Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
Gepofte erwten - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
Gepofte erwten

Een groene deur aan de Voorstraat gaf toegang tot een steegje dat leidde naar de speelplaats van mijn lagere school. De mooie ingang met hoge trap werd bewaakt door twee stenen leeuwen. Mijn klasgenoten, wijsneuzen van zes, hadden het over Stalingrad. Het was 1943. Voor mij bestond toen alleen Dordt, en de vraag of het luchtalarm zou afgaan. Dat was vaak het geval in die tijd. Eerst alleen alarm aan het begin van een verwachte aanval en seinveilig aan het eind, later met een vooralarm. Op school schuilden we bij luchtalarm regelmatig onder onze bank of werden de klassen een voor een naar het trappenhuis gedirigeerd.

Vanuit mijn klas aan de kant van het Hof kon ik de openbare school zien waar mijn vader onderwijzer was. Inmiddels zijn mijn oude schooltje en de grote speelplaats verdwenen. Waar vroeger school en plein lagen staat nu een rijtje verplaatste 'grachtenpandjes' als was het een Dordts openluchtmuseum. Als je niet beter zou weten, lijken ze daar al sinds de zeventiende of achttiende eeuw te staan.

Naar school lopen kon ook leuk en spannend zijn. Als het water in de rivier heel hoog stond, banjerden we in de Voorstraat over plankieren, zodat we met droge voeten in de klas kwamen. Ook was het niet echt vervelend om bij school aan te komen en meteen weer naar huis te mogen omdat het gebouw was gevorderd voor vluchtelingen van het eiland Tholen. Maar toen in de loop van die ochtend een aantal evacués ons halve huis kwam 'bezetten' was de lol er wel een beetje af. Een voordeel was wel weer dat de echtgenoot van de Tholense vrouw die bij ons in huis woonde, op het eiland was achtergebleven en in de weekends naar Dordt kwam met een witlinnen zak vol meel, waar mijn moeder dan weer brood van kon bakken. Het was weliswaar nog geen hongerwinter, maar meel en andere levensmiddelen waren al wel schaars. Als snoepjes kregen we op vrijdagavond erwten, die dan één voor één werden gepoft in een putje van een deksel van het fornuis. Op straat werden in die tijd gepofte appels en - in het seizoen - gepofte kastanjes verkocht.

Jongens liepen toen, halverwege 1943, in korte broek opgehouden door jarretels en daaronder lange kousen. Die kousen waren een bezoeking als je ze moest uittrekken, want je had altijd wel een zweer op je been met een korstje erop dat er met het uittrekken van de kousen vanaf werd getrokken. Daar konden we erg tegenop zien. Gelukkig mochten mijn zusje en ik 's nachts onze kousen aanhouden als we zweren hadden.

Als we weer eens met onze ouders door de stad liepen en dan 'mooie' houten broches (hoedjes of klompjes) te koop zagen liggen, kregen we daar nooit wat van. We mochten ze niet eens oprapen als ze op straat lagen, want dit was een actie van de Winterhulp, georganiseerd voor en door Duitsland en zijn sympathisanten. Wist ik veel, als kind.

'Naar de stad', dat was voor ons het waterfront of de Voorstraat. Schoenen kopen, klompschoenen, met een houten zool en een bovenstuk van karton of kunstleer. Bij regen werden ze groter en je voeten werden er bruin van. Schoenen kopen was vooral leuk omdat er in de winkel een draaimolen stond: een ronde schijf met een hekje, en in het midden een paal met een 'stuurwiel', waaraan je, alleen of met andere kinderen, mocht draaien zo veel je maar wou. Het 'stuur' bleef stilstaan en de molen ging draaien. Waar we niet zo vaak kwamen, was de buurt zuidelijk van het laatste stuk Voorstraat. Het was een verpauperde buurt, die in ons gezin de 'zeurstad' werd genoemd; als we ergens te lang over liepen te dreinen, werd er gedreigd met verbanning naar de 'zeurstad'!

Als lagereschoolkind was ik onder de indruk van de Duitse troepen, die luid zingend over het middengedeelte van de Oranjesingel marcheerden. Ik was hartstikke bang, en toch was het fascinerend om te zien. Op diezelfde Oranjesingel werd op een kwade dag meubilair van een hoog naar beneden gegooid. Mijn vader vertelde dat het de spullen van een joodse familie waren. Kwam je thuis van school, dan schalde uit de radio - die we toen nog hadden - het gebral van Hitler en de zijnen. 'Wat verschrikkelijk,' hoorde ik mijn vader dan zeggen. Voor mij waren dat angstaanjagende momenten, al wist ik niet eens precies waarom.

Mijn Dordtse periode eindigde in april 1944, toen we verhuisden naar de Bommelerwaard. Het woord 'cultuurschok' bestond toen nog niet, maar voor mij was het dat wel. Het voordeel was dat er geen sirenes waren en dat er nog geen Duitsers waren gesignaleerd. Na operatie 'Market Garden' was dat trouwens snel voorbij. We kregen te maken met het front aan de Maas en met V-1's en V-2's in de lucht, waarvan je hoopte dat ze daar zouden blijven.

Na de bevrijding kwam het openbaar vervoer tussen Nijmegen en Rotterdam op gang met snelle passagiersschepen die via de Waal, de Merwede en de Noord voeren. En zo kwam ook Dordt weer in het vizier. Met een van die schepen, De Zeeuw, kwamen Dordtse vrienden van mijn ouders naar de Bommelerwaard en konden wij eindelijk ook weer eens naar mijn geboortestad varen.

Klaas Muilwijk