Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
Ic make cont ende kenlyc allen luden (II) - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
Ic make cont ende kenlyc allen luden (II)

Het is een hele tour om als heraut van heer DaniŽl VI van der Merwede netjes in zijn kielzog te blijven lopen. Hij heeft een stevig tempo.

'Kom mee!', spoort hij me aan, 'we gaan naar het feest dat vanavond wordt gevierd in het Huis te Merwe.' Dan vervolgt hij plechtig: 'U bent mijn gast. We vieren de Slag bij Zwartewaal, waar ik net van ben teruggekeerd en aan de zijde van graaf Willem V van Holland heb gevochten en gewonnen! Vanavond vieren we dat met veel bier, wijn, wild, vis en mosselen, en er zijn speellieden en minstrelen uitgenodigd. Zij gaan vertellen over de heldendaden van mijn vader, die gesneuveld is bij Warns onder onze graaf Willem IV.' We lopen over een stevige dijk die half met riet is bedekt. Zijn stem verwaait: '?en ik wil dat u er vanavond bij bent, u hebt immers het beste?!'

Door de wind kost het me de nodige kracht om vooruit te komen. Het water klotst krachtig tegen de dijk. DaniŽl slaat er geen acht op, hij is niet anders gewend. Maar ik bedenk opeens dat we over de Merwedijk lopen, de dijk waarop volgens mij sinds de stormvloed van 1421 niemand meer heeft gelopen. Zou DaniŽl dat weten? En hoe is hij bij mij terechtgekomen?
Ik besluit er niet te veel over na te denken en er al helemaal niet over te beginnen. Ik wil zijn feestvreugde over de overwinning niet bederven met opmerkingen over hoe alleraardigst het is geweest, dat Huis ter Merwe. Ook zijn eigen Huis, gebouwd op dezelfde plek mocht er zijn. Maar ook dat is in 1418 door de Dordtenaren geplunderd en in 1421 door de Sint Elisabethsvloed voor eeuwig tot een ruÔne vervallen.
Wat weet DaniŽl eigenlijk van de geschiedenis en maakt het hem iets uit? Het geslacht Van der Merwede heeft zijn glorietijd gekend. Ruim anderhalve eeuw hebben de heren Van der Merwede hun stempel gedrukt op Dordrecht en omgeving. En ook, maar in mindere mate op het graafschap Holland. In 1403 sterft het geslacht in de mannelijke lijn uit. - Ik loop hier met de laatste telg op ťťn na!

'Ik weet niet wat je allemaal loopt te mijmeren,' zegt DaniŽl ineens, 'maar ik heb liever dat je me gewoon vragen stelt. Zo vaak zien we elkaar niet, is het wel?'
'Nee, nee, natuurlijk niet. Ik eeh? ik vroeg me eigenlijk af of de heren Van der Merwede nou van adel zijn of niet.'
'Ach, weet je, we weten het zelf eigenlijk niet. Waarschijnlijk stammen we af van de graven van Voorne, maar niemand weet het zeker. En het is eigenlijk veel handiger om te doen alsof we gewoon vrije heren zijn. De graven van Holland hebben het doorgaans niet zo op die oude adel. Ze geven liever het bestuur over een graafschap aan heren die niet zo heel erg machtig zijn.' Dan weer plechtig zegt hij: 'Maar vraagt u gerust verder, u bent mijn heraut.'
'Goed. Wat ik me afvraag: ik hoorde vannacht een lied van de Proverbien van Juvenale. Ik vind dat erg mooi, maar ik vraag me af waarom het ineens in me opkwam. Ik heb de tekst slechts ťťn keer ergens gelezen. Heeft het iets met u te maken?'
DaniŽl kijkt even op en tuurt over de rivier. 'Ik weet niet waarom het in u opkwam. Wel weet ik dat mijn vader het een mooi gedicht vond en ook ik zie er wel wat in. Het is geschreven door Jacob van Maerlant en voorgedragen toen we een feest vierden omdat mijn vader baanrots was geworden. Dat hield in dat mijn vader voortaan mocht strijden onder een eigen banier en met een eigen wapenkreet. Het was op 9 april 1341. Ik zal een jaar of acht zijn geweest. Nooit heb ik een groter feest meegemaakt. Menig rijke edele en koopman kwam mijn vader feliciteren. Ik was zů trots op mijn vader... Sindsdien wilde ik mijn best doen om net zo'n fiere en trotse ridder te zijn als hij is geweest. Erg goed heb ik hem niet gekend. Hij sneuvelde toen ik elf jaar was. Vermoord door de Friezen, bij Warns. Net als mijn oom, graaf Willem IV van Holland. Mijn moeder, Johanna van der Eem, heeft veel over mijn vader verteld. Ze was erg verdrietig toen ze hoorde dat hij gesneuveld was. Woedend was ze op graaf Willem. Ze vond dat hij uitverkoop hield in het graafschap en veel te veel de koene ridder uithing met al zijn gevechten. Hoe mijn vader er over dacht weet ik niet. Ik heb later gehoord dat hij ook graag had meegedaan aan de belegering van Utrecht. Veel van die feestgangers zijn later met hem gesneuveld bij Warns. Mijn moeder kent, sinds ze er alleen voor staat, zware tijden en als ze erg verdrietig is, zingt ze de Proverbien van Juvenale.'

Terwijl hij vertelt, passeren we enkele gebouwtjes aan de linkerkant. Er brandt geen licht, dus ik weet niet zeker of het er bewoond is. Plotseling tikt DaniŽl op mijn arm. 'Kom, daar is mijn Huis. Wat vind je ervan? Als ik de kans krijg, laat ik hier een nog groter Huis neerzetten. Dat gaat veel geld kosten en ik ga dat verdienen! Natuurlijk is er wat geld dat ik van de graaf of van anderen krijg, maar ik ga vooral heel veel toernooien winnen. Weet je dat zelfs neef Jan mij niet aankan? Haha!' Hij lacht breed en vertrouwt me toe: 'Hoewel veel mensen zeiden dat ik als Parcival zou opgroeien, kan ik je verzekeren dat daar niets van waar is. Die bijnaam ben ik kwijt. Galahad past beter bij me, zeker nu ik me bij Zwartewaal bij de graaf heb bewezen. Of het nou gaat om vechten, besturen of om feesten, de graaf kan op mij rekenen! En let op: ik trek de wereld in en de wereld zal nog heel wat van mij te zien krijgen!'

Er klinkt vastberadenheid in zijn stem. Is deze man, een jongen eigenlijk nog, teleurgesteld dat hij nog niet tot ridder geslagen is? Het lijkt of hij mijn gedachten kan lezen. 'Luister je wel? Ik zeg je, de wereld zal nog veel horen over deze DaniŽl, heer Van der Merwede.'
'Jaja, ik geloof je,' zeg ik een beetje afwezig, en ik denk: ik weet het toch? Er staat je een leven vol moed, hoofsheid en ridderlijkheid te wachten.
We zijn nu vlak bij het Huis, dat hoog boven ons uittorent in de donkere nacht. Snel overwaaiende wolken geven af en toe de maan gelegenheid om het flinke gebouw te belichten. 'Dat je het maar weet!' zegt DaniŽl vrolijk. Ik krijg nog steeds niet echt goed hoogte van deze man. 'Nog eeuwenlang zal men praten over mij en mijn voorvaderen en over onze daden. En daar ga jij, als mijn heraut, voor zorgen.'

Ik kan zijn dwingende toon verdragen, want dit is wat ik zelf al een hele tijd aan de wereld bekend wil maken: het verhaal dat schuilgaat achter de nog altijd trotse ruÔne ten oosten van Dordrecht. Als een van de laatsten onder de banier van de heren Van der Merwede kan ik hem helpen door hun gevecht voort te zetten. Ik zal vechten tegen de bierkaai, met een daadkracht die zijn plaats in de schaduw van de heren Van der Merwede zal verdienen. Het gaat hier om het gevecht tegen de vergetelheid, en ik, heraut of niet, ben bereid om er helemaal voor te gaan.

Voordat we over de ophaalbrug gaan, sta ik even stil. Ik moet iets belangrijks zeggen nu, een teken geven aan DaniŽl dat hij op mij kan vertrouwen en dat ik zijn vertrouwen niet zal beschamen. Ik zoek naar woorden. In mijn hoofd hoor ik een stem, maar tegelijkertijd denk ik aan een gedicht van heraut Gelre. Ik kijk DaniŽl aan en zeg plechtig: 'Ic willen al miin leuen claghen / van Merwede her Daniel / Die anders gheerde niet el / dan arbeit, ende zoeken / ridderschap in allen hoeken.' -'Ik wil mijn hele leven klagen / Over Van der Merwede, heer DaniŽl / Die niet anders wilde dan werken en wel, / waar hij ook ging, hij bleef zoeken / ridderschap in alle hoeken.'

Ik krijg een ferme klap op mijn schouder. Het is duidelijk. Ic make cont ende kenlyc allen luden... - Hierbij maak ik aan iedereen bekend... Als heraut van DaniŽl zal ik het Huis en de heren Van der Merwede onttrekken aan de vergetelheid. En DaniŽl zal me daarin bijstaan.

Nieky Klaus