Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
De laatste paardenslager - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
De laatste paardenslager

Tien jaar was Kees Harinck toen hij in het slagersvak terechtkwam als hulpje van paardenslager Kees Wensveen in de Breitnerstraat. Harinck: 'Het begon met bestellinkjes wegbrengen en de stoep vegen. Hij heeft me het hele slagersvak geleerd. Zestien jaar was ik toen ik mijn patroonsdiploma had waarmee ik mijn eigen paardenslagerij kon beginnen. Ik was destijds de jongste gediplomeerde paardenslager van Nederland. Dieren geslacht heb ik nooit. Ik moet er niet aan denken zelf een dier dood te maken! We kochten wel zelf onze dieren in. Om vijf uur 's ochtends waren we al op de Utrechtse paardenmarkt te vinden. Daar kon je Hollandse, Duitse, Poolse of Russische paarden krijgen. We zochten de beste paarden uit en lieten ze vervolgens slachten.
Dordrecht is van oudsher een stad van paardenslagers, want toen ik eind jaren vijftig begon waren er nog minstens acht. Dordrecht is dan ook beroemd om zijn paardenworst. Die is mooi droog in tegenstelling tot de vette paardenworsten in andere delen van Nederland.'

Het was niet vanzelfsprekend dat Harinck het slagersvak in rolde. Zijn vader was zelfs hartstikke tegen. 'Toen ik voor een vaste baas begon te werken, was ik veertien jaar en verdiende ik twaalf gulden vijftig per week. Mijn pa, die aan het hoofd stond van een gezin met zes kinderen, wilde dat ik op de markt ging werken. Met kisten sjouwen zou ik tweemaal zoveel verdienen. Maar ik zag dat niet zitten, wilde slager worden en zette door. Thuis gaf dat bonje.'

Hij kwam terecht bij de gerenommeerde slager Kamps in de Vriesestraat. Harinck: 'Dat was een geweldige baas. Hij waardeerde wat ik deed. Toen ik tijdens de ziekte van zijn zoon als achttienjarige zelfstandig de zaak draaiende wist te houden, beloonde hij me met een vliegvakantie naar Spanje. Moet je je voorstellen! Midden jaren zestig, vliegen naar Spanje! Dat deed niemand. Dat was een ongehoorde luxe.'

Als zijn oude baas Kees Wensveen een eigen zaak begint aan het J.P. Heijeplein keert Harinck terug naar Krispijn. Hij gaat zich ook verdiepen in de rund- en varkensslagerij waar een apart diploma voor nodig is. Harinck: 'Het grote verschil is dat varkens en runderen gefokt worden en dat moet zo goedkoop mogelijk gebeuren. Voor paarden geldt dat niet. Dat is prachtig, natuurlijk vlees. Al heeft het gek genoeg een minder goede naam. Vroeger noemden ze paardenvlees het vlees voor de armen. Na de ramp met de kerncentrale van Tsjernobyl heb ik geen paardenvlees uit het Oostblok meer gekocht en ben ik Noord-Amerikaans en Canadees vlees gaan inkopen. Je weet niet wat je proeft. Het is kwalitatief de top onder de biefstukken. Woensdag in Canada geslacht, overgevlogen naar Amsterdam, en dan ligt het maandag bij mij in de winkel. De Zuid-Amerikaanse paarden worden per schip vervoerd. Het duurt twaalf weken voordat ik ze in de koelvitrine kan leggen. Dat wil ik niet verkopen.'

Tot zijn veertigste is Harinck medewerker; dan besluit zijn baas en voormalig leermeester Wensveen zijn zaak van de hand te doen. In 1986 neemt Harinck de slagerij over en gaat met zijn vrouw en twee kinderen boven de zaak wonen. 'Ik werkte al zes dagen per week van zes tot zes, maar nu kwam daar de financiŽle zorg nog bij. Mijn leven veranderde radicaal. Ik stopte met korfbal. Stel je voor dat ik mijn enkel verstuikte als kleine zelfstandige. Dat kon ik me niet permitteren. De overnameschuld en de wisselingen in de omzet lagen als een zak op mijn rug. Mijn vrouw Wil kwam in de zaak en we sloegen aan het verbouwen. Alles werd vernieuwd.' Anno 2005 is Harinck nog de enige paardenslager van Dordrecht. Gerenommeerde zaken als Spaans en Kamps: ze zijn allemaal verdwenen. Harinck: 'In mei 2005 zit ik 35 jaar op het plein, werk ik 49 jaar in het slagersvak en zijn we iets meer dan 35 jaar getrouwd.'

Veranderd is er veel in die tijd: de magnetronmaaltijden kwamen op, de openingstijden van de supermarkt veranderden, maar ook de bevolkingssamenstelling van Krispijn. Dit alles bracht een ander koopgedrag met zich mee. Dat gold ook voor de sloop die de leegloop uit de wijk bevorderde. Veel kleine ambachtelijke bedrijven legden het loodje. De slagerij van Harinck en zijn vrouw niet. Harinck: 'Het aantal klanten loopt wel terug, want zo'n tien jaar geleden had ik nog drie man personeel. Nu doen we het samen. Mijn klanten komen uit Rotterdam, Limburg, Brabant, Zeeland en vanuit alle wijken van Dordrecht. Oud Krispijn weten ze te vinden. Daar ben ik wel trots op, al hebben we er hard voor moeten buffelen.'

Annemarie Sour
(Dit interview werd eerder gepubliceerd in Plein, winter 2005)