Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
Verdwaald en gevonden - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
Verdwaald en gevonden

Op een mooie maar bloedhete dag - ik denk dat het augustus was - zaten mijn broertje Gerrit en ik op de trappen van de Torenschool aan de Brouwersdijk. We woonden in een van de zijstraten. Krispijn was nog nieuw en we hadden uitzicht over een weiland. Aan de andere kant van dat weiland liep de Vuile Vliet (in de wandeling Strontvliet geheten, naar de drollen die erin dreven, op weg naar het gemaal bij de Dordtse Kil). De Vliet was overal te ruiken, zeker bij de hitte, maar daar waren we aan gewend.

Inmiddels was mijn vriendje Anton erbij gekomen. Wij waren al vier en we besloten wat meer van de wereld te gaan zien. Mijn twee jaar jongere broertje was in slaap gevallen, dus die konden we - vond ik - rustig achterlaten daar op die trappen.
We zouden eerst de stad gaan verkennen. Die lag 'over de lijn'. Er was toen nog lang geen tunnel. De spoorbomen waren vaak gesloten. Maar we namen vanzelf de luchtbrug, waar onze vaders elke dag hun fietsen overheen sleurden. Heerlijk was het om halverwege de luchtbrug in de stoomwolk van passerende locomotieven te gaan staan.
Via de Spuiweg bereikten we de binnenstad, waar ik al gauw mijn vriendje kwijtraakte, doodop als we intussen al waren. Ook werd ik geteisterd door dorst. Op een gegeven moment was ik terecht gekomen op de Groenmarkt, en op de hoek van de Vleeshouwersstraat, voor het huis van tandarts Hendriks, was net de stoep geboend. Ik ging op het trottoir liggen om van een plasje dat er nog lag te drinken.
Zo werd ik aangetroffen door de lorrenboer, een bekende Dordtse figuur die met een grote zak langs de huizen ging om voor een paar centen oude kleren op te halen, onder het roepen van 'lorruh, lorruh!'. Als we stout waren, werden we wel eens bedreigd met de waarschuwing: 'Pas op hoor, anders geven we je met de lorrenboer mee.'
In werkelijkheid was die lorrenboer helemaal niet zo'n boeman. Hij pakte me op en bracht me naar het hoofdbureau van politie vlakbij het Stadhuisplein. De agenten daar waren zo bars als ze er met hun snorren en sabels uitzagen. Ik kreeg een beker koele melk en - toppunt van weelde - een banaan.
Na een poosje arriveerde mijn vader, die inmiddels gewaarschuwd was. Hij nam me achter op de fiets mee naar huis. Daar ging hij in zijn leunstoel zitten en begon te huilen. Ik begreep er niets van. Ik was toch gewoon even weggelopen, de stad in?
Later heb ik daar een gedicht over gemaakt en daarmee wil ik mijn verhaal beŽindigen.

Tweemaal heb ik mijn vader zien snikken,
de eerste keer tot mijn verbazing
want ik was dan wel weggelopen
van huis, op mijn vierde, maar alleen
om de rest van de wereld te zien,
niet omdat het mij thuis niet beviel.

De tweede keer was toen hij, gezeten
in zijn leunstoel bij de Erres-radio,
hoorde hoe het Nederlandse leger
had gecapituleerd voor de Duitsers.
Ik was intussen zo oud geworden
dat ik mij hevig geneerde.

Maar veel later, toen ik wilde vertellen
hoe ik mijn vader niet meer dan twee keer
had zien huilen, kon ik halverwege
niet verder, omdat er iets was met mijn
keel, iets dat er niet uit kon, iets dat
vast bleef zitten, iets dat mij bijna verstikte.

Jan Eijkelboom