Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
Rood-wit-blauw - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
Rood-wit-blauw

Het was tijdens de bezetting door de Duitsers dat bij het Huis te Merwede opgravingen werden gedaan. Het moet geweest zijn in de jaren 1942-1943. Vooral tijdens dat laatste jaar begonnen de tekorten aan alles ernstige vormen aan te nemen.

De opgravingen werden verricht door vijf of zes mannen die tewerkgesteld waren in het kader van de 'werkverschaffing', een instituut om werklozen aan het werk te zetten, zodat ze niet slechts van een werkloosheidsuitkering (de steun genoemd) moesten rondkomen.

En van die mannen was mijn vader, die ook al jaren als grondwerker had gewerkt in de Biesbosch. De mannen stonden onder leiding van een archeoloog, denkelijk iemand van de gemeente Dordrecht. Hij moet een geschikte figuur zijn geweest, want ik herinner me niet dat ik mijn vader ooit over hem heb horen mopperen en dat zegt nogal wat, want de meeste 'bazen' waren naar zijn oordeel uitbuiters. Ja, hij was een fel rood gekleurde SDAP.

Het werk bij het Huis te Merwede was veel minder zwaar dan dat in de Biesbosch, omdat het tempo heel laag lag. Dat moest wel, om beschadiging van eventueel in de grond verborgen 'schatten' te voorkomen. Van tijd tot tijd kon een shaggie worden gerold en opgerookt.

Ten behoeve van de opgravingen was het nodig een paar mooie oude kastanjebomen te rooien. Daar werd in die tijd niet moeilijk over gedaan. De mannen waren van alle markten thuis, dus ze beklommen de bomen, zaagden en hakten takken af en trokken met vereende krachten de stammen omver nadat die met bijl en zaag ingekerfd waren. Nee, niks kettingzaag, alles met armkracht. Dat zagen heeft een paar keer oponthoud ondervonden doordat de zaag schade opliep op geweerkogels die zich ooit in de stam geboord hadden. Dan moest de zaag, een trekzaag van meer dan een meter lengte met aan beide uiteinden een rechtop staand handvat, naar de smid om te worden gerepareerd.

De dikke takken en de stammen werden in kleine handzame stukken gezaagd en gekloofd, die de mannen mee naar huis namen als brandstof voor hun fornuizen. Alle levensbehoeften waren inmiddels heel schaars geworden, dus ook brandstof. Maar zeker ook levensmiddelen; dat leidde er toe dat de mannen in die uithoek bij het Huis te Merwede heel voorzichtig wat stropersactiviteiten ontplooiden. Zo herinner ik me dat mijn vader geheimzinnig glunderend met een jutezak op zijn rug thuiskwam van het werk en in de keuken de inhoud ervan aan mijn moeder toonde: een levende wilde eend!

'Ach Here jee, nee hoor, daar komt niks van in! We gaan niet zo'n mooi beessie slachten. Breng dat beest maar mooi terug, want ik moet hem niet! Trouwens, wie zal hem doodmaken? Jij zelf toch zeker niet, want voor de slacht van de konijnen moet je zwager altijd komen opdraven.'
Ik weet zeker dat mijn vader over het opeten van de eend gejokt heeft bij zijn kornuiten rond het Huis te Merwede, maar de waarheid was dat hij, na n poging om het beest de nek om te draaien, waarbij die nek gewoon weer terug veerde in haar normale positie, er de brui aan gaf. Hij kon het niet opbrengen en heeft de eend weggeven aan een kennis met minder scrupules.

Het opgravingswerk was weinig enerverend, ofschoon er soms toch wel wat spanning was als er iets gevonden werd van enige betekenis. Maar op een dag, ik meen dat het op 31 augustus was, raakten de gemoederen wat verhit, want n van de mannen merkte een grote nationale vlag op die vrolijk op het hoogste topje van de rune wapperde! Het rood, wit en blauw was prachtig om te zien, want dat was lang geleden. Het tonen van onze driekleur was streng verboden, werd gezien als een vorm van verzet en was daardoor levensgevaarlijk.

Aanvankelijk werd er uitbundig om gelachen en werd er geraden wie van hen dat gedaan kon hebben. Na een poosje werd duidelijk dat geen van hen de dader was, dus als zo vaak lag die weer op het kerkhof. Besloten werd dat de grap lang genoeg had geduurd en dat, om te voorkomen dat zij er de dupe van zouden worden, de vlag moest worden weggehaald. Slechts n van de mannen had het lef om in de rune te klimmen en schrijlings zittend naar het hoogste punt te schuifelen om de vlag omlaag te halen. Hij sneed het dundoek los, knoopte het om zijn hals en daalde voorzichtig omlaag. Weer terug bij zijn makkers werd hij met schouderklappen en gelach ontvangen. Er werd nog lang over nagepraat en gegist wie de vlag daar nou toch kon hebben aangebracht.

Wat er met de vlag gebeurd is weet ik niet, wel dat hij steeds weer terugkeerde in de verhalen over die tijd.

Wim Jilleba