Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
Jacoba zint op wraak - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
Jacoba zint op wraak

Jacoba van Beieren wordt geboren is 1401. Ze is het enig kind en erfgenaam van Willem VI, graaf van Holland, Zeeland en Henegouwen, heer van Friesland.
Als Jacoba veertien is, trouwt ze met de Franse troonopvolger Jan van Tourraine, die al in 1417 sterft. Na pauselijke toestemming huwt ze in 1418 Jan IV, hertog van Brabant. Dit brengt haar in de gelegenheid als gravin van Holland en Henegouwen haar eigen land te besturen. Haar oom, Jan van Beieren, is daar niet blij mee. Hij wil haar voogd zijn, immers haar land zou hem dan flink wat geld opleveren. Jacoba gaat hier niet mee akkoord en de strijd barst los.

In 1418 wordt Dordrecht belegerd door de troepen van Jacoba van Beieren, onder andere vanuit het Huis te Merwede. Jacoba verliest de strijd, want oom Jan voorziet de stad van voedsel en wapens. Bovendien heeft hij spionnen uitgezet in het leger van Jacoba. Uiteindelijk vlucht ze naar Geertruidenberg.
Jacoba heeft intussen ook ruzie gekregen met haar echtgenoot, die uit geldnood haar landen beleent. Ze laat het huwelijk ongeldig verklaren en er volgen jaren vol strijd. Uiteindelijk sterft Jacoba van Beieren in 1436 aan de gevolgen van tuberculose. Althans, dat is het verhaal zoals het de geschiedenis is ingegaan. Graag wil ik een andere versie van het reeds bekende verhaal vertellen.

In de vijftiende eeuw zijn de graantekorten in het gewest Holland zo groot, dat Hollandse schepen naar Frankrijk, de Oostzee en Engeland varen om daar graan te kopen. Jacoba vaart jaren mee en zodoende doet ze veel ervaring op. Intussen zit het haar niet lekker dat ze destijds in Dordrecht verslagen is; haar handen jeuken om weer ten strijde te trekken.
Eind negentiende eeuw besluit het stadsbestuur van Dordrecht de Van Wijngaarden- en de Schrampolders samen te voegen tot ťťn polder en de kades te verhogen. De polder wordt in het begin gebruikt als schietbaan, en in 1901 neemt het stadsbestuur het besluit er een nieuwe wijk en een nijverheidszone te plaatsen. Jacoba, aangetrokken door het wapengekletter op de schietbaan en met het idee een eigen scheepswerf te stichten, vestigt zich nabij de plek vanwaar ze in 1418 Dordrecht belegerde. Ze komt terug naar de stad, ditmaal niet als gravin, maar als industrieel.
Omdat ze graag de touwtjes in handen heeft, laat ze in 1910 een huis bouwen bij de brug. Vanuit dat huis heeft ze overzicht op het langskomende verkeer en tegelijkertijd beheert ze de brug. Vanuit dit huis heeft ze ook een goed zicht op haar scheepswerf. Aangezien het huis bij de brug een dubbel huis is, kan ze nog een extra brugwachter in dienst nemen.
Jacoba plaatst een vacature in de Dordtsche Courant en denkt in Jan Leenman een goede kandidaat te hebben gevonden. Wat ze niet weet, is dat veel Dordtenaren nog boos zijn over haar vroegere belegering van de stad en dat haar oom, Jan van Beieren, nog steeds veel aanhangers heeft. Jan Leenman is door haar aartsvijand gestuurd, en het huis bij de brug biedt hem dezelfde voordelen als Jacoba. Bovendien kan Leenman zo heel gemakkelijk in het leven van Jacoba infiltreren.
De scheepswerf 'Dordrecht' loopt zo goed dat ze na tien jaar fuseert met machinefabriek 'De Biesbosch'. De schepen van De Biesbosch varen over de hele wereld. Een breed internationaal netwerk is opgezet en Jacoba heeft weer veel macht. De werf is een geliefde plek om te werken, mede door de goede huisvesting in het Noorderkwartier.
Ook Jan Leenman zit intussen op De Staart niet stil. Samen met zijn medewerkers probeert hij de werf te gronde te richten. Ze voeren een valse boekhouding en geven valse winstverwachtingen, waardoor er keer op keer te hoge uitgaven worden gedaan. Ze saboteren de scheepsbouw door ondeugdelijk laswerk te leveren, metaal niet goed te verwerken of door de schepen kleiner te maken dan op de tekening staat. Dit brengt de werf uiteindelijk aan de rand van de afgrond. Hele stukken werf zijn al verdwenen. Jan Leenman sluit een verbond met projectontwikkelaars om de lege grond weer snel vol te bouwen, onder andere met een theater en woningbouw. De kans dat hier ooit weer een scheepswerf verrijst, wordt nu wel erg klein.
Maar Jacoba vecht door, want ze wil niet nog een keer verliezen. Alle middelen die ze maar heeft zet ze in: haar omvangrijke internationale netwerk en haar macht. Op en rondom de werf staan nog steeds veel transformatorhuisjes; ze vormen de verbindingspunten van een groot ondergronds spanningsnetwerk dat intussen reikt tot aan Zuid-Europa. Door de spanning op te voeren kan Jacoba in grote gebieden de toevoer ontregelen. Dit heeft grote consequenties voor de handel en de aanvoer van goederen. Dat ze met deze middelen haar vijand flink kan dwarsbomen, blijkt in maart 2006, als een groot deel van Zuid-Holland zonder stroom komt te zitten.

De strijd tussen Jacoba en haar oom is, net als destijds, weer fel, gemeen en ondergronds. Achter en onder de huizen is een complex gangenstelsel verrezen. De strijders verschijnen, vechten en verdwijnen weer. De grijze bakken met deksel zijn de toegangen tot het ondergrondse netwerk, met luchtkokers in de vorm van betonnen honingraten. En voor het kleine werk zijn er de treiterplekken; open vlaktes die volgestort zijn met kleine kiezelsteentjes, die kinderknieŽn openhalen en auto's beschadigen.
De bewoners van het Noorderkwartier zijn in een felle strijd verwikkeld. Dat dit de wijk niet echt goed doet, is te zien in de Waalstraat, waar je struikelt over de opgebroken straatstenen; stille getuigen van het laatste gevecht.

Het stadsbestuur heeft er genoeg van. Het hele Noorderkwartier is verworden tot een slagveld, en zo was de wijk niet gepland! Er is een module ontworpen om de strijdende partijen te geleiden. In eerste instantie is het de bedoeling dat ze uit elkaar worden gehouden. Hiertoe zijn hekken geplaatst voor de in- en uitgangen van het complexe gangenstelsel. Op straat is nu een duidelijke markering aangebracht om het verkeer te reguleren, en met het plaatsen van betonblokken en ijzeren hekjes is de buurt nu zo ingericht dat de tegenstanders elkaar niet te snel in de haren kunnen vliegen. Daarnaast zijn er gebieden ingericht die gemarkeerd worden door een P. Die P staat voor 'pacificatie', wat betekent dat het een plaats is waar strijdende partijen nader tot elkaar kunnen komen.
Het is van groot belang dat partijen elkaar leren kennen en respecteren, vandaar dat aan de Maasstraat een ontmoetingscentrum is opgezet, waar gezamenlijk activiteiten worden ondernomen. Als de strijdende partijen elkaar al op jonge leeftijd ontmoeten en met verschillende gebruiken in aanraking komen, is de kans groter dat ze in een later stadium van hun leven goed met elkaar kunnen opschieten. Hiertoe is de School in de Samenleving opgezet. Kinderen krijgen hier niet alleen onderwijs, maar er is ook een groot scala aan naschoolse opvang. Verder is er een proefstraat opgezet; bewoners kunnen hier meebeslissen hoe de wijk eruit komt te zien. De luchtkokers zijn inmiddels volgestort met aarde.

En Jacoba? Die is gevlucht via de ingang van het gangenstelsel aan de Maasstraat, ter hoogte van de voetbalkooi. Burgemeester Bandell heeft er hoogstpersoonlijk een stoel voor gezet om de gang te blokkeren.
Jacoba zal nu wel ergens in de Biesbosch rondzwerven. En Jan Leenman? De strijd heeft hem wel getekend. Hij verblijft tegenwoordig in verzorgingshuis De Merwelanden. Hij woont op gang C, kamer 3.67.
De strijd? Niemand weet wat er gaat gebeuren. Het gangenstelsel bestaat nog steeds en Jacoba zal haar strijd nooit opgeven...

Jetske de Boer