Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
Stormavond - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
Stormavond

Het was een donderdagmiddag, januari 2007, er hing veel spanning in de lucht. Het stormde al flink buiten en dat zou de komende uren alleen maar erger worden. Er was zelfs een weeralarm afgegeven. Hoewel we al om vier uur naar huis mochten, was ik door blijven werken en rond zes uur de stad ingetrokken om foto's te maken van de storm. Nadat ik de wilde havens en onstuimige rivieren had proberen vast te leggen, besloot ik naar het Wantijpark te gaan, vlak bij mijn woning.

Het was te verwachten: om te voorkomen dat nieuwsgierigen als ik het park in zouden gaan en een boom of tak op hun kop zouden krijgen, was uit voorzorg het hek gesloten. Iedereen die dat hek bij het Wantijpark kent, weet dat het niets uitmaakt of het dicht zit of niet, binnenkomen lukt toch wel. Zo ook nu. Ik zette mijn fiets op slot en sprong over het lage hekje dat aansluit op het grote hek. Her en der lagen zware takken over het pad, maar ik zag geen gevaar. De losse en zwakke takken zouden er nu toch al wel uitgewaaid zijn. Ik liep, de gevallen takken ontwijkend en me schrap zettend tegen de wind, over het grasveld en opeens stond ik bij de 'schietmuur'. Oude herinneringen kwamen boven. Hier speelde ik riddertje met mijn broertje, bouwde met vrienden kampvuurtjes. Eén van die vrienden beweerde bij hoog en bij laag dat dit een stuk middeleeuwse stadsmuur was. Gevraagd naar wat de muur precies moest beschermen rond 1300, moest hij het antwoord schuldig blijven.
De muur is, ontdekte ik later, een stuk minder oud, maar heeft wel min of meer als verdediging dienst gedaan. Dit tegenwoordige rijksmonument is gebouwd in 1910 en was jarenlang het eindpunt van kogels uit de vuurwapens van de pontonniers. De pontonniers van de Benthien-kazerne oefenden hier namelijk hun mikkunsten. Geen middeleeuwse ridderzangen dus, hooguit soldatenmoppen en korte bevelen weerklonken hier Ik verbaasde me erover dat ik nooit kogelgaten had gezien in de muur. Schoten de pontonniers destijds echt zo accuraat? Als dat zo is, ben ik erg benieuwd naar hun bruggen. Bruggen bouwen was immers de voornaamste bezigheid van de pontonniers. In gedachten verzonken voelde ik met mijn handen over de koude stenen. Kogelgaten waren niet te voelen.

Het droge geluid van een brekende tak haalde me uit mijn mijmeringen. Ik hoorde gemompel achter de muur. Snel bedacht ik welke houding ik aan moest nemen zonder als een volslagen idioot over te komen. Wat deed ik hier om drie uur 's nachts in het Wantijpark? Een zwerver die treurt om het verleden dat voorbij is gegaan.
'Halt!' klonk het plotseling bars. Wat nu? Doen alsof ik dacht dat het niet tegen mij gezegd werd? Ach wat. Wat kon me eigenlijk gebeuren?
'Wie vraagt mij halt te houden?' vroeg ik de onbekende.' Als u toegeeft Nicolaas te zijn, zeg ik u mijn naam.' Ach, het moest iemand zijn die mij kende en mij nu voor de gek probeerde te houden.
'Uhm ja, ik ben inderdaad Nicolaas Jan Lambertus Ronaldus. Als ik u een plezier kan doen met het noemen van al mijn namen zal ik dat niet laten.'
'We verwachtten u al een poos, maar we waren gewaarschuwd dat u altijd te laat bent. We vreesden al dat u de uitnodiging niet had ontvangen. Mijn naam is Luud. U stelt verder geen vragen meer tot we bij de anderen zijn.'

De man stond nu plotseling achter me. Ik draaide me snel om en bekeek hem grondig. Achteraf moet ik zeggen, dat er eigenlijk niets opmerkelijks aan hem te zien was.
'Dat u geen uitnodiging heeft ontvangen is geen probleem, het belangrijkste is dat u er nu bent. Volgt u mij.' De man draaide zich om en liep langs de muur verder over het dijkje dat naar het Vlijstrandje leidt. Of liever gezegd, naar het strandje dat daar tot voor kort te vinden was, want nadat de gemeente Dordrecht besloten had dat daar ter vermaak van miljoenenjachten in Plan Tij een brug moest komen, was het gebied veranderd in een landschap dat Ieper ten tijde van de Eerste Wereldoorlog niet had misstaan. In de verte hoorde ik stemmen mompelen.
Toen we naar links draaiden, moeten de aanwezigen ons hebben zien naderen. Het gemompel stopte direct. Een vreemder schouwspel heb ik niet gezien. Het licht van een houtvuur dat in het midden brandde, scheen op de gezichten van de aanwezigen. Het vuur was te verblindend om iemand te herkennen, maar de prachtige dame die in de cirkel bij het vuur stond, herkende ik direct. Ze klapte éénmaal in haar handen. Eerst dacht ik dat ze dat deed om iedereen stil te krijgen, maar ze bleek het uit verheuging te hebben gedaan. 'Zo, Nicolaas!' sprak ze met hoge stem, 'welkom in ons midden! We hebben lang op je gewacht, maar het verdriet daarover wordt vele malen overstemd door de vreugde die we voelen nu je hier bent. Ik neem aan dat je weet wie ik ben?'

Gegniffel steeg op uit de kring, maar daar lette ik niet op. 'Mevrouw, allereerst mijn excuses voor het feit dat ik laat ben. Ik wist niet dat ik uitgenodigd was, maar ik ben blij dat u mij welkom heet. Uw naam vraagt u? Mevrouw, ik moet mij toch wel heel erg vergissen als u niet de verdediger van Hollands oudste stad bent. U lijkt sprekend op het beeld aan de Groothoofdspoort, zetelend in uw Hollandse Tuin. U bent de Dordtse Stedenmaagd!' Het instemmende gemompel wees me erop dat ik het bij het rechte eind had.

'Juist,' sprak zij, 'heel juist. Ik ben de verdediger van de Hollandse Tuin, maar vooral van de oudste stad van Holland. Ik heb Dordrecht gezien nog voor het Dordrecht heette. Ik heb de eerste bewoners, eenvoudige vissers en boeren, terpen zien opwerpen om hun vee en have droog te houden. Ik heb de overwinningsroep van graaf Diederik gehoord bij de Toltoren Dordrecht, de naam die later voor de hele stad zou gelden. Ik heb Sura de plek zien aanwijzen waar volgens haar een kerk gebouwd moest worden, en ik was erbij toen Dordrecht verzwolgen dreigde te worden door de golven van de Sint Elisabethsvloed. In 1572 zag ik de Geuzen binnenkomen en honderd jaar later zag ik hoe Cornelis vertrok om zijn broer op te halen uit Den Haag. Ik zag in 1813 kolonel Beelaerts de rivier oversteken om de Fransen te bewegen hun bombardement te staken. Ik heb de dapperste momenten van de Nederlandse soldaten in en rond Dordrecht meegemaakt. Ja, ik ben de Stedenmaagd, beschermvrouwe van Dordrecht. En dit hier,' wees ze naar de kring om haar heen, 'zijn mijn getrouwen. Graag zou ik ze aan je voorstellen, maar de tijd staat ons dat op dit moment niet toe. Een volgende keer wellicht, ik hoop je weer te ontmoeten...' Ze gaf me een schouderklopje.

Versuft wierp ik een flinke tak van me af. Ik krabbelde overeind en voelde bloed langs mijn wenkbrauw stromen, vlak boven mijn haargrens had ik een flinke wond. Ik voelde een stekende pijn door mijn hoofd gaan. Ik was waarschijnlijk door een vallende tak uit mijn evenwicht geraakt en daardoor, blijkbaar, met mijn hoofd tegen de muur aan gevallen.
Dit was een mooi moment om me uit de voeten te maken en niemand tegen te komen. Gelukkig had ik nu wind mee en was de uitgang snel gevonden. Over mijn fiets hing een wilgentak. Ik dacht er verder niet bij na, deed hem onder mijn snelbinder en fietste naar huis. Vijf minuten later zette ik thuis de tak in een vaas. Na overdreven lang douchen keek ik, vlak voordat ik in slaap viel, naar de vaas met tak. Met het verliezen van het contact met de realiteit, op de grens van waken en slapen, bedacht ik me dat de Dordtse Stedenmaagd met een soortgelijke tak staat afgebeeld op de Groothoofdspoort.

Nieky Klaus