Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
Straatzangers - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
Straatzangers

Omdat ik daar tot mijn tiende jaar gewoond heb, fiets ik nog wel eens door de Hart Nibbrigstraat. Wij woonden in een hoekhuis waarlangs een brandgang lag. Via die brandgang bereikten de bewoners de achterkant van hun woning, waar de tuintjes waren met een schuurtje erop. Het schuurtje dat in ons tuintje stond, zou op een dag bijzondere aandacht krijgen.
Het zal in het jaar 1938 geweest zijn, tijdens de schoolvakantie, dat ik in gezelschap van een paar vriendjes met twee straatzangers door Krispijn zwalkte. Ik luisterde graag naar de straatzangers, want ze zongen niet alleen mooi, in mijn opinie dan, maar de liederen die ze brachten spraken me enorm aan. Ze zongen tweestemmig, en een van de mannen stak op een merkwaardige manier zijn lippen tuitend vooruit tijdens het zingen. Op een van deze gedenkwaardige dagen echter, waren mijn vriendjes en ik niet uitsluitend toehoorders. Wij hadden die dag, overigens op eigen verzoek, de taak op de hoeken van de straat waar ze stonden te zingen en waar ze dus ook hoopten wat centen van de huisvrouwen te krijgen, uit te kijken of er mogelijk een politieagent in de buurt was. Ofschoon ik nog steeds niet het fijne ervan weet, en toen zeker niet, hadden de mannen waarschijnlijk geen vergunning om op straat op te treden. Ze werden dan ook regelmatig door de een of andere wijkagent meegenomen naar het politiebureau aan het J.P.Heijeplein. Ja, zo werkte dat in die tijd. Een agent, vaak een al wat oudere man, sommeerde dan de straatzangers hem te volgen en die deden dat dan ook. Niks verzet, geen knokpartijen, gewoon mee naar het bureau! Wat daar gebeurde, en de eventuele consequentie, onttrok zich uiteraard aan mijn waarneming. Vaststaat in ieder geval dat de straatzangers liever niet werden opgemerkt door de politie.
Van de ene straat naar de andere wandelend en hier en daar een paar nummers ten gehore brengend, waren we in de Hart Nibbrigstraat beland. De straatzangers stelden zich zoals gewoonlijk voor de brandgang op; ze konden dan bij onraad snel vluchten. De brandgang had namelijk meerdere in- en uitgangen, zodat het voor een naderende politieagent bijna ondoenlijk was de straatzangers te achterhalen of ergens op te vangen. Overigens hoefden de straatzangers nooit ver te rennen, want mijn moeder stelde altijd haar schuurtje ter beschikking als schuilplaats. Dat deed ze omdat ze bewondering had voor de straatzangers die op deze wijze wat geld bij elkaar wisten te scharrelen, en omdat ze getrouwd was met een man die evenals de straatzangers werkloos was. Armoe troef dus, allerwegen. Als de straatzangers de schuur in waren gevlucht, sloot mijn moeder de deur en draaide de sleutel, die immer in het slot stak, een slag rond. Als het gevaar geweken was, schonk mijn moeder meestal een kop koffie of thee in voor de straatzangers, die dat in de keuken gezellig opdronken.
Die bewuste dag echter had mijn moeder weinig tijd, want ze zou een buurvrouw ergens in de straat met iets helpen. Nadat de straatzangers op onze waarschuwingskreten 'Tuut!' Kijk uit, daar komt een tuut!' de schuur waren ingedoken, sloot mijn moeder gewoontegetrouw de deur en draaide sleutel om. Daarna verdween ze via de brandgang naar de buurvrouw verderop. De politieman reed op zijn fiets rustig door de straat en verdween de hoek om, de De Josselin de Jongstraat in. Voor ons was de lol eraf. Niet wetende dat mijn moeder was weggegaan, gingen we op straat spelen.
Na enige tijd echter kwam een andere buurvrouw de straat in rennen, luidkeels roepend om de politie. Tegen ons schreeuwde ze: 'Hebbie geen tuut in de buurt gezien? Kijk nou es effe rond en azzie d'r een zie, brengtum dan hier!' De vrouw rende de brandgang weer in en botste bijna tegen de agent, die met zijn rijwiel aan de hand grijnzend naar ons schuurtje stond te kijken. 'O, daar is de pliesie al jonges,' gilde ze en trok de agent aan zijn mouw mee in de richting van ons tuinhekje. De agent zette zijn fiets tegen de lage afrastering en wandelde mee. 'Agent, d'r is vast iets engs gebeurd,' ratelde de buurvrouw. 'Ik hoorde mannenstemme in het schuurtie en bonke, en toen ik op de deur klopte werd het inenen doodstil. Toen heb ik vrouw Jilleba geroepe bij de keukedeur, want die stond ope. Maar hoe hard ik ok blèrde, ze gaf geen antwoord en da deug nie want da mens is altèd thuis!'
De agent grinnikte, en terwijl de buurvrouw op veilige afstand toekeek, opende hij de deur van het schuurtje en maakte met zijn arm een gebaar zoals een portier wel doet ter verwelkoming van gasten bij een hotel. De straatzangers kwamen naar buiten. Ze hadden tuingereedschap in handen en beweerden dat ze het tuintje van vrouw Jilleba zouden opknappen voor een paar stuivers. Terwijl ze in de schuur wat spullen aan het zoeken waren, had iemand de deur op slot gedaan. 'Zal wel weer een rotstreek van die jonges zijn,' voegde de woordvoerder van de straatzangers er aan toe, mij over het weerbarstige haar strijkend. Ik keek verrukt omhoog en knikte enthousiast bevestigend.

De agent keek peinzend van de één naar de ander en wees toen naar de bloemenperkjes achter in onze tuin en zei: 'Als ik jullie was zou ik daar beginnen met wieden. Als jullie een beetje doorwerken, ben je voor de middag nog klaar.' Hij bleef nog even toekijken tot de mannen begonnen waren met het werk en vertrok met de woorden: 'Nou jongens, het beste ermee, ik ga op bureau een bakkie doen. Dat zal voor jullie nog wel effe duren, want ik zag dat vrouw Jilleba bij vrouw Smakkeregoor* aan het helpen was gordijnen op te hangen.'

Wim Jilleba

*De naam Smak Gregoor werd, plat uitgesproken, 'Smakkeregoor'.