Deprecated: mysql_pconnect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /var/www/verhalenvandordrecht/include/db.php on line 3
Daniel Ter Merwe - uit Verhalen van Dordrecht
Home
Verhalen
van Dordrecht
Daniel Ter Merwe


Wat of dat het precies was wist ik niet, maar aangezien ik de slaap niet kon vatten, besloot ik om wat rond het blokhuis te snuffelen. Plotseling lichtte een schijnsel vlak bij mij op en keek ik in de verschrikte ogen van Wolf, die bijna tegen mij op was gebotst. "Oh, excuseer, eh, Heer", herstelde hij zich, "eh... Wolfert Van Borselen naar u op zoek... iets belangrijks...".
"Al goed Wolf, al goed, ik ga direct naar hem toe. En nog een goede wacht."

Ik verwonderde me er enigszins over dat de plaatsvervanger van de Graaf me nu wilde spreken, maar vanzelfsprekend stond ik hem ter dienst. Ik kende dit gebied, mŪjn gebied, op m`n duimpje, maar waarom uitgerekend nu in de nacht en niet als..... Zo peinzend liep ik richting het vertrek van Wolfert. Ik zag Dirk en mijn andere broer Nicolaas al druk in gesprek met enkele mannen. Nu ging mijn hart toch wel wat harder kloppen, wat was er gebeurd? Dirk merkte me als eerste op. "HŠ, daar ben je! Kom op, Wolfert heeft ons ontboden." Met een stuk of tien man snelden we naar zijn kwartier. Daar stonden al 15 man ons op te wachten, waaronder wat Zeeuwse edelen.

Wolfert van Borselen stak direct van wal. Hij legde kort uit dat hij en zijn commandant besloten hadden om op deze avond Dordrecht bij verrassing te nemen. Ik verwonderde me toch wel enigszins over het feit dat hij mij niet eerder op de hoogte had gesteld. Ik was dan wel indirect zijn leenman, zolang als hij de plaatsvervanger was van de nog te jonge, ziekelijke Graaf Jan, maar per slot van rekening was hij toch ook mijn gast. Ik had hem toestemming gegeven om hier in mijn gebied dit blokhuis te laten bouwen. Ik zette deze gedachtes snel opzij, er waren belangrijker zaken nu. Wolfert heette ons welkom en verklaarde snel van zijn plannen. Vanuit het blokhuis was al een tunnel gegraven naar mijn burcht, die door de burgers van Dordrecht was ingenomen. Vanzelfsprekend wisten zij niet dat die tunnel bestond. Zodra we mijn burcht heroverd hadden, en deze konden verdedigen, zouden we vanuit de hoogste vensters van de Ammentoren flambouwen ontsteken. Hierna zouden de andere mannen zowel via de mijn, als over de Merwedijk en de Riedijk, Dordrecht binnenvallen. Mocht het hele plan mislukken, dan zouden we over de dijk vluchten en zou de tunnel aan deze kant volgegooid worden met aarde.

Bij het licht van slechts ťťn fakkel begaven we ons naar de ingang van de tunnel. Het was een levensgevaarlijke onderneming, dat wist iedereen. Ik prevelde wat, maar dacht maar aan een ding: dat vervloekte Dordrecht, dat steeds maar weer probeerde om mijn gebied in te nemen... Eindelijk was dan nu het uur van de wraak nabij! Dordrecht zou voortaan tweede viool spelen en mijn ambacht zou uit gaan groeien tot.....

Dirk stootte me aan. "Kom op DaniŽl, we gaan." Nicolaas, hij en ik gaven elkaar een dreun tegen elkaars schouder: het werd tijd om de macht van het geslacht Ter Merwe, van de gehele Hollandse en Zeeuwse adel te bevestigen! En bijgelicht door slechts die ene fakkel schuifelden en schuifelden we aan een stuk door de gang, wetende dat we bedolven zouden kunnen worden als deze het niet zou houden, en het duurde lang, erg lang....... Uiteindelijk bereikten we dan toch het einde van de tunnel en we wensten elkaar in stilte sterkte toe, hoewel we wisten dat het gevaarlijkste gedeelte in feite al voorbij was. Langzaam kraakte de eikenhouten deur open, en daar stonden we dan, in de kelder van mijn burcht. We slopen naar boven en stapten de nacht weer in....

Plotseling stormde er een groep mannen op ons af. Ik zag Nicolaas getroffen worden door een zwaardslag, hij struikelde. Snel trok ik mijn zwaard en sloeg twee mannen van me af. "Verraad, verraad", dreunde het door mijn hoofd. Er was geen houden meer aan, we waren veel te slecht bewapend. Een zwaard maaide over mijn hoofd, ik trok net op tijd mijn nek in. Ik hoorde Dirk om hulp schreeuwen, smeken was het meer. Ik probeerde hem te bereiken terwijl ik de anderen over de Riedijk zag wegvluchten. Ik moest als de donder maken dat ik hier wegkwam, ik rende voor mijn leven. Boven het rumoer hoorde ik Nicolaas' doodskreet, die bleef nagalmen in mijn hoofd terwijl ik voortrende. Als we het blokhuis maar konden bereiken dan waren we veilig. Daar zag ik Dirk ook rennen, ik ging op hem af. Pijlen scheerden langs ons heen, ik keek hem aan, wist hij dat Nicolaas dood was? Bloed stroomde uit zijn schouder, en ik zag dat de pijl behoorlijk diep was door gedrongen. "We halen het wel", riep hij lachend, "ha, we zijn er bijna, ons krijgen ze nooit!" Maar toen trof een pijl hem in zijn been, hij struikelde en viel neer. "DaniŽl, DaniŽl ze hebben me!" Ik keek achterom, werden we nog achtervolgd? Ik trok Dirk overeind, maar hij zakte ogenblikkelijk weer door zijn benen. Het had geen zin meer, hij was stervende. Met een "Leve Ter Merwe" stierf hij.

Mijn plan stond vast, ik zou Dirk meenemen, het enige dat ik hem nog kon geven was een christelijke begrafenis. Pas nu merkte ik dat ik een hevig bloedende wond aan mijn linkerarm had, zo te zien van een zwaard. Ik zeulde het lichaam van mijn broer mee, terwijl mijn arm steeds meer begon te steken. De dijk leek veel langer dan normaal, en waar waren mijn strijdmakkers eigenlijk? Hadden ze nog kunnen vluchten of lagen ze nu ook her en der verspreid over de dijk? De maan verlichtte mijn pad, maar toch gleed ik af en toe weg en dacht ik dat ik mannen in het riet zag lopen.

In de verte zag ik het Blokhuis, er brandden allemaal fakkels. Ik twijfelde, het Blokhuis zou toch niet ook ingenomen zijn? Zouden ze via de gang naar binnen zijn getrokken? Waren ze vergeten de tunnel dicht te gooien, ze hadden toch wel gehoord dat het plan mislukt was? Ik zag drie mannen op me afrennen, maar het kon me niets meer schelen. Ineens hoorde ik de stem van Wolf: "Leve de Graaf!" Ik riep terug: "Leve Van Borselen, Wolf, leve Ter Merwe....." Toen werd alles zwart voor mijn ogen.

Toen ik wakker werd, scheen de zon door het venster naar binnen. Mijn arm was verbonden en deed al minder pijn dan ik me herinnerde. Wolf kwam mijn vertrek binnen zonder te kloppen, maar ik vergaf het hem. "Alles is verloren", zei hij. "Wolfert is met de Graaf naar Vlaardingen gevlucht, maar onderweg hebben ze hem gevangen genomen." Ik keek hem aan: "Het is al goed Wolf, wij hebben verloren, maar vanaf hier begint een nieuw tijdperk voor de Heren Ter Merwe!"

DaniŽl Ter Merwe