Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
De klokkenluiders van Dordt - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
De klokkenluiders van Dordt


Wim, Koos, Frans en Gerard zaten op de trappen bij Johan en Cornelis de Witt. Er was nog niet besloten wat ze zouden gaan doen. Wel waren er al verschillende suggesties gedaan, zoals: voetballen, deurknoppen aan elkaar binden en dan bellen, een roeibootje zien los te krijgen en gaan varen, een eindje fietsen, maar ze kwamen er niet uit.

"Zei jij niet dat je nog eens de klok van de Franse kerk wilde luiden?", vroeg Koos aan Wim en hij wees op het klokkentorentje van de Waalse kerk. De jongens noemden het altijd de Franse kerk. Toen ze een keer op het dak van Overwijn zaten had Wim inderdaad ooit gezegd dat je misschien, wanneer je een touw over de Visstraat kon krijgen en aan de klok vastmaken dan.... Maar nee, dat was onmogelijk.Toch lokte het idee. Frans stelde voor om te proberen in de kerk te komen, maar dat was inbreken. Gerard stak zijn vinger op met een gebaar van 'ik weet het'. "Als we op het dak van Astoria kunnen komen dan kunnen we daar vandaan op het dak van de kerk klimmen." Toen wisten ze plotseling allemaal hoe het moest. Een tijdje werd er door elkaar gepraat, maar langzaam kwam er wat lijn in de plannen. Tegenover het café van Koos' vader was een gang. Op de ene hoek daarvan was de achterkant van de kerk, op de andere de winkel van Van Haren. Verder had je in de gang nog de nooduitgang van bioscoop Astoria en een poortje naar de schoenwinkel van Gerards oom. En Gerard en Frans konden zogenaamd naar hun oom gaan. Wim ging even naar huis om wat oud vistuig te halen, Koos had thuis nog een bolletje vliegertouw. Ze spraken af elkaar weer te zien op de hoek van de gang die in de volksmond de 'bloedhal' werd genoemd. Frans en Gerard liepen voorop. Per slot van rekening gingen zij zogenaamd naar hun oom. Koos en Wim volgden. Toen ze het poortje door waren, klommen ze via een muurtje op het dak van de bioscoop. Dat was kinderspel, het dak van Astoria was bijna plat, dus ze zaten al gauw tegen het puntdak van de kerk aan. Maar toen.........

Tegen de dakpannen op was het naar het klokkentorentje nog een klim van een meter of zes, niet ongevaarlijk. Wim liep voorop, Frans ging ter ondersteuning achter hem aan. De andere twee bleven op het platte dak. Met de buik tegen de pannen gedrukt kropen Wim en Frans voorzichtig naar het torentje. Frans gaf het vissnoer door aan Wim, die het stevig vastknoopte aan de klepel van de klok. Hij probeerde even of het touw goed vastzat, en jawel, de klepel raakte de klok met een dof geluid. Gelukkig klonk het niet te hard. Het vissnoer vasthoudend lieten ze zich weer naar beneden glijden. Er raakten wat pannen los, maar daar konden ze niets aan doen. Al gauw waren ze weer terug bij de anderen op het bioscoopdak. Het gevaarlijkste stuk was achter de rug. Het vissnoer was zo dun dat je het bijna niet kon zien en dat was ook de bedoeling. Het vliegertouw van Koos werd stevig aan het vissnoer vastgeknoopt en gevieren gingen ze terug naar de muur in het gangetje van de schoenwinkel. Op het muurtje bleven ze zitten. Als ze ontdekt zouden worden konden ze er snel afspringen en weglopen. Wim mocht als eerste de zaak testen en het ging prima. Toen hij de cadans had gevonden klonk er een regelmatig, sonoor klokgelui over Visbrug, Voorstraat en Bagijnhof. Grote pret en voldoening over de geslaagde actie. Iedereen mocht twintig keer luiden. Dordrecht zou er blij mee zijn, maar Dordrecht was niet zo blij als ze dachten. Verbaasd werd er opgekeken naar het klokkentorentje. Als de klok midden op de dag werd geluid moest er iets bijzonders aan de hand zijn. Maar de deuren van de kerk waren gesloten en de inmiddels gewaarschuwde koster wist van niets. Hij was in de kerk gaan kijken naar het klokkentouw, maar dat hing doodstil. Onbegrijpelijk! En toch luidde de klok constant en gelijkmatig. De politie werd gewaarschuwd.

Inmiddels hadden zich al heel wat mensen verzameld op de Visbrug. De politieagent stond er wat hulpeloos bij. Hij zag de klepel bewegen, maar hoe was dat mogelijk? Hij wist het ook niet. Plotseling zei een man uit het publiek: "Agent, volgens mij loopt er een dun draadje van de klepel naar het dak van de bioscoop, kijk maar!" De agent zag niets, maar omdat hij toch iets moest doen ging hij Astoria binnen voor onderzoek. Via een luik kon hij op het dak komen. De jongens zaten nietsvermoedend prinsheerlijk op het muurtje te keuvelen. Frans was net aan de beurt voor het luiden. De agent verscheen met zijn bovenlichaam uit het luik. De jongens zagen hem nog niet want ze zaten met hun rug naar hem toe. "Jullie zijn er bij", bulderde hij. "Loop niet weg, want ik weet wie jullie zijn." De jongens verstarden, een politieagent op het dak! Het gelui verstomde abrupt. De agent stond inmiddels vlak achter ze. "Zo! Wie heeft dat touw vastgemaakt?" "Dat hebben we samen gedaan meneer", zei Koos, en de anderen knikten instemmend. "Dan gaan jullie allemaal mee naar het bureau", zei de agent bars en onverbiddelijk. "Jullie staan onder arrest." Dat kwam hard aan. De agent sneed het vliegertouw af en rolde het op, waarschijnlijk als bewijsmateriaal. Ze moesten mee. Er stonden een heleboel mensen. Die hadden de agent naar binnen zien gaan en waren benieuwd naar de afloop. Koos, Wim, Gerard en Frans kwamen wat beschaamd naar buiten. Opgebracht door de politie! Op het bureau werden ze in een wachtlokaal gezet. "Hier wachten", zei de agent bars en ging weg. De deur van het kantoor ging open en de agent wenkte dat ze binnen moesten komen. Achter het bureau zat een wat oudere agent. Ze moesten op een rij voor het bureau gaan staan. "Dit zijn ze, opper", zei de agent die hen van het dak had gehaald. De opper leunde achterover, bekeek het stelletje aandachtig, kwam weer naar voren en zuchtte dramatisch. "Jullie beseffen toch wel dat wat jullie gedaan hebben helemaal niet door de beugel kan?" Hij keek de bedrukte kwajongens voor zijn bureau een voor een doordringend aan. Ze knikten alle vier overduidelijk en Wim zei: "Ja meneer, maar........." Een heftige klap met de vlakke hand op het bureau was de reactie van de opperwachtmeester. "Niks te maren hier, begrijp je dat goed! Bij de politie is het 'ja' of 'nee' en geen 'ja maar'......." Wim ging verder: "Wij hebben het gedaan, meneer, omdat we de stad wat wilden opvrolijken. Klokgelui klinkt toch mooi??"

Etienne Ernest