Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
Zwemmen - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
Zwemmen

Meer dan driekwart eeuw oud kom ik van tijd tot tijd nog wel eens in zo'n modern zwemparadijs. De golfbaden, de fonteinen, lange kronkelende glijbanen en wildwaterafdalingen zijn ook voor mij nog een verrukking. Toegegeven, ik bezeer me soms behoorlijk als ik mijn oude botten in zo'n wildwaterbaan stort, maar dat wordt dan weer goedgemaakt met een drankje onder de palmen. Het is onvermijdelijk dat mijn gedachten tijdens zo'n min of meer gedwongen tropische pauze teruggaan naar het zwembad waar ik ooit mijn zwemdiploma behaalde.

Het gezin waartoe ik behoorde woonde aan de Hallincqhof. Dat was nou niet bepaald een villawijk. De hof was anderhalve meter breed, met aan de ene zijde de opgaande gevels van de woningen tweehoog en aan de andere zijde de piepkleine tuintjes met veelal scheefgezakte zelfbouwschuurtjes. De stinkende sloot daarachter vervolmaakte de sfeer van het hofje, waarvan ik overigens vond dat we er heerlijk woonden. Geld voor zwemles was er niet, zeker niet voor het zwembad dat dicht bij onze hof lag, de Groene Plas. Dat was het zwembad voor de rijken, daar gingen jongens zwemmen die plusfours ('drollenvangers' noemden wij dat) droegen. Dat bad lag aan de Noordendijk naast een balkengat, waarin honderden boomstammen lagen te wachten om te worden verzaagd in de houtzagerij, eveneens aan de Noordendijk.

Omdat ook in het Wantijbad entree geheven werd, waren wij aangewezen op het oude zwembad aan het einde van de Maasstraat op de Staart. Een heerlijk zwembad, met rivierwater dat in open verbinding stond met de rivieren aan weerszijden van het bad. Het bad was namelijk gesitueerd aan de punt van de landtong, tussen de Merwede en de monding van het Wantij, schuin tegenover het veer van Dordrecht naar Papendrecht. Of als u Papendrechter bent: het veer van Papendrecht naar Dordt.

Hoog boven het zwembad zweefden vaak grijpers vol steenkool, maar niet tijdens het zwemmen. De steenkool werd overgeslagen vanuit schepen naar de wal aan de andere kant van het bad, of in daar aangemeerde kleinere scheepjes. Kolenstof dat omlaag dwarrelde vormde dan een laagje op het water van de twee bassins. Wie met de eerste groep in de ochtend te water gelaten werd, hield er een zwarte streep op het gezicht aan over. Precies daar waar je met de kin omhoog boven water trachtte te blijven. Soms dacht je eraan met beide handen het stof weg te vegen, maar veel aandacht werd er niet aan besteed.

Ook kwam het voor dat er bij binnenkomst vissen aan de oppervlakte van het water speelden - soms zelfs behoorlijk grote - waar sommige jongetjes bang voor waren. Ik niet! Maar de bodem van het bassin vond ik maar niks. Die bodem was zanderig en voelde vaak wat vettig aan, ik veronderstelde allerlei enge beestjes in die weke brij daar beneden mij.

Toch hadden we oneindig veel lol in dat oude zwembad, waar je kosteloos in mocht. Wel bleef ik zo lang mogelijk in het water, want ik was me er voortdurend van bewust dat ik verreweg de magerste was van alle jongens uit mijn buurt. Mijn stakerig lijf wekte vaak de spotlust van andere jongens en ik slikte al die spot, omdat ik tegen de - in mijn ogen - overdadig gespierde pesterige ettertjes toch niet was opgewassen. Ik dwong wel enig respect af doordat ik het langst onder water kon blijven en vooral het verst onder water kon zwemmen. Het respect ging teloor als ik uit het water klom. Dan wekte mijn nauwelijks met vlees versierde skelet weer de lachlust van altijd dezelfde, op mijn uithoudingsvermogen jaloerse jongetjes.

Vooral voor mijn zwembroekje schaamde ik me ontzettend. Het was een dun katoenen niemendalletje dat mijn opoe zelf gemaakt had. De pijpjes waren te wijd en te lang en het ding kleefde als het nat was als een tweede, te wijde, huid aan mijn lijf. Naakter dan met dit broekje aan kon eenvoudig niet. Uit het water komend rende ik steevast met een noodgang naar het hok waar ik mijn kleren had achtergelaten en voelde me pas weer veilig nadat ik me had aangekleed.

Wim Jilleba