Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
Twee keer veroverd - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
Twee keer veroverd

Toen op 10 mei 1940 de Duitse troepen binnenvielen, woonden wij op Krispijn. Wij konden uitkijken over de Frans Lebretlaan in de richting van de Zuidendijk en we zagen de oorlog. Soldaten renden langs en doken weg achter heggen en in de fundamenten van huizen in aanbouw. Er werd geschoten, er kwamen vliegtuigen over en we zagen achter de Zuidendijk de school branden. Ik zat in de eerste klas en vond het eigenlijk een beetje jammer dat ik niet op school was, want dan zou ik immers vakantie krijgen, dacht ik. Mijn ouders spraken erover om te vluchten, maar als ze naar buiten keken en naar het geknal luisterden, wisten ze dat we binnen moesten blijven.

Na een dag of twee werd het stil. Er was geen soldaat meer te zien en het schieten was ook opgehouden. Achteraf, veel later, hebben we pas begrepen dat de Nederlandse militairen Krispijn ontruimd hadden en de wijk hadden achtergelaten voor de Duitsers. Mijn moeder wilde weg, naar haar ouders, en mijn vader zag geen beter alternatief. Er werd een route uitgestippeld die het minst gevaarlijk leek en daar gingen we, papa, mama, mijn broertje van vier, en ik, zes jaar oud. Kleding voor een paar dagen ging mee in kussenslopen. Witte, zodat vriend en vijand konden zien dat we niet gevaarlijk waren.

We liepen, dicht bij elkaar, naar de Krispijnseweg en vervolgens naar de Emmastraat en de Dubbeldamseweg. Die route ligt nu midden in een woonwijk, maar in die tijd was het een kale weg door landerijen. In het veld en langs de weg lagen parachutes. Ik vond het heel spannend, maar ik moest doorlopen en strak voor me uit kijken. We staken de spoorlijn over en liepen naar de Blekersdijk.

Op de hoek, bij de blikfabriek, werden we tegengehouden door een militair met een geweer. Eerst wilde hij ons niet doorlaten, maar mijn vader verklaarde dat we al meer dan de helft van de weg hadden afgelegd en dat teruggaan nog gevaarlijker zou zijn. En mijn moeder jammerde dat ze naar haar moeder wilde. We mochten verder, maar kregen het consigne dekking te zoeken als de strijd weer begon.

Toen we op de hoek van de Cornelis de Wittstraat waren, zagen we vliegtuigen overkomen. Nederlandse soldaten bij het openbare urinoir aan de overkant riepen dat we naar binnen moesten gaan en schoten met hun geweren in de lucht. Ons gezin ging in dekking in een portiek op de hoek.

Nadat de vliegtuigen verdwenen waren, werd het weer stil. Zo vlug als we konden, holden we naar het huis van opoe en opa, maar toen we op de hoek van hun straat waren begon de strijd weer. We gingen snel naar binnen en hebben daar gelogeerd, totdat we voor de tweede keer door de Duitsers veroverd waren.
Pas na de capitulatie liepen we terug naar Krispijn.

Bas de Roo