijn veranderd. Oud Krispijn is in Dordrecht nog steeds uniek qua volksgeest en saamhorigheid, maar toch was dat er vroeger nog veel meer. Je kende iedereen en iedereen kende jou. Nog steeds leven we 's zomers echt buiten en is het hier gezellig, maar het is toch anders.
Toen we op een bovenwoning zaten, mochten de kinderen bijvoorbeeld bij tante Teuntje beneden in de tuin in het zwembadje als het warm was. Dat was allemaal vanzelfsprekend. Je zorgde een beetje voor elkaar, toen.
Op zondag luisterden we bij de muziektempel op het Jozef Israelsplein - waar ze nu huizen aan het bouwen zijn - naar de fanfare en dat gaf een 'wij'-gevoel, hoe verschillend je ook was.
We zijn wel blij dat we nog steeds in de Mauvebuurt wonen, want in dit deel van de wijk is, denk ik, toch het grootste deel van vroeger bewaard gebleven. Je ziet het bijvoorbeeld al aan de monumentale oude huisjes; die zijn gebleven zoals ze ooit zijn gebouwd.

Veertig jaar geleden waren er veel meer kleine winkeltjes op bijvoorbeeld de Jacob en Willem Marisstraat en de Brouwersdijk. Nu hebben de kleine buurtsupers plaatsgemaakt voor de grote Bas van der Heijden op de Brouwersdijk. Dus als je bijzondere dingen wilt hebben, moet je óf daarheen óf naar de stad. Er zijn natuurlijk nog wel wat leuke kleine winkeltjes. Maar echt dat knusse, gezellige van vroeger, dat is er een beetje af.

We weten nog precies welke winkelier waar zat en je kende iedereen bij naam. Je had mevrouw Hills op het postkantoortje, melkboer Bob, Hille, en slager Fred op de Brouwersdijk, het supermarktje van Arie de Bruin, bakker Bax achter de school, een boekenwinkeltje op de Breitnerstraat, Wensveen op het Heijeplein, Siebes op de Jacob Marisstraat, groenteboer Andries de Geus, Nannings, Nijssen en ga zo maar door. We zouden ze allemaal wel op kunnen noemen. We moesten altijd lachen om André de Geus, want die sjoemelde nog wel eens met de houdbaarheidsdata. Die waren niet op de pakken gedrukt zoals tegenwoordig, maar zaten met stickertjes op de producten geplakt. Ze konden eenvoudig verwijderd worden. Dat wist je gewoon, maar je vond het niet zo erg.

We zijn dol op Oud Krispijn, maar al die buurtwinkeltjes van vroeger, die missen we soms. Voor wol of garen moet je nu op de fiets naar de stad, terwijl je zoiets vroeger op de hoek van de straat kon kopen. Dan ging je meestal naar Hille. Ik heb ook nog steeds een doosje dat ik ooit aan de deur bij een eenmansbedrijfje heb gekocht. Een stukje nostalgie.
Waar vroeger winkels zaten op de Brouwersdijk, zitten nog wel wat winkelpandjes nu, alleen met andere producten. Waar nu de Barbiewinkel zit, daar werd vroeger dierenvoer verkocht. Er zit wel al heel lang een drogist op dezelfde plek, én de Spijkerton natuurlijk. Daar verkochten ze veertig jaar geleden ook nog huishoudelijke apparaten en huishoudbenodigdheden.

De mensen die je in de straat of op het schoolplein tegenkwam, zag je vaak even later weer bij de groenteboer of de slager.
De meesten van ons, oudjes, wonen nog steeds in Oud Krispijn. Het grappige is, dat je in die seniorencomplexen meer terugvindt van het saamhorigheidsgevoel dat we hier vroeger met zijn allen hadden. Er zijn daar actieve bewonerscommissies, en mensen doen veel dingen samen. In ons deel van de wijk hebben we gelukkig ook actieve huurders in allerlei commissies. Omdat wij duiven hebben, kunnen we hier niet weg, maar anders zou ik in Oud Krispijn graag tussen oude bekenden in een seniorencomplex wonen, hoor!

Vroeger hadden we een Turkse buurman. Hij woonde alleen; zijn vrouw en negen kinderen zaten nog in Turkije. Buurman kwam iedere dag even kijken naar Miranda, onze jongste dochter, die toen nog klein was, en dan vertelde hij vol heimwee over zijn gezin. Later konden ze gelukkig allemaal bij elkaar wonen in Oud Krispijn. De oude Turkse buurman is inmiddels overleden, maar zijn vrouw woont nu in het seniorencomplex aan de overkant, en de kinderen zeggen ons nog altijd gedag. Dat geldt ook voor ander oude bekenden die hier nu nog wonen.

Maar ook wij gaan met onze tijd mee. Je krijgt een gezin, je verlegt je prioriteiten, je bemoeit je wat minder met anderen. En zonder te willen vervallen we in clichés als 'vroeger was alles beter', was het wél een mooie tijd, waar we met weemoed en trots op terugkijken. Het speelde zich toen toch allemaal af in ónze Mauvebuurt. En hoewel je met je tijd moet meegaan, vechten we in allerlei bewonerscommissies hard om een stukje echtheid uit die tijd te behouden.
Die saamhorigheid kwam destijds niet alleen door de winkeltjes, de school of de sportclub, maar gewoon doordat je elkaar overal tegenkwam. Je was ook veel minder mobiel, dus je zorgde wel dat je het leuk had met elkaar! Wat ook hielp, was dat oom agent letterlijk je buurman was...

Nog steeds is het hier wel 'ons kent ons', maar we kennen niet meer iedereen bij naam. Toen wel, ik kan ze zo opdreunen: Van Helden, Wits, Groenendijk, Van de Zijde, Van der Zalm, 'de rooie' Luitenburg... Zo zitten in het Land van Krispijn nu ook Cees en Dirk Romeijn, die respectievelijk al 72 en 80 jaar hier wonen. Ouwe taaien zijn we. We zullen elkaar ooit wel weer terugzien in het seniorencomplex, denk ik.

André Fok