Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
De Moffen in het Reeland - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
De Moffen in het Reeland

'Moffen', zo werden de Duitse bezettingssoldaten minachtend genoemd, nadat ze Dordrecht in 1940 met grof geweld hadden overrompeld. Godlof hebben in mei1945 onze Canadese bevrijders die zo vermaledijde onderdrukkers besmeurd met pek en veren over de grens gejaagd, eerloos en roemloos richting hun totaal desolate en verwoeste Heimat.

De woonwijk waarin ik opgroeide heette toen nog gewoon de Indische Buurt, gelegen aan weerszijden van de Reeweg en de Bankastraat.
De eerste Duitse soldaat die ik daar als zesjarig manneke ontwaarde, stond zwaar bewapend op wacht voor de poort van de ambachtsschool aan de Reeweg. Een zeer grimmige vent die, naar ik later vernam, een van de zogeheten Fallschirmjäger bleek te zijn die, samen met honderden collega-overrompelaars, vanuit de lucht het Eiland van Dordt in hun ijzeren oorlogsgreep hadden gekregen. Om daarna nietsontziend de bruggen en veerponten van en naar ons eiland met allerlei verschrikkelijk oorlogstuig onder controle te houden, in afwachting van het permanente bezettingsleger, dat met man en macht naar Dordrecht én Dubbeldam onderweg was.
Voor het gros daarvan werd de overwonnen Benthienkazerne aan de Buiten Walevest het bivak, maar ook grotere huizen en villa's werden gevorderd om al die Friedrichs, Günthers, Hansis, Heinrichs, Helmuts, und Wolfgangs te kunnen herbergen. Vooral de twee villa's aan het begin van de Provincialeweg, richting Dubbeldam, waren bij de Duitse Wehrmacht in trek, evenals zes villa's aan de Twintighoevenweg. Zo konden ze de route naar het Land van Altena onder observatie houden. En evenzo de spoorlijn vanaf station Dordrecht tot aan station Geldermalsen.
Daartoe scheurden zij met gepaste regelmaat met hun bepantserde en zwaar bewapende motorlorries over de rails heen en weer. Met het oogmerk sabotage aan de spoorweg door 'het Nederlandse verzet' de kop in te drukken. Waarbij ze dan in de hongerwinter van 1944 en passant vele schreuven en hout zoekende, hongerige en koukleumende kalissen rücksichtslos van dat tracé afjoegen, omdat ook díé stakkers - gloeiende/gloeiende/glimmende - als zeer vijandige elementen werden beschouwd. Terwijl zijzelf volgevreten, warm gehuisvest en goed gekleed als halfgoden tussen ons in vertoefden. Edoch, in een oorlog is het blinken óf verzinken. Na ons allen vijf jaar 'blinkend' te hebben gekoeioneerd, werd het voor hen dus zinken in een diepe put van totale ontreddering. Het was de teloorgang van hun Derde Rijk.

Op 4 mei 1945 zag ik op elfjarige leeftijd zo'n dikke veertig van die Moffrikaanse patsers met een doffe blik in de ogen - én geheel ontwapend het Reeland uit marcheren, onder gewapende escorte van hun Canadese overwinnaars. Het ging richting krijgsgevangenenkamp en daarna wellicht weerom naar Mutti und Kinder. Het eigen Neęrlands rood-wit-blauw kon weer fier in top worden gehesen; de Centrale Bietensoepkeukens konden worden opgeheven; de bommenschuilkelders op het Eemsteynplein en het Oranje-Vrijstaatplein konden worden afgebroken, en de M.T.S. aan de Oranjelaan kon weer van Duits hospitaal tot een normale school worden getransformeerd.

Dat allemaal in de geest van Nederland Herrijst, doch pas nadat de meisjes die met die moffen in die villa's tussen de lakens hadden gerollebold, het koppie was kaalgeknipt. Zo werden ze krék zoals in die toenmalige reclameplaat van Van Rossem's Troost - die overheerlijke pijptabak - ongenadig aan de schandpaal genageld. En wel op een stinkende vuilnishoop op de hoek Bankastraat/Soembastraat.

P. Rater