Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
Een halve dag - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
Een halve dag

Het was een warme zomerdag geweest, de laatste dag van juni, toen hij tot een indringend besef was gekomen. Iets had hem geduwd naar een bankje aan de rivier. Het water kabbelde loom. Daar was het dat hij met gesloten ogen, terwijl de zon scheen en de Grote Kerk haar twaalf zware slagen liet horen, beelden als de tekenen van de dierenriem aan zich voorbij had zien trekken. De wereld om hem heen had stilgestaan, maar zijn hoofd was vol beweging. Een film had zich afgespeeld voor zijn ogen. Vanuit het niets zag hij een lapjeskat met één oog en daarna een auto, die dwars doormidden was gesneden. Slechts één voorwiel en één achterwiel. Dan zag hij haar. Haar prachtige mond was hem net als die eerste keer direct opgevallen, nu was alleen haar bovenlip gestift. Een oudere man passeerde hem in een negatief beeld. Hij was slechts gekleed in een lichte, in werkelijkheid dus donkere pantalon en hij hield een glas wijn vast. Het was halfleeg en daarom kon hij het ook halfgevuld noemen. Dan was er niets. Hij wilde opstaan, maar voor heel even weigerden zijn rechterbeen en zijn rechterarm hem te ondersteunen. Even voelde het als was hij verlamd, het voelde zwaar. Het was maar even, maar het gevoel was zo opmerkelijk dat het hem de rest van zijn leven bijbleef, evenals dit besef dat hij de helft van zijn leven geleefd had.
Hij had zichzelf van het bankje moeten trekken om naar de supermarkt te lopen. Hij had een muntstuk in het winkelwagentje gestopt. Hij had zijn boodschappen betaald met een biljet van vijftig gulden. Bij het inpakken had hij zijn boodschappenlijstje nog eens nagekeken: een halve kilo tomaten, een halfje brood, gehakt half-om-half, een pak halfvolle melk, zes eieren en een pak koffie. Hij wist dat dit lijstje hem in de winkel in verwarring had gebracht. Van de eieren naar de koffie was hij zo in zichzelf gekeerd geweest dat hij opbotste tegen een man. De man droeg een kopje koffie, gratis verstrekt door de supermarkt, en zwierf ermee langs de schappen. 'Kun je niet uitkijken, halvegare!' had die hem toegeschreeuwd. Hij had erom geglimlacht. Het klopte, alles klopte.
Hij sprak er met niemand over. Niet met zijn vrouw, zeker niet met zijn kinderen, pubers nog, en ook niet met zijn vrienden. Zijn vrienden die hij elke zaterdagmiddag trof in het kroegje aan het water. Ze boomden vaak over het leven, de zin ervan. Toch sprak hij niet over zijn dag, de dag die zijn geschiedenis inging als de halve dag. Het was zijn dag. Zijn geheim.
Hij had vaak nagedacht over zijn uiteindelijk te bereiken leeftijd.Het was niet echt oud, maar ook niet jong. Als hij heel eerlijk was, zei die leeftijd hem niet veel. Pas enkele jaren later, toen hij vierenveertig was, raakte hij meer doordrongen van het verlies van tijd en had hij een poging gedaan zijn halve dag nog eens over te doen.
Opnieuw die warmte, opnieuw de dertigste juni, ook nu een zaterdag. Dezelfde tijd. Hetzelfde boodschappenbriefje en ook nu zat er een biljet van vijftig in zijn portemonnee. Rustig liep hij langs de schappen, geduldig stond hij in de rij bij de kassa en kalm betaalde hij de caissière met dat briefje toen het begon. Bij het loslaten van het geld, verloor hij zijn kalmte. Hij zweette, hij wist geen woord meer uit te brengen.Hij zag de wereld om zich heen draaien en hij wist waarom. Het wisselgeld werd hem overhandigd en een kleine reclamefolder werd hem gegeven. Dit gaf hem houvast. Hij ontwaakte uit zijn paniek en zag de wereld helderder dan ooit. In een flits zag hij zijn horloge stilstaan op kwart over twaalf. Hij wist wat de tekst op de folder, de stilstaande tijd en het wisselgeld hem ieder voor zich te zeggen hadden. 'Let op', vijfentwintig euro vijfentwintig. Hij had het lot getart en werd daarvoor gestraft. Hij rekende snel en wist dat de poging zijn leven te rekken hem nu éénentwintig kostbare jaren kostte. Hij verontschuldigde zich bij de caissière voor zijn talmen, greep een chocoladereep uit het rek, betaalde met tien euro, kreeg een onbeduidend bedrag aan wisselgeld en geen tweede reclamefolder. Het was simpel, maar afdoende. Hij was gered.
Sindsdien lette hij goed op. Hij controleerde de boodschappenbriefjes, was dankbaar wanneer hij al op weg was naar de supermarkt en zij hem nog nariep of hij ook nog een pak patentbloem mee wilde nemen, en wanneer hij alleen een briefje van vijftig in zijn portemonnee vond, kocht hij snel een bosje bloemen voor haar of, zoals later zijn gewoonte werd, een krantje voor zichzelf. Hij lachte er flauwtjes om. Het was al weer zo veel jaar geleden.
Met een boodschappenbriefje was hij weer op weg gegaan. Er stond niet veel op. Hij had niet veel meer nodig. Zijn bankje stond er nog, hij ging zitten en sloot zijn ogen.
Even later was hij daar. Vertrouwd sprong hij bij hem op schoot en keek hem met zijn lome kattenogen aan. Ook zag hij de auto. Hij stond geparkeerd langs de weg en was in zijn originele lichtblauwe kleur gespoten. Zij stapte uit en liep naar hem toe. Ze kuste hem en hij kuste haar volle rode mond. Ze vleide zich tegen hem aan. Naast hem nam een man plaats, hij droeg een prachtig antracietgrijs pak. Hij maakte met een overvol glas wijn een proostend gebaar naar deze man. Snel nam hij een slokje. Hoewel hij de man nog nooit gezien had, wist hij dat dit zijn vader was. Daar zwaaide iemand naar hem. Och, dat was lang geleden. Het was zijn tweelingbroer. Hij wilde opstaan, maar zijn lichaam wilde niet meer. Het voelde zwaar aan. In zijn hoofd was hij licht. Alles was licht.
De klokken van de Grote Kerk beieren. Zware heldere slagen. Het mooist klinken de slagen als de klokken zijn uitgebeierd en het touw los bungelt. Nog twaalf lichte wegstervende slagen.

Liesbeth Pullen