Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
Ga werken, jongen - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
Ga werken, jongen

Ik geloof dat de meeste oudjes dat gaan doen: mijmeren over het verleden. Ook ik ben een poosje bezig geweest met genealogie, iets dat je tot diep in je binnenste bezighoudt. Genealogie gaat over mensen en hun leven dat lang niet altijd over rozen ging.
Iets dergelijks geldt voor Dordrecht. Met zijn havens, pakhuizen en herenhuizen moet de stad vroeger rijk en welvarend zijn geweest, maar er was ook schrijnende armoede. Als een kostwinner stierf of om wat voor reden geen werk had, was er geen geld meer en moest je maar zien hoe je rondkwam.

Mijn opa heette, net als zijn vader en als zovelen in Dordt, gewoon Dirk. Zijn moeder Lamberta had hem op een zondag in juli 1869 in de Heer Heymansuysstraat het levenslicht doen zien.
Het was echter een andere tijd dan nu, want in het jaar 1880 zei Lamberta tegen haar Dirkie van elf dat hij haar de oren van het hoofd at en dat zij geen geld had om hem nog te kleden. Hij zag haar zorgelijk gezicht en begreep uit haar woorden dat er niets anders op zat dan dat hij werk ging zoeken. De school kon hij verder vergeten.

Werken in Dordrecht zag hij kennelijk niet zitten, want op een dag vroeg in de morgen liep hij, stukjes hangend aan of op een paard en wagen, van Dordrecht naar Rotterdam, waar de grote zeilschepen aan de kaden lagen en waar altijd bedrijvigheid was. Het rook er naar touw, teer en specerijen.
Hij ging bij die schepen aan boord om er om werk te vragen, maar werd soms ruw weggejaagd. Toch was er een schip waar men aardiger was. Ja, ze konden nog wel een jongen als koksmaatje gebruiken.
Opgewonden holde hij de loopplank af, maar de bootsman riep hem terug en zei dat ze de volgende morgen vroeg bij daglicht weer zouden uitvaren,
En hij liep van Rotterdam naar Dordt om het stralend aan zijn moeder te vertellen. Die heeft hem voor de reis iets meegegeven, maar wij weten niet wat, want ze hadden nauwelijks iets.
En weer liep hij bijna de hele nacht en kwam uitgeput aan op de driemaster waarop hij had gemonsterd. Korte tijd later werd het druk aan dek, werden er bevelen geroepen en zeilen gehesen, de trossen binnengehaald. Ze voeren uit, om pas anderhalf jaar later aan dezelfde kade terug te keren.
En weer ging hij van de havens in Rotterdam lopend naar Dordrecht met twee wittebroden voor zijn moeder onder de arm en over zijn schouder een plunjezak met kleurige dingen uit China en Japan. Er was geen lekkerder brood dan wittebrood uit Rotterdam.

Dertig jaar heeft hij gevaren. Vr in de veertig was hij, toen hij voorgoed aan wal kwam en ging werken op de scheepswerf van Huyskens en Van Dijk. Als kind heb ik bij opoe, zijn vrouw, nog Japanse poppen, borden en vliesdunne porseleinen kopjes en schoteltjes gezien. Ik ben nu 78 jaar en heb opa niet gekend, want die stierf toen hij 60 was en ik 2.
En nu ik oud ben, moet ik vaak aan vroeger denken en vraag ik me af hoe hij die afstanden aflegde, welke wegen hij nam. Waar ging hij over de rivier van het eiland af? En liep hij de Dordtsche Straatweg en hoe lang was die van ik-weet-niet-waar tot in Rotterdam-Zuid?
Wie zou dat nog kunnen weten? En wie kan zich de tijd van toen nu nog voorstellen? Het jong kon nauwelijks lezen en schrijven. Hij moest de eerste jaren de smerigste karweitjes doen bij een kok die vaak dronken was en hem dan vloekend een bord op zijn kop stuksloeg. Zelfs de was van allen die aan boord waren moest hij doen, tot de kinderluiers toe.

Het leven aan boord in nood, in gierende stormen met huizenhoge golven, hadden hem bij het licht van een olielamp zijn bijbel doen stuklezen. Maar daarover sprak hij volgens mijn vader maar zelden.
Dat hij, mijn vader en allen die er niet meer zijn, mogen rusten in vrede.

Frans B. Teerlink
Haaften