Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
De Pillen van Dordt - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
De Pillen van Dordt

Familieverhalen zijn snel geboren en na verloop van tijd is het lastig om waarheid van fictie te onderscheiden. Daarnaast worden niet Šlle verhalen verteld. Nazaten schamen zich voor de verhalen, of willen niet aan het verleden herinnerd worden. Zo ook de verhalen rondom de Pillen van Dordt, die ik optekende in verzorgingstehuizen - alle ouderen kenden wel een Pil - was het niet in Dordt dan wel in dorpen als Gorinchem en Strijen.

Van Gerrit Koman (1859-1930), als wees grootgebracht bij een rijksveldwachter in Werkendam, gaan veel verhalen rond bij de oudste Dordtenaren. Hij zou zeeman zijn geweest, vele talen hebben gesproken en op de kade zou hij tegenover een menigte mensen over zijn vele avonturen hebben verteld. In werkelijkheid ging hij op vijftienjarige leeftijd in het leger en werd hij tamboer, trommelslager dus. Je kreeg driehonderd gulden, een jaarsalaris van een arbeider, dus dat was niet mis voor zo'n ventje.
Opoe Koman zei later over haar man altijd: 'Daar komt het tamboermettetje met z'n witte tuintjes.' Tuintjes, da's Dordts voor tandjes. Hij was een echte heer, met een witte strohoed op in de zomer, een wandelstok en een flinke snor. En volgens de verhalen had hij een lintje op zijn revers, overgehouden aan zijn diensttijd in Nederlands-IndiŽ.

Gerrit was 'behept met 1/4 gezigtsscherpte op beide oogen'. Stekeblind dus, en hij droeg dan ook een ziekenfondsbrilletje. Hij was een markante figuur die enerzijds de dronkenlap uithing en anderzijds (of juist na zijn bekering) in het openbaar over God vertelde. 's Avonds kwam Gerrit thuis. Hij was op stap geweest en had zijn laatste centen opgedronken. 'Prijs den Heer, prijs den Heer, de Pil... die heb geen centen meer!' zou hij luid hebben geroepen. En inderdaad, hij werd eens door een Dordtse agent opgepakt voor openbare dronkenschap. Hij gaf later 'hagepreken' bij de Merwekaaij, de Merwekade. Hij vertelde Dordtenaren de verhalen uit de Bijbel, omdat hij op latere leeftijd christen zou zijn geworden, terwijl opoe het altijd al was. Ik herinner me zelf dat in de familie over God nog werd gesproken als 'het Opperwezen'.
Ik sprak zijn kleinkinderen, die flink in leeftijd variŽren. In Strijen vertelde een kleindochter, De Vlaming, dat hij bij psalm 116 'banden van de dood hadden mij ontvangen, angsten voor het dodenrijk hadden mij aangegrepen', bij het woord 'de dood' zijn hand over dat woord hield, terwijl dat aan tafel werd opgelezen.
Gerrit had van iemand een recept gehad in Nederlands-IndiŽ, waarmee 'sommige mensjes' waren genezen. Opoe Koman draaide dan de pillen en hij verkocht ze aan de Dordtenaren. In een oud tasje bracht Gerrit de pillen weg. Het waren geneeskrachtige pilletjes. Hij verkocht ook wel 'Canta Slota', simpelweg het gemalen gras aan de kant van de sloot. 'Dat is Latijn, mevrouw!'
Koman wilde geen knecht zijn en heeft zijn leven nooit voor iemand gewerkt. Hij was wat we nu zouden zeggen een artsenbezoeker, al zal hij ook als kwakzalver gezien zijn. 's Nachts ging hij 'paling poruh', paling vangen. Zijn oude roeibootje lag in de Riedijkshaven. Hij was riviervisser in Sliedrecht, Werkendam, Papendrecht en Dordt. Zijn vrouw, De Fuyk, verkocht met haar zoons vooral de groenten. De meeste zoons, waaronder Piet de Pil, gingen de groentehandel in.

Overdag ging Gerrit met advocaten en doktoren op stap. Gerrit wist precies waar de vogels zaten, zodat de Dordtse rijkelui ze uit de lucht konden schieten. 's Zomers was hij koopman in chocolade en 's winters visser. Hij was een grappenmaker en serieuze goedzak ineen. Als hij een niet al te mooie dame zag zitten, zei Gerrit de Pil: 'Hť leluk, ga es mooi zitten.' In het Dordrechtsch Nieuwsblad van 1897 lees je daarnaast dat hij weduwe Zondervan nog probeerde te redden uit haar huis, nadat zij door een petroleumlapje in vuur kwam te staan. Ze stierf in zijn armen.
'Opoe' ging langs bij rijkelui. Ze verkocht fijne groenten. Vooral zoon Jaap ging volgens de verhalen met oma mee naar de kerk. Later gaf Jaap, op grond van zijn akte godsdienstonderwijs inleidingen in het gebouw Patrimonium. Hij predikte als de dominee er niet was.

Eťn van zijn dochters stierf tijdens het bombardement op park Merwesteijn, 'toen ze sjalotjes aan het pellen was voor de moffen'. Weer een ander werd vermoord door haar eigen zoon, met een strijkijzer. Van zijn vijftien kinderen was 'Piet de Pil' de bekendste. Een klein mannetje dat stotterde. 'Do, do, do, do what you like', was een van zijn stopzinnen, zo vertelde een oude vrouw me. Waar Gerrit de eerste Pil was - een pillendraaier was een scheldnaam voor een apotheker - is Piet de Pil de bekendste Pil, een straatfiguur uit het begin van de jaren veertig van de vorige eeuw. Hij hielp pa wel met de verkoop van de pillen. Mijn ooms werden nog wel eens uitgescholden voor Pil, en mijn tante vindt het nog steeds niet netjes als ik over 'De Pil' spreek. Het was een scheldnaam, en in die tijd net als 'Dordtse schapekop' een schande om naar je hoofd geslingerd te krijgen.

En Gerrit? Hij stierf met het woord 'amen' op zijn mond. Zo gaat althans het familieverhaal. Hij werd opgehaald in een zwarte koets, met een paar paarden ervoor, op weg naar zijn laatste rustplaats, de plek waar thans de Essenhof ligt.

Ruben A. Koman