Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
Lawaai - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
Lawaai

Hugo de Groot was een begenadigd staatsman en rechtsgeleerde. Ik weet dat zo goed omdat het op het straatnaambordje staat. Hugo deed zijn werk in een stille omgeving, want anders kon hij zich niet concentreren op de staatszaken die zo belangrijk waren in zijn leven. Wanneer hij zich niet verdiepte in staatsrechtelijke vraagstukken las hij veel. Hij verslónd zelfs boeken en zo kwam het dat hij op een cruciaal moment in zijn leven kon beschikken over een lege boekenkist, waarin hij door zijn vrouw met hulp van haar dienstmeisje, ene Elsje van Houweningen, uit het Slot Loevestein kon worden gesmokkeld. In die dagen waren gijzelingen schering en inslag in de Lage Landen. Zijn Fránse periode werd ook al gekenmerkt door de stilte en de sereniteit, want Hugo de Groot zocht altijd de rust en hij was spaarzaam met zijn woorden. Boze historici beweren dat hij geen Frans sprak, maar ik weet wel beter. Iedere middag om een uur of drie werd de stilte in het slaperige dorpje Les Maisons des deux Amours verscheurd door de ratelende molenaarskar, getrokken door twee paarden. En dan riep hij steevast: 'A la vache! Les deux chevaux, putain de merde!' Als dat geen vloeiend Frans is, dan weet ik het niet meer.

In ieder geval had Hugo de Groot zijn sporen verdiend, en Johan van Oldebarnevelt besloot dan ook om zowel een straat als een plein naar hem te vernoemen, en daarvoor koos hij Thuredrecht uit, het tegenwoordige Dordt. Tot zover een stukje geschiedenis. Soms zou ik willen dat die geschiedenis was blijven steken bij dat paard en die wagen. Want tegenwoordig komt er méér voorbij op het Hugo de Grootplein dan dit primitieve vervoermiddel. Hugo de Groot zou zich omdraaien in zijn graf. Hij zou zelfs herrezen zijn om zijn eigen naamplaatjes in de belendende plomp te gooien. Maar de gemeente vindt het nog niet gezellig genoeg en doet er zo af en toe nog een schepje bovenop. Heb je net een nagenoeg autoloos weekend achter de rug, zeg tweehonderd auto's per uur, dan word je 's maandagsmorgens in alle vroegte naast het voorbijrazende of stationair draaiende verkeer door ijverige gemeentemannen verblijd met een draagbare blaasbrommer om de gevallen bladeren weg te blazen naar de overkant van de straat.

De techniek staat niet stil en de bezem is uit. Want 's middags wordt dit kunstje herhaald door een ingehuurde hovenier, die de blaasbromfiets gebruikt om na het schoffelen de stoep te vegen. En in die tussentijd heeft de gemeente nog meer foefjes uit de trukendoos gehaald. Zo is daar de kleine boomstammetjeszaag, inderdaad voor kleine tot middelgrote takken. Deze helse machine gaat vaak vergezeld van de gemeentelijke randapparatuur, de graskantjesmaaier, die de begroeiing weghaalt waar de luidruchtige turbograsmaaimachine, een gemeentelijke one-seater, ondanks de Arbowet niet bij kan. En ondertussen opereert op de straat het gemeentevoertuig dat ik de bezemwagen zou willen noemen, een ingenieus ontworpen robot vol borstels en sproeiers voor het reinigen van de goot, die volgens mij slechts een rendement heeft van tien procent, omdat diezelfde goot nauwelijks bereikbaar is vanwege de geparkeerde auto's. Het enige waarin het ding voor honderd procent slaagt is het zorgen voor lawaaioverlast . En intussen laat de vuilnisauto ons opgewonden weten dat-ie achteruit rijdt.

De laatste keer dat er ijs lag, kregen we nog een toegift: in haar zucht naar werkverschaffing had de gemeente bedacht om de kettingzaag met kankerverwekkende tweetaktmotor in te zetten nabij de gebeeldhouwde boeken van Hugo de Groot om een gat in het ijs te zagen. Dat móest die dag gebeuren omdat het de dag erna niet meer nodig zou zijn. Als de temperatuur stijgt dan smelt het ijs namelijk, dat wist Hugo de Groot al. Daarom waren er maar liefst vijf man op gezet om elkaar te redden wanneer het ijs te dun zou blijken voor zo'n ploeg.

Onlangs moest ik mijn auto wegbrengen voor verkoop bij executie. Zoiets laat ik de fiscus altijd opknappen. Het leek een lijdensweg te worden, maar ik geloof achteráf dat ik het eigenlijk helemaal niet zo erg vind. Er is lawaai en stank genoeg in Dordrecht.

Ed Driever