Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
Klinken - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
Klinken

Jongens en meiden laten we daarop klinken, ja laten we er een toost op uitbrengen! Ja heerlijk laten we dat doen, het glas heffen en elkaar toelachen.

Dit is een vorm van klinken die mij meer aanstaat dan die waarover ik u wil vertellen. Een mensenleeftijd geleden was ik deelgenoot van die minder genoeglijke vorm.
Als negenjarig jongetje hoorde ik met open mond en week van bewondering de verhalen over mijn opa aan. Binnen onze familie, vooral tijdens verjaardagen of na begrafenissen, werd hoog opgegeven over de vakbekwaamheid van mijn opa als scheepsbouwer-ijzerwerker. Vanaf zijn veertiende jaar tot zijn vijfenzestigste had opa gewerkt bij de scheepswerf Hoebee aan de Lijnbaan in Dordt. Opa hoorde al die overdrijving geamuseerd aan en knipoogde af en toe maar eens naar mijn opoe, die steeds met het hoofd knikkend alles wat verteld werd bevestigde. Ik doorzag op die leeftijd de overdrijving niet, waardoor het voetstuk waarop ik opa geplaatst had alsmaar indrukwekkender werd. Het sprak me geweldig aan als men vertelde dat opa dit of dat bekende schip had helpen bouwen. Naarmate de verteller ouder was en meer neutjes had gedronken, werden de schepen die opa had gebouwd groter.
Nou was het niet slechts het bouwen van de schepen waarover men de loftrompet stak, ruimschoots belicht werd ook het gegeven dat opa schepen had ontworpen. Kijk en dat bewonderde ik enorm, want iets maken dat door anderen was voorgekauwd kon leuk zijn, maar spannender vond ik het toen al om zelf iets te bedenken. Dan had je ook meer recht om er over op te scheppen. Dat laatste deed ik in die jaren met verve als ik vond dat ik daar recht op had. Ik moest dat wel doen als ik wilde dat mijn prestatie opgemerkt zou worden, want ik kan me niet herinneren dat mijn vader of opa mij ooit geprezen hebben voor iets dat ik bedacht of gemaakt had.
Tijdens de figuurzaagperiode die voor mij begon toen ik zes was, tekende ik figuurtjes die ik na het uitzagen ook naar eigen fantasie beschilderde. Dan kwam de timmer- en schaafwoede waarvoor hetzelfde gold. Het zijn vermoedelijk wanstaltige werkstukjes geweest, want een begenadigd tekenaar of schilder was en ben ik niet. Dat zag ik toen denk ik anders. In ieder geval weerhield niets me ervan iedereen die binnen bereik kwam deelgenoot te maken van mijn prestatie. Eigenlijk vond ik toen al dat ik opa naar de kroon stak. Daar kwam een domper op, op de dag dat ik ademloos staarde naar de windmolen, tevens windwijzer die opa had gemaakt en op het dak van zijn schuurtje had gemonteerd. Het was een prachtstuk, waarvoor iedere voorbijganger even bleef staan om te kijken.
Op een verticale as was een horizontaal liggend kruis van metaalstrip aangebracht, op de uiteinden waarvan miniatuurzeilscheepjes met echte zeiltjes prijkten. Er waren dus vier beurtscheepjes die, bij voldoende wind, elkaar met bollende zeilen achterna 'voeren'. Aan de scheepjes, hoe klein ook, mankeerde niets. Alles wat een echt beurtschip in de vaart moest houden was ook aan boord van de miniaturen, dat kon je aan opa toevertrouwen. Denk nou niet dat het ding na verloop van tijd ging piepen of knarsen, nee, opa pleegde onderhoud zoals het een goed schipper betaamde.
Mijn bewondering voor de technische vaardigheid van mijn opa was nagenoeg grenzeloos en ik nam me voor later ook zo goed te worden.
Een en ander werd zwaar op de proef gesteld doordat er een tijdperk aanbrak dat opa plezierjachten en roeiboten ging ontwerpen en bouwen. Voor dat laatste had hij vaak de hulp nodig van mijn vader, die daarmee, denk ik, een zakcentje verdiende. Dat gebeurde een beetje stiekem, want vader was werkloos, moest dagelijks bij een of andere ambtenaar een stempeltje halen als bewijs dat hij niet ergens clandestien in loondienst was. Vaak echter was mijn vader in het kader van de werkverschaffing elders in het land tewerkgesteld. Dan moest ik opdraven met mijn geringe arbeidsverleden.
Opa bouwde de boten in de buik van een afgedankte rijnaak, die ligplaats had in een zogeheten balkengat (een soort haven waarin honderden boomstammen lagen te wachten om te worden bewerkt in de toen nog bestaande houtzagerij aan de Noordendijk). Het balkengat was gelegen naast het elitaire zwembad 'De Groene Plas' aan de Noordendijk.
De aak was eigenlijk slechts een halve aak. Er was een stuk afgehaald. Je keek zo in de buik van het oude schip. Een versterkte opstaande stalen rand hield het water buitenboord. Via een rollenstelsel kon een klein motorjacht en heel gemakkelijk een roeiboot met een kleine lier naar binnen worden getrokken.
Aanvankelijk vond ik het buitengewoon interessant om met die boten in aanbouw in de weer te zijn, maar daar kwam ik op terug. In het begin voelde ik me heel wat, want ik had van mijn opoe een jongensoverall gekregen. Geen nieuwe natuurlijk, maar wel een blauwe, zoals de kiel die opa droeg. Als we op weg gingen naar de aak liep ik naast opa en trachtte even grote stappen te nemen als hij. Dat ik daardoor alleen al voor joker liep, doorzag ik niet. De valse grinnik die af en toe uit opa's strot kraste, beschouwde ik als een uiting van vreugde. Ik keek dan schuin omhoog naar hem op en ontving meestal een knipoog. Dat was al heel wat, want opa was behalve heel zwijgzaam ook een man die nimmer liet blijken wat hij van je vond. Maar dat laatste zou veranderen, en wel in mijn nadeel.
Het jachtje dat opa dit keer bouwde was ten dele in elkaar gezet. De ijzeren constructies werden door grote klemmen bij elkaar gehouden en hier en daar waren boutjes in de gaatjes aangebracht waar later klinknagels in zouden moeten.
Kijk, voor dat klinken van de nagels was ik gecharterd. Ik moest hem helpen bij het klinken, door aan de binnenkant van het bootje in aanbouw de nagels tegen te houden met een robuust stuk ijzer. In het begin was dat wel leuk, want alles waarmee ik te maken kreeg was nieuw voor me en spannend, maar ik ontdekte al gauw dat 'nieuw' versleten is op het moment dat je het zegt.
Zwijgzame opa legde me uit hoe het moest, wat er van mij verwacht werd. Ik pochte nog in de trant van 'nou als dat alles is'! Iedere keer als opa een ijzerdraadje door een gaatje stak moest ik van binnenuit een klinknagel in dat gaatje steken en dan die nagel met het stuk ijzer tegenhouden. Opa sloeg dan aan de buitenkant de nagel plat waardoor twee stukken plaatijzer aan elkaar bevestigd werden. Het werk was niet moeilijk, maar wel eentonig en op de duur ook zwaar voor een jongetje van negen. Na verloop van tijd wordt zo'n jongetje moe en de nieuwigheid van het werk gaat eraf. Het ventje zal worden afgeleid en de herrie van de hamerslagen maakt hem bijna gek. Hij zal steeds vaker het ijzeren brok laten zakken ofwel niet stevig genoeg tegen de nagelkop houden, waardoor de nagel vervormd raakt na de eerste hamerslag. De nagel dient dan te worden verwijderd en een andere ingebracht. Dat alles overkwam mij dus ook en naar ik vrees sneller dan het andere jongetjes zou zijn overkomen. Ik was nogal wispelturig.
Als de nagel vervormd was door mijn falen, was het schrikwekkend wat doorgaans zwijgzame opa aan vloeken en schimpscheuten te berde bracht. Ik heb dat nooit aan mijn ouders durven vertellen. Ze zouden me beslist niet geloofd hebben.
Met een doorslag ramde opa daarna de vervormde nagel uit het gaatje, die dan als een geweerkogel naar binnen vloog. Soms werd ik erdoor geraakt en dat was, afhankelijk waar het ding insloeg, pijnlijk. Erger echter was de pijn die achterbleef na de in de buik van de aak nagalmende tirade van mijn opa.
Als ik echt aan het einde van mijn Latijn was gekomen en de gewraakte fout zich te vaak herhaalde, ontzag hij zich zelfs niet zijn zware arm door een patrijspoort of ander gat te steken en mij een oplawaai te geven dat het me suizebolde. Ik verbeet dan mijn tranen en mijn woede, want ik schaamde me kapot dat ik te zwak en te stom was om een klinknagel tegen te houden.
Ik denk dat er vroeger veel jongetjes klinknagels moesten tegenhouden en dat men daarom het lassen heeft uitgevonden.
Zullen we daarop dan maar toosten, ja laten we daarop klinken!

Wim Jilleba